'De winning van gas is een grote bedreiging voor de Waddenzee'; Voorzitter Zijlstra vindt vereniging geen actieclub

K. Zijlstra, twaalf jaar Tweede-Kamerlid en sinds 1991 Eerste-Kamerlid voor de PvdA, is benoemd tot nieuwe voorzitter van de Landelijke Vereniging tot Behoud van de Waddenzee. De vereniging zal onder zijn leiding proberen gaswinning tegen te houden. “Zolang je niet weet wat boren teweegbrengt, zou je het moeten verbieden.”

HARLINGEN, 12 JAN. De winning van aardgas in de Waddenzee vormt de grootste bedreiging voor het Waddengebied, vindt dr. K. Zijlstra (64). Het tast het natuurgebied ernstig aan en daarom staat de strijd tegen boorplatforms op het Wad dit jaar centraal bij de Waddenvereniging.

Om gaswinning te voorkomen vroeg de organisatie gisteren bij de Raad van State schorsing aan van de herziening van de Planologische Kernbeslissing Waddenzee (PKB). De PKB-herziening was nodig om de zes proefboringen in de Waddenzee naar aardgas mogelijk te maken. De Eerste Kamer stemde september 1994 in met zes proefboringen in het Waddengebied. De helft van de PvdA-fractie, onder wie Zijlstra, was tegen. De Waddenvereniging ging daarop samen met acht natuurbeschermingsorganisaties in beroep bij de Raad van State. Omdat het beroep is vertraagd, moet een schorsing de gasboringen, waarvan de eerste in mei plaatsvindt, tegenhouden.

De gevaren van de gaswinning worden in Zijlstra's ogen schromelijk onderschat. Naast vervuiling (morsen van boorspoeling), en lawaai (vervoer van materieel naar boortorens, affakkelen van gas) waardoor verstoring van vogeltrek kan optreden, vormt bodemdaling het grootste gevaar. Zijlstra wijst op de “schotel” in Slochteren en de talloze aardbevingen in Drenthe en Noord-Holland die in verband kunnen worden gebracht met het boren naar gas. In het slechtste geval kan de bodem in het Wad centimeters dalen en dreigen de voor trekvogels waardevolle kwelders en fourageergebieden onder water te verdwijnen. Ook aardbevingen in het Waddengebied sluit hij in de toekomst niet uit. Het maakt dan niet uit of er nu gewoon of gedevieerd (dat wil zeggen schuin vanaf de kust) geboord wordt, meent hij.

Zijlstra pleit daarom voor toepassing van het 'voorzorgprincipe' bij activiteiten in het Waddengebied. “Zolang je niet weet wat boren op het Wad teweegbrengt, zou je het moeten verbieden”, zegt hij. “We mogen niet het risico lopen dat voedselplaatsen voor kwetsbare trekvogels permanent onder water komen te staan.” De regering heeft in zijn ogen te snel toegegeven aan de oliemaatschappijen om de tienjarige overeenkomst (tussen overheid en regering om vanaf 1984 tot 1994 niet naar aardgas te boren op het Wad) op te heffen.

Dat het de staat vele miljoenen zou kosten als het moratorium verlengd zou worden vindt de energiespecialist een drogreden. “De olieprijs die aan de gasprijs is gekoppeld zal tegen het jaar 2000 stijgen. De opbrengsten zouden als er wordt gewacht, hoger kunnen zijn. Er is geen enkele reden om het gas nu te winnen.” En dat een deel van Nederland in de kou dreigt komen te zitten, is “onzin”. “De gasexportcontracten zijn verlengd, het gas is niet bestemd voor eigen land, maar voor de export.”

Zijlstra vindt het een gunstig teken dat de provincie Friesland bezwaar heeft gemaakt bij het ministerie van economische zaken. De provincie wil eerst dat de effecten van alle zes proefboringen op het gehele Waddengebied in kaart worden gebracht. “Minister Wijers moet zich dus drie keer bedenken wil hij dit advies niet volgen.” Het is “ongeloofwaardig” dat kleinschalige activiteiten op het Wad worden ingeperkt (zoals het laten droogvallen van een schip, wadlopen en pieren steken), terwijl de oliemaatschappijen vrij spel krijgen. “Ten zuiden van Rottumeroog bijvoorbeeld is het gebied afgesloten voor de mens, maar er verrijzen straks wel boortorens. Hoe wil je zo'n beleid verdedigen?” Met name de bewoners op de eilanden zijn fel gekant tegen allerlei stringente regeltjes, beseft Zijlstra.

Daardoor zijn in het verleden onnodige tegenstellingen ontstaan, zegt Zijlstra. “Zij denken ten onrechte dat de Waddenvereniging overal tegen is.” Een goede dialoog moet de verstandhouding tussen Waddenvereniging en eilandbewoners verbeteren. Het dilemma van een natuurgebied als de Wadden is dat het enerzijds een plek is waar zeehonden en vogels ongestoord moeten kunnen leven, maar anderzijds een gebied waar ook wordt gewoond en gewerkt. Recreatie en toerisme zijn de belangrijkste inkomstenbronnen op de eilanden.

“En wil je steun voor het behoud van het Waddengebied, dan zul je de toeristen dus moeten laten zien hoe mooi het er is”, stelt Zijlstra. De Waddenvereniging (53.200 leden, opgericht in 1965 door een eenling die zich tegen plannen voor een dam van Ameland naar de vaste wal keerde) is geen actieclub zoals Greenpeace en wil dat ook niet worden. Acties worden gevoerd binnen wat wettelijk is toegestaan. “Dan bereik je het meest”, aldus Zijlstra, die beseft dat een Eerste-Kamerlid, dat mede verantwoordelijk is voor de wetgeving, als voorzitter van de Waddenvereniging onmogelijk buitenwettelijke acties kan goedkeuren. “Ik ben geen ambteloos burger en daar is uitgebreid over gesproken. Actievoeren hoort erbij, maar wel met geoorloofde middelen.” Naast ludieke actiemiddelen zal de milieuorganisatie voornamelijk de wet- en regelgeving proberen te beïnvloeden. Dat betekent juridische beroepsprocedures starten, inspraak geven bij milieu-effectrapportages. “Het is heel belangrijk dat de ongerepte natuur van het Wad, dit stuk oer-Nederland, zo ongeschonden mogelijk bewaard blijft.”

    • Karin de Mik