Britten in Peking met weinig tevreden

De Britse minister van buitenlandse zaken, Malcolm Rifkind, heeft zijn besprekingen met Chinese leiders deze week beleefd als “zeer positief” omschreven. Zijn optimisme illustreert opnieuw dat de Brits-Chinese betrekkingen de afgelopen vier jaar op zo'n dieptepunt zijn geweest dat hij met heel weinig tevreden kon zijn. Behalve herstel van de communicatie op hoog niveau en verbetering van de atmosfeer heeft Rifkind concreet niet veel bereikt.

De Chinese leiders hebben Rifkinds bezwering om in het belang van het vertrouwen van de bevolking van Hongkong, de democratisch gekozen Wetgevende Raad onmiddellijk na de Chinese overname op 1 juli 1997 niet te ontbinden, genegeerd. Rifkinds Chinese ambtgenoot, Qian Qichen, premier Li Peng en president Jiang Zemin hebben in koor gezegd dat daar niet meer over te praten valt. Met andere woorden: Londen wikt, Peking beschikt. Ook hebben de Chinese leiders negatief gereageerd op Rifkinds verzoek om de communicatie met gouverneur Chris Patten in Hongkong te hervatten. Patten is sinds zijn controversiële invoering van democratische hervormingen eind 1992 door Chinese functionarissen geschuwd als een 'onaanraakbare' en voortdurend het doelwit van scheldkannonades van de Chinese propagandamachine geweest.

De Chinese woordvoerder Chen Jian zei desgevraagd: “De terugkeer van Hongkong is een zaak van de Chinese en Britse regeringen: de betrokken partijen behoren China en Groot-Brittannië te zijn.” De betekenis hiervan is dat er wat China betreft geen andere rol voor Patten meer is dan een beetje symbolisch burgemeester van Hongkong te spelen, linten doorknippen en niet-politieke toespraken houden.

Patten zelf ziet dat anders. Hij doet niets om de gunst van China terug te winnen en heeft gisteren opnieuw een schot voor de boeg gegeven. Hij daagde China gisteren uit om geen 'valse' Wetgevende Raad te installeren na de overname en zwoer dat hij zijn kruistocht voor democratie en en de rechtsstaat niet zou staken. “Stilzwijgen betekent het breken van beloftes aan de bevolking van Hongkong”, aldus Patten.

De argumentatie van Rifkind om de hopeloze toekomst van de gekozen Wetgevende Raad toch ter sprake te brengen was dat een Chinese koerswijziging op dit punt zou helpen om te voorkomen dat de vertrouwenscrisis in Hongkong gedurende de laatste episode van het Britse bestuur tot een massale exodus van hoog opgeleide middenklassers zou leiden. Volgens opiniepeilingen zullen dit jaar ongeveer 100.000 mensen vertrekken, 50 procent meer dan in 1995. De Chinezen hebben echter een materialistische definitie van 'vertrouwen' en verbinden dat niet met democratie en de rechtsstaat. Premier Li Peng zei dat de toenemende exodus “niet erg” was. Li heeft bij eerdere gelegenheden gezegd dat zolang de Chinese economie hoge groei vertoont de vertrekkers terug zullen komen omdat er nergens ter wereld zoveel te verdienen valt als in Hongkong.

Een tweede reden waarom Rifkind - wetend dat het zinloos is - de zaak van de Wetgevende Raad toch ter sprake heeft gebracht is de Britse opvatting dat Londen een morele plicht heeft om te vechten voor democratie voor de bevolking van Hongkong ook al is slechts een minderheid daarin actief geïnteresseerd. “Het is onze plicht om het te blijven proberen,” aldus Rifkind.

Op de tweede dag van zijn driedaagse bezoek zei Rifkind dat er een belangrijke doorbraak was bereikt in de kwestie van de bouw van Container-Terminal no. 9, dat na de bouw van het vliegveld de grootste economische twistappel met Peking is geweest. De reden is de prominente rol die Jardine Matheson, het vlaggeschip van de historische Britse koloniale handelsbelangen in Hongkong in het bouwconsortium speelde. Bij nader inzien blijkt nu dat er helemaal geen overeenkomst is, alleen een nieuwe Chinese bereidheid om het welwillend te bezien. Chinese woordvoerders zeiden dat experts opnieuw moeten onderhandelen en Chinezen zijn grootmeesters om Britten aan de praat te houden tot zij een zenuwinstorting krijgen.

Wat uiteindelijk is bereikt zijn overeenkomsten over het nieuwe toekomstige paspoort van de Speciale Administratieve Regio (SAR) en over de status van niet-Chinese minderheden in de toekomstige SAR, die in principe onveranderd blijft. Details moeten echter door experts uitgewerkt worden. De paspoorten-overeenkomst is in feite een Britse concessie, want Engeland had tot voor kort bedenkingen om houders van SAR-paspoorten na 1997 visum-vrije toegang tot het Verenigd Koninkrijk te geven omdat het vreesde dat China willekeurig SAR-paspoorten aan vastelands-Chinezen zou geven. China heeft zich verplicht dat niet te doen.

Rest de vraag waarom Rifkind toch zo voldaan is over zijn China-bezoek. Het antwoord is dat er een mentale doorbraak is aan Britse zijde. De afgelopen maanden heeft men zich in Londen gerealiseerd dat het zinloos is om zich verder te blijven verzetten tegen China's ongebreidelde nationale macht om te doen wat het wil in Hongkong. Doorgaan met ruzieen zou alleen de Brits-Chinese handelsbetrekkingen op lange termijn schaden. De Britse aanpak vanaf nu is om symbolisch te blijven vechten voor democratie in Hongkong voor een eervolle Britse plaats in de geschiedschrijving, maar om in feite de Britse handels- en andere belangen veilig te stellen.

Dat is de grote opluchting voor Rifkind. De enige concessie die de Chinese leiders gedaan hebben is dat zij Rifkinds luide uitspraken over schendingen van de mensenrechten, met name de dood door nalatigheid van weeskinderen en de recente veroordeling van Wei Jingsheng, hebben aangehoord. Meer dan eens hebben zij in het verleden geen geduld voor dit soort 'monologen' getoond, want van een dialoog is nauwelijks sprake.

    • Willem van Kemenade