Meer abortussen bij allochtonen

ROTTERDAM, 12 JAN. Het aantal abortussen bij allochtone vrouwen en meisjes stijgt. De stijging komt voor een belangrijk deel voor rekening van asielzoekers. In 1992 was een op de vijf in Nederland wonende geaborteerde vrouwen niet afkomstig uit Nederland, het Caraïbisch gebied, Turkije of Marokko.

Dit blijkt uit gisteren gepubliceerde gegevens van Stimezo, een organisatie die onder andere abortusklinieken in Nederland exploiteert. Het aantal abortussen bij in Nederland wonende vrouwen is de afgelopen jaren licht gestegen: van 19.568 in 1991 naar 20.811 in het vorige jaar. De belangrijkste oorzaak van deze stijging is de toename van het aantal ongewenste zwangerschappen bij allochtone vrouwen en meisjes - vooral afkomstig uit Suriname en de Antillen - en bij asielzoekers, stelt onderzoeker J. Rademakers.

Asielzoekers die een abortus laten uitvoeren vormen een 'nieuwe categorie'. “Hun aantal groeit”, aldus Rademakers. “En dat is ook niet verwonderlijk, want de afgelopen jaren is het aantal asielzoekers sterk toegenomen.” Asielzoekers krijgen bij binnenkomst in Nederland wel voorlichting over anticonceptiemiddelen, laat een woordvoerder van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) weten, maar culturele verschillen blijven bestaan. “Veel vrouwen zijn afkomstig uit landen waar spreken over seks met taboes is beladen of waar abortus juist wordt toegepast als anticonceptie”, aldus de woordvoerder. Hij wijst er ook op dat sommige vrouwen al zwanger zijn bij aankomst, omdat ze voor of tijdens hun vlucht seksueel zijn misbruikt of omdat de gezondheidszorg in het land van herkomst zo ontwricht is, dat voorbehoedmiddelen ontbreken.

In 1992 behoorde veertig procent van de vrouwen die een abortus liet uitvoeren tot een etnische minderheid. Uit het onderzoek van Rademakers blijkt dat vrouwen afkomstig uit het Caraïbisch gebied vaker een abortus hebben dan Turkse en Marokkaanse vrouwen. De kennis van het gebruik van de pil zou te wensen overlaten en bovendien zouden onder Antilliaanse en Surinaamse vrouwen veel vooroordelen over de pil bestaan; zo geloven ze dat je er dikker van wordt. Daarnaast maakt deze groep vrouwen ook veel 'gebruikersfouten', aldus Rademakers. “Ze hebben weinig stabiele relaties. Als de man vertrekt, stoppen ze direct met de pil, om er weer mee te beginnen als ze een nieuwe seksuele relatie krijgen. Dat is niet veilig.”

Het verschil tussen de Antilliaanse en Surinaamse vrouwen enerzijds en de Turkse en Marokkaanse vrouwen anderzijds is volgens onderzoeker Rademakers dat deze laatste groep 'seksueel minder actief' is. “En áls Turkse en Marokkaanse vrouwen vrijen, is het vaak met hun eigen man. Ook de meisjes zijn seksueel minder actief voor het huwelijk dan hun leeftijdgenoten uit het Caraïbisch gebied.” Wel ligt het aantal afgebroken zwangerschappen bij Turken en Marokkanen nog altijd hoger dan bij autochtonen.

Dat het aantal abortussen bij Turken en Marokkanen stijgt, komt ook doordat meer Turkse en Marokkaanse meisjes in de vruchtbare leeftijd raken: de tweede en derde generatie wordt groot. Rademakers: “In deze generaties is het gebruik van anti-conceptiemiddelen nog altijd geen gemeengoed. Er blijven cultuurverschillen bestaan.”

Overigens daalde het aantal vrouwen dat uit het buitenland naar Nederland komt voor afbreking van de zwangerschap. Volgens Rademakers is dit te danken aan verbeterde hulpverlening in het land van herkomst. Vorig jaar kwamen 8.598 vrouw en naar Nederland voor een abortus: 44 procent kwam uit Duitsland, 27 procent uit België of Luxemburg. Zij moeten hun abortus zelf betalen; vrouwen die in Nederland verblijven, krijgen abortus vergoed.