'Eindelijk bevrijd van de Conservatieven'; 'Deserteur' Nicholson over Tories

LONDEN, 12 JAN. Emma Nicholson geniet van haar pas herwonnen vrijheid. “Ik voel me als een gevangene die zich van haar ketens heeft bevrijd”, zegt het Conservatieve Britse parlementslid dat vlak na kerst is overgelopen naar de Liberaal Democraten.

Na 22 jaar lid te zijn geweest van de Tories, na vier jaar vicevoorzitterschap van de Conservatieven, na negen jaar te hebben gewerkt als parlementariër voor de regeringspartij, maakte ze dinsdag in het Lagerhuis met opgeheven hoofd de overstap naar de oppositiebanken. Ondanks de beledigingen van haar voormalige collega's, die haar in de dagen daarvoor al hadden uitgemaakt voor “verrader”, voor “dom gansje”, voor “the Wicked Witch of the West”, de “kwaadaardige heks uit het Westen”, en voor “een gefrustreerde vrouw van middelbare leeftijd die kennelijk last van haar menopauze heeft”.

Waardig en ongebroken reageerde Emma Nicholson op al die schampere woorden. Ze riep haar oude fractiegenoten zelfs op om haar voorbeeld te volgen. “Als je eenmaal door de vuiligheid bent gezwommen die door het hoofdkantoor van de Conservatieven wordt gespuid, merk je dat je eindelijk in schoon water bent gekomen, dat je vrijuit kunt zwemmen en zeggen wat je denkt.”

Al te lang heeft ze moeten zwijgen. “De meest imponerende Tory-vrouw sinds Margaret Thatcher”, zoals ze door een Labour-parlementslid wordt omschreven. Te lang is ze door haar eigen partij monddood gemaakt en geschoffeerd. Eindelijk kan ze haar uitgesproken meningen ventileren zonder uitgekafferd, beledigd of mishandeld te worden. In haar kantoor aan Millbank, schuin tegenover het parlementsgebouw, komt aan haar verdoeming van de Tories geen einde. Met haar lage sergeant-majoorsstem noemt ze de Conservatieven achtereenvolgens racistisch, seksistisch en “ongevoelig geworden voor de noden van de minder bevoordeelden en stemlozen in de maatschappij”.

Zij heeft de Conservatieven niet verraden, vindt Emma Nicholson. Háár opvattingen zijn in de loop der jaren niet veranderd. Zij heeft tot het uiterste haar best gedaan om de verloedering en verrechtsing van de Tories tegen te gaan. De Conservatieven hebben haar verraden, en met haar het hele Britse volk. “Dit is niet langer de 'One-Nation' Conservatieve partij van Harold Macmillan waarvan ik lid ben geworden. De partij die zoveel te bieden had aan alle leden van de gemeenschap: middenklasse, rijk of arm. Dit is de partij die de regering gepolitiseerd heeft, die de ambtenarij gepolitiseerd heeft, die de 'checks and balances' heeft vernietigd, zo vitaal om het machtsevenwicht te bewaren, zeker in een land dat niet over een geschreven grondwet beschikt.”

De Conservatieve regering noemt ze “ontzagwekkend incompetent, in een mate die destructief is voor het land”. “Het beleid wordt alleen nog maar bepaald door het opportunistische verlangen om voor de vijfde achtereenvolgende keer de verkiezingen te winnen. In plaats van de vijftig jaar oude welvaartsstaat op een afgewogen wijze te hervormen, kiest deze regering voor koude bezuinigingsmaatregelen die vooral de zwaksten en de weerlozen treffen. Dat getuigt van een houding die ik vurig veracht.”

Nicholson kan moeilijk worden afgedaan als dilettante of geboren oproerkraaier, hoewel partijvoorzitter Brian Mawhinney dat de afgelopen weken wel geprobeerd heeft. Met haar gele maatjasje nonchalant over de schouders, de witte blouse met kanten ruches en de mateloze zelfverzekerdheid die de Britse upper class is aangeboren, geldt ze eerder als het prototype van een Tory-dame. Afkomstig uit een rijke familie van landeigenaars en gin-distilleerders die al drie eeuwen lang in het parlement is vertegenwoordigd. Haar vader was parlementslid voor de Conservatieven, net zoals haar opa, drie overgrootvaders, drie ooms en tien neven. Al als tiener vergezelde ze haar vader op zijn tochten door het kiesdistrict.

Haar achtergrond kon nauwelijks conservatiever zijn, maar ze was altijd een Conservatief van het ouderwetse genre met een oprechte belangstelling voor de minderbedeelden. Ze is betrokken bij zo'n veertig liefdadigheidheidsinstellingen, waaronder de Nederlandse stichting 'Red de kinderen'. De laatste tijd maakte ze zich vooral sterk voor Amar, een steunfonds voor Irakese vluchtelingen, genoemd naar haar Irakese pleegzoon die ze vier jaar geleden voor behandeling van zijn napalmbrandwonden naar Groot-Brittannië heeft gehaald.

