Carrousel speelt Sorokins 'De Rij'; Het toenemend surrealisme van zinloos wachten

Voorstelling: De Rij, gebaseerd op het gelijknamige boek van Vladimir Sorokin door Carrousel. Vertaling: Anne Stoffel / Helen Saelman; bewerking en regie: Marlies Heuer / Dic van Duin; decor: Martin van Poppel / Rogier Weijand; spelers: Dik Boutkan, Marlies Heuer, Antoinette Jelgersma e.a. Gezien 11/1 Toneelschuur, Haarlem. Te zien t/m 13/1 aldaar. Tournee t/m 30/3.

Toen er in het rijk van de Grote Roerganger, Mao Tse Toeng, voor de winkels rijen ontstonden, schafte hij ze eenvoudigweg af. Een rij gooide een smet op de vooruitgang. Met deze wijsheid, me verteld door een vriend, ging ik naar de voorstelling De Rij, gespeeld door Carrousel en gebaseerd op het gelijknamige boek van de Russische schrijver Vladimir Sorokin. In Rusland is er geen sprake van geweest dat rijen afgeschaft werden, integendeel, ze hoorden onvervreemdbaar bij de maatschappij. Je kunt zelfs zover gaan dat de Russen de rijen helemaal niet wilden missen; het gaf hen de kans ergens te zijn, een alibi te hebben.

Op zijn minst is het opmerkelijk dat geen schrijver eerder op het idee kwam de lammenadigheid van het wachten, maar ook de spanning van nieuwe ontmoetingen in zo'n rij, eerder literair vorm te geven. Vladimir Sorokin schreef zijn roman De Rij in 1983, maar moest vijf jaar wachten voordat het tijdens de glasnost gepubliceerd werd. Ogenschijnlijk luisterde hij slechts naar wat de mensen zeiden. Dit leverde niet alleen een levensechte roman op, ook als toneelstuk blijkt het intrigerend.

Bij theatergroep Carrousel bepalen gordijnen, waarvan er steeds meer opengeschoven worden, de structuur van de voorstelling. In het openingsbeeld staan de acteurs als het ware geklemd op het proscenium. Daar speelt de hel van het wachten zich af, totdat de mensen eindelijk aan de beurt zijn en in het Moskouse Magazijn de felbegeerde Amerikaanse jassen met voering kunnen kopen. Tussen hen ontstaan irritaties: een voortreffelijk-ongeduldige Marlies Heuer, op het neurotische af, waarschuwt telkens een kind, dat alleen in haar verbeelding bestaat, vooral geen gevaarlijke dingen te doen; Dic van Duin is de onverschilligheid zelve. Zo vertegenwoordigt elk een type. In Nederland heet zoiets 'loketgedrag', maar dat is niet te vergelijken met het wachten in een Russische rij. Want voor je het weet schuift een hele buslading vlak voor je neus erin, en dan sta je weer tot Sint-Juttemis, en wie weet bereik je nooit je doel.

Al snel verandert dit realisme in een gestileerd-surrealisme. De dialogen worden absurder, een vrouw snijdt een bos tulpen aan flarden omdat er toch nergens water te krijgen is in een rij. Een ballerina in tutu danst Tsjaikovski's Zwanenmeer. Iemand steelt een overhemd uit de boodschappentas van een ander. Gesprekken over seks en sport, en vooral natuurlijk over wanneer het nu eens opschiet. Ogenschijnlijk geen verband houdend met elkaar, toch bestaat de band uit de levensechtheid van wat er gezegd wordt. Het gevaar van een dergelijk vlietende, onlogische speelstijl is dat elke scène opnieuw trefzeker moet zijn anders stort het bouwwerk in. Dat gebeurde een aantal keren bijna.

De gordijnen die als laatste worden opengeschoven, onthullen op tweeërlei wijze de ware aard van het wachten. We zien een oer-Russische huiskamer met samovar; op het voortoneel een bed. Een man en een vrouw lopen er verveeld rond. Hij gaat slapen, zonder zijn vrouw ook maar een sprankje aandacht te geven. Leegte, het niks, de wereld van Oblomov. Rechts spelen een man en een vrouw een liedesdialoog na uit Sorokins boek; tot drie keer toe bereiken ze een gezamenlijk hoogtepunt, met soms ironische liefdeswoordjes en uiteraard steeds gepassioneerder ademhaling. Heel ontnuchterend wil de man meteen de volgende ochtend vroeg ervandoor; hij moet weer in de rij staan.

In de abstractie die Carrousel nastreeft, krijgt de rij als metafoor verschillende betekenissen. Ze is niet alleen symbool van het zinloze wachten, ook van een alomvattende vergeefsheid. De liefde kan nog zo hartstochtelijk zijn, 's morgens is er weer het redderen, zijn er de beslommeringen van alledag. Wat boeit aan de voorstelling is deze verhaallijn, gedragen door acteurs die heel nauwkeurig het echec van elke grote inzet vormgeven; want het is tevergeefs te hopen dat het ooit goed komt, met dat wachten in een Russische rij voor een winkel die uitverkoop houdt van Amerikaanse jassen.

    • Kester Freriks