Hof in Z-Korea klaagt Chun aan wegens corruptie

SEOUL, 12 JAN. De voormalige Zuidkoreaanse president Chun Doo Hwan is vandaag door een rechtbank in Seoul aangeklaagd wegens corruptie tijdens zijn bewind (1980-1988).

Chun zat al sinds begin december gevangen in verband met de staatsgreep van 1979 en het neerslaan van een pro-democratiseringsopstand in de stad Kwangju in 1980. Het leger doodde in die stad toen ten minste 200 demonstranten.

De 64-jarige ex-generaal is nu formeel in staat van beschuldiging gesteld wegens illegale financiële praktijken. Hij zou destijds van het Zuidkoreaanse bedrijfsleven vele honderden miljoenen aan steekpenningen hebben ontvangen, die hij gebruikte voor politieke en persoonlijke doeleinden. De Zuidkoreaanse justitie gaat ervan uit dat het zwarte-geldfonds van de ex-president was gevuld met ten minste 900 miljoen dollar.

De onthullingen over Chun vormen een nieuw hoofdstuk in het politieke schandaal dat Zuid-Korea sinds medio november in zijn greep houdt. Ook Chuns opvolger, Roh Tae Woo, zit in de gevangenis, sinds medio november. Hij heeft toegegeven voor 630 miljoen dollar aan steekpenningen te hebben aangenomen tijdens zijn regeerperiode van 1988 tot 1993. Aanstaande maandag wordt in Seoul het verdaagde proces tegen Roh hervat.

Ook de naam van de huidige president, Kim Young Sam, is genoemd in verband met het smeergeld. Hoewel Kim steeds heeft ontkend te hebben geprofiteerd van de fondsen van Chun en Roh, gaf hij gisteren in een rede voor het eerst toe dat bij zijn verkiezingscampagne in 1992 gebruik is gemaakt van het 'Roh-fonds'. Kim zou, in tegenstelling tot zijn beide voorgangers, alleen geen persoonlijk gewin hebben gehad, maar daaraan wordt nu in Zuid-Korea algemeen getwijfeld.

Chun Doo Hwan en Roh Tae Woo zaten ooit in dezelfde klas op de militaire academie en maakten carrière in de door militairen tot 1987 beheerste Zuidkoreaanse politiek. Kim Young Sam was een van hun grootste tegenstrevers, maar nadat Kim in 1987 de eerste vrije verkiezingen in lange tijd verloor van Roh fuseerde zijn partij tot verrassing van velen met de partij van Roh.

De afgetreden Chun had intussen volmondig toegegeven smeergeld van het bedrijfsleven te hebben aangenomen, maar hij noemde een veel lager bedrag dan de 900 miljoen. Chun stortte een deel van wat hij overhad in de staatskas en trok zich vrijwillig voor een jaar terug in een klooster. Voor Roh Tae Woo en Kim Young Sam was daarmee in 1993 de kous af. Maar de zaak kwam afgelopen herfst opnieuw aan het rollen door onthullingen in de pers en van oppositieleden. De Zuidkoreaanse justitie liet eerst Roh en daarna Chun aanhouden.