Geloofwaardigheid Sorgdrager op het spel

DEN HAAG, 12 JAN. D66-minister Sorgdrager (justitie) kampt met een permanent geloofwaardigheidsprobleem. De publikatie gisteren in de Volkskrant van het verslag van een onderhoud tussen de inmiddels ontslagen Amsterdamse procureur-generaal Van Randwijck en zijn chef, Docters van Leeuwen, op 13 april 1995, deden vragen rijzen over de werkelijke motieven die tot het ontslag van Van Randwijck leidden. En dus aan de feitelijke gronden die er toe leidden dat deze functionaris “een goudgerande oprotpremie” (fractievoorzitter Rosenmöller van GroenLinks) meekreeg. Die afkoopsom bedroeg ongeveer 2,5 miljoen gulden, met behoud van de mogelijkheid bij te verdienen. Was het falend gezag van Van Randwijck de ontslagreden, zoals de minister betoogde tijdens een Kamerdebat op 31 oktober vorig jaar? Maar waarom was het bedrag dan zo hoog? Of was toch de voorgenomen reorganisatie van (de top van) het openbaar ministerie de werkelijke reden? Want dat zou een betere verklaring zijn voor de riante afvloeiingsregeling.

Alle grote partijen in de Tweede Kamer, afgezien van de eigen partij van de minister, verklaarden gisteren eraan te twijfelen of de minister de Kamer in oktober wel correct had geïnformeerd. En dat is, zoals bekend, een doodzonde in de Haagse politiek, die alleen maar kan leiden tot het vertrek van de betrokken bewindspersoon. GroenLinks vroeg direct een spoeddebat aan voor volgende week woensdag, waarmee overigens de grootste oppositiepartij CDA weer eens in 'reactiesnelheid' werd geklopt, en de VVD'er Korthals verklaarde dat verzoek niet te zullen torpederen.

Korthals vroeg de minister tijdens het debat in oktober over de afvloeiingsregeling voor de Amsterdamse procureur-generaal expliciet of de reorganistie van het OM een motief was dat meespeelde bij het ontslag van Van Randwijck: “Ik zou mij kunnen voorstellen dat gezegd is: 'wij willen terug van vijf naar drie procureurs-generaal'.” Sorgdrager antwoordde: “Reorganisatie-ontslag is iets dat in de wet geregeld is. Voor reorganisatie-ontslag is een aantal omstandigheden noodzakelijk. Namelijk dat de functie overbodig is geworden. Dat er een sociaal statuut is, dat er rekening wordt gehouden met de afvloeiingsvolgorde, dat er een formatieplan is en nog een aantal omstandigheden. Op dat moment was echter geen van alle aanwezig. Dus was reorganisatie-ontslag gewoon niet aan de orde.”

Maar het gisteren geopenbaarde verslag van het gesprek tussen Van Randwijck en Docters van Leeuwen lijkt erop te duiden dat het reorganisatie-argument wel degelijk is beproefd. Van Randwijck is meegedeeld dat in een nieuwe opzet er voor twee van de vijf PG's geen plaats is: “De conclusie is dan dat de oudste en de op een na oudste het eerst in aanmerking komen om te vertrekken. De heer Van Randwijck is de op één na oudste”, aldus dit verslag.

CDA-woordvoerder Van der Heijden verklaarde gisteren onomwonden dat Sorgdrager hiermee zo ongeloofwaardig is geworden dat er voor haar niets anders op zit dan aftreden. Ook zijn collega's Kalsbeek (PvdA) en Korthals (VVD) hadden “ernstige vragen” over het waarheidsgehalte van de eerdere mededelingen van de minister. Namelijk: heeft zij juiste informatie gegeven tijdens het debat op 31 oktober? Maar ook: is zij niet vooruitlopend op goedkeuring van de Kamer begonnen met de reorganisatie van het OM?

Sorgdrager werkte gisteren tot laat in de avond aan het opstellen van een brief aan de Tweede Kamer. De landsadvocaat kwam eraan te pas, maar de bewindsvrouw overlegde ook met premier Kok (PvdA), vice-premier Dijkstal (VVD) en haar eigen partijleider, vice-premier Van Mierlo. In haar brief stelt de minister dat het gesprek met Van Randwijck “verkennend van aard” was, met de bedoeling op een “elegante” manier van deze functionaris af te komen. Omdat de PG hier echter niet op inging, leidde volgens de minister uiteindelijk op 19 septembter vorig jaar “de onhoudbare situatie in het ressort Amsterdam” tot het ontslag van Van Randwijck. “Een voortvarende aanpak was geboden,” zo schrijft Sorgdrager. En: “De enig werkbare oplossing was op dat moment een afvloeiingsregeling.”

Vanochtend bleek dat de regeringspartijen PvdA, VVD en D66 de rijen weer hebben gesloten. D66 vond gistermiddag al dat er geen aanleiding was voor een spoeddebat. Kalsbeek (PvdA) vond dat de brief antwoord gaf op haar vragen. Korthals meldde een tikje zuinig dat de minister “het voordeel had van de twijfel”.

Van der Heijden van het CDA blijft echter het hoofd eisen van de bewindsvrouw. Zij heeft volgens hem haar antwoorden “verstopt in cryptogrammen en raadsels” en dus de Kamer niet goed ingelicht. De christen-democraat verwacht tijdens het spoeddebat volgende week woensdag een “interpretatiegevecht”. Nu al lijkt het erop dat Sorgdrager, gezien de steun van de paarse partijen, zich voor die ontmoeting met de Kamer niet al te bezorgd hoeft te maken. Toch is de minister op de langere termijn haar politieke leven niet zeker. Al eerder liep zij averij op en niet alleen met de kwestie van de gouden handdruk voor Van Randwijck, die bijna leidde tot haar aftreden.

Ook haar optreden voor de enquêtecommisie over de opsporingsmethoden riep in oktober vorig jaar vragen op. Was zij als procureur-generaal in Den Haag in 1994 echt niet op de hoogte van het “doorleveren” van cocaïne in haar ressort, zoals zij volhoudt? Dit belooft de volgende kwestie te zijn waarvoor Sorgdrager zich moet verantwoorden, als de Kamer in februari spreekt over het rapport van de enquêtecommissie-Van Traa. Bovendien moet de minister sinds gisteren verder leven in de onrustige zekerheid dat zij in de bron van het Volkskrant-artikel ergens een anonieme doodsvijand heeft die het op haar heeft voorzien.