In haar autobiografie die drie jaar geleden is verschenen, besteedt ze meer aandacht aan haar liefdadigheidswerk dan aan haar politieke loopbaan. Ze schrijft dat het lidmaatschap van de Conservatieve partij voor haar nooit meer was dan een middel “tot sociale verandering”. Aan het eind van de jaren tachtig bekroop haar voor het eerst de gedachte dat ze daarvoor misschien de verkeerde partij had gekozen. Maar ze hoopte dat met de val van Thatcher, ruim vijf jaar geleden, het politieke tij kon worden gekeerd.

Sindsdien zijn Emma Nicholson en de Conservatieven alleen maar verder uit elkaar gegroeid. “Ik ben al heel lang ontevreden over het Conservatieve regeringsbeleid”, verklaart ze. Maar de leider van de partijfunctionarissen die op de fractiediscipline toezien, de zogeheten chief whip, had haar verboden om kritiek te spuien. En ze heeft zich “grotendeels, niet volledig” bij die richtlijn neergelegd, omdat de regering haar tot parlementaire privé-secretaris, het laagste hulpje van een bewindsman, had benoemd. Voorwaarde voor zo'n functie is dat je volstrekt loyaal aan de regering bent.

Als ze haar kritiek al liet horen - “heel voorzichtig, heel zachtaardig” - zoals die keer dat John Major en John Redwoord op het partijcongres van de Conservatieven de aanval openden op alleenstaande moeders, werd ze onmiddellijk op het matje geroepen. “Verbaal werd ik aangevallen op de meest beledigende manier.”

Drieënhalf jaar lang, zegt ze, heeft ze zich laten ringeloren. Totdat Michael Heseltine vorige zomer tot vice-premier benoemd werd en al snel kwam vast te staan dat die kabinetswijziging niet zou leiden tot meer invloed voor de linkervleugel van de Conservatieven, zoals Nicholson gehoopt had. “Misschien strookte die promotie wel met de gigantische ambitie van Michael Heseltine, maar ze droeg op geen enkele wijze bij aan het aanpakken van de grote problemen die de Conservatieve regering heeft veroorzaakt, vooral onder de meest kwetsbare groepen.”

In diezelfde periode liet ze in haar getuigenis voor de Nolan-commissie, die toeziet op de morele waarden in de politiek, “heel voorzichtig ” doorschemeren dat maar beter een einde kon worden gemaakt aan de vele financiële nevenactiviteiten van haar parlementaire collega's. Dat kwam haar onmiddellijk op vernietigende kritiek van de whips, de partij-bulldogs, te staan, die haar oncollegiaal gedrag verweten.

Om zichzelf “nog recht in de ogen te kunnen kijken”, zag ze geen andere mogelijkheid meer dan haar ontslag als parlementaire privé-secretaris in te dienen. Dat deed ze zonder er ruchtbaarheid aan te geven, op een tijdstip dat niemand er aandacht aan zou schenken, “om de regering niet in verlegenheid te brengen”. “Ik ben er slim en netjes tussenuit geknepen. Eindelijk vrij om mijn eigen mening weer te volgen.”

Prompt stemde ze mee met de oppositie na het debat over de aanbevelingen van de Nolan-commissie, waardoor parlementsleden in het vervolg verplicht zijn volledige inzage te geven in hun neven-activiteiten. Dat kwam haar te staan op een stroom van beledigingen, bedreigingen en verwijten van mede-Conservatieven. Een parlementslid dat miljonair is, vertelt Nicholson, schold haar uit omdat ze aan zijn bron van inkomsten had getornd. “Een andere collega gaf mij een stomp in de maag”, zegt ze onbewogen.

Intussen was haar wel duidelijk dat ze niet langer wenste deel uit te maken “van een Conservatieve partij die geen vrijheid van denken en spreken meer kent”. Aanvankelijk overwoog ze op te stappen, maar dat vond ze bij nader inzien toch “te laf en eenvoudig”. Uiteindelijk maakte ze direct na kerst de politieke overstap naar de Liberaal Democraten, de enige partij waartoe ze zich filosofisch aangetrokken voelt.

De meedogenloze Conservatieve reacties op haar vertrek hebben haar alleen maar gesterkt in haar overtuiging dat ze de juiste beslissing heeft genomen. “Het zal me een groot genoegen zijn dit kabinet ten val te helpen brengen. Een goede regering heeft grote oren om te luisteren naar de kiezers en een groot hart om de boodschappen van het volk te begrijpen. Deze regering heeft de oren dichtgestopt, het hart laten krimpen en de hersens laten verschrompelen. De hele wereld heeft Groot-Brittannië altijd benijd om zijn democratie. Ik ben niet bereid om werkeloos toe te zien hoe die democratie vernederd en vernietigd wordt.”

    • Dick Wittenberg