Hartstocht gesublimeerd tot een passie voor schoonheid; In de klas bij een juf en een meester

Voorstelling: De juf/De meester, van Edward Montie. Spel: Elsje de Wijn en Jérôme Reehuis. Regie: Victor van Swaay. Gezien: 11/1 in de Schouwburg, Leiden. Tournee t/m 19/3.

Diny Overbeeke, de nieuwe juf, is een beetje in de war. Ze is een tijdje werkloos geweest en misschien verklaart dat de nogal krampachtige wijze waarop ze zich tijdens het eerste lesuur in de vijfde klas (groep zeven) gedraagt. Maar het verklaart niet waarom ze eerst meer begrip bepleit voor onze naasten ('hoe vaak denken wij niet eerst aan onszelf als de boterkoek rondgaat?') en zich daarna zo haatdragend opstelt tegen een nieuwe leerling met een Griekse achternaam. Daar moet méér achter zitten.

En inderdaad: de juf, door Elsje de Wijn tot in de finesses tot leven gebracht, heeft ooit iets onaangenaams beleefd met een Griek. Maar toen ze De juf in mei 1993 voor het eerst speelde, bleek ook al dat auteur Edward Montie weliswaar een tragikomische monoloog had geschreven met trefzekere zinnetjes, maar de actrice te weinig materiaal had gegeven om er een echt mens van te maken. Zo komt de onthulling van haar Grote Geheim veel te plompverloren en veel te vlak geformuleerd om indruk te maken.

De beperkingen van zijn tekst blijken eens te meer nu De juf samen met de nieuwe monoloog De meester een avondvullende voorstelling vormt, die sinds gisteren op tournee is langs de reguliere schouwburgen. Een aardige attractie van de oeropvoering in een kleine zaal was immers, dat het publiek op de tribune zich voelde aangesproken alsof het in die schoolklas zat. Die directe betrokkenheid ontbreekt als de actrice hoog op de planken staat en wij laag in de zaal.

Een veel rijker geschakeerd portret schreef Montie voor Jérôme Reehuis, die na de pauze een hoofd ener school speelt wiens bestaan is onttakeld door zijn adoratie voor een dertienjarige jongen. De man is een estheet, een sierspreker, die zijn verhaal vertelt aan de (onzichtbare) koper van het huis dat hij nu moet opgeven, en daarbij uit alle macht zijn waardigheid tracht te bewaren.

De meester is geschreven met welsprekende details en passend cynisme, maar zonder obligate rancunes, en Reehuis maakt er een gekwetste figuur van die zijn hartstochten heeft gesublimeerd tot een passie voor schoonheid. Slechts één keer laat regisseur Victor van Swaay hem uitbarsten in een ouderwets donderende filippica, die vooral aantoont hoe genuanceerd hij de rest van het verhaal speelt - als een man die mij beroerde door de waarachtigheid van zijn soms danig gezwollen zinnen.