Maker drugs vrij wegens twijfel over politieman

AMSTERDAM, 12 JAN. De omstreden doorlating van drugstransporten door justitie heeft ertoe geleid dat een drugsproducent uit Weesp niet kan worden veroordeeld. De Amsterdamse rechtbank verklaarde het openbaar ministerie niet ontvankelijk, omdat officier van justitie Plas te kennen gaf geen vertrouwen te hebben in de processen-verbaal die zijn opgemaakt door F. van der Putten, voormalig chef van de Regionale Criminele Inlichtingendienst (RCID) Gooi- en Vechtstreek.

“Het OM wenst voor de processen-verbaal geen verantwoordelijkheid te nemen nu Van der Puttens geloofwaardigheid is aangetast”, aldus Plas. In zijn functie van RCID-chef was Van der Putten betrokken bij een aantal 'doorleveringen' van drugs. Ook bleek tijdens de parlementaire enquête dat hij alle gesprekken die hij met het openbaar ministerie over drugs had gevoerd, had opgenomen. De banden toonden volgens Van der Putten aan dat officier van justitie J. Valente toestemming had gegeven voor omstreden infiltraties en transporten. Valente zei tijdens zijn verhoor dat Van der Putten hem niet goed had geïnformeerd.

De drugszaak draait om een 41-jarige man uit Weesp. Hij zou in het afgelopen jaar in zijn woonplaats een amfetaminefabriekje hebben gerund en ruim 600 kilogram hennep hebben opgeslagen. Ook zou hij in Hilversum een hennepplantage hebben geëxploiteerd. Bovendien werd hij verdacht van heling van twintig in België gestolen speelautomaten.

Officier van justitie Plas trachtte op de zitting de zaak te redden door alle drugsbeschuldigingen in te trekken en alleen de gokkastenaanklacht te handhaven. De rechtbank kwam echter tot de slotsom dat de basis voor de hele strafvervolging was weggevallen. “Zonder al deze drugsaanklachten was het waarschijnlijk helemaal niet tot een strafzaak gekomen”, aldus voorzitter Bartels. De verdachte, die ruim een halfjaar in voorarrest heeft gezeten, overweegt een eis tot schadevergoeding in te dienen.