Bij Barnes & Noble

Op de televisie had een deskundige een interessant boek laten zien waarvan ik een seconde te laat dacht dat het wel eens te pas zou kunnen komen. De presentator had al een nieuw onderwerp aangesneden. Nu wist ik wel waarover dat belangrijke boek ging, maar niet de schrijver noch de titel. Dat dwong tot een vernederende onderneming: naar de boekwinkel, de balie van de inlichtingen, beheerd door een jongedame die alles weet, en dan bekennen: 'Op de televisie lieten ze gisteravond een boek zien - ik weet niet wie het geschreven heeft en ook niet hoe het heet maar het ging daar en daar over.'

Het meisje kijkt je minzaam-meewarig aan. 'Zo meneer, lieten ze op de televisie een boek zien! Hoe laat was dat?' 'Nou, ik denk een uur of half negen.' 'En welk kanaal was het, weet u dat nog?' 'Uh. Ik hèb het geweten.' 'Was het een man of een vrouw?' 'Die het liet zien? Een vrouw!' 'Weet u dan misschien nog hoe die vrouw heet?' 'Nee mevrouw.'

Ze tikt een paar trefwoorden op haar scherm en vertelt dan op dokterstoon hoe de schrijver heet en wat de titel is en dat ze het kan nabestellen. De definitieve domper op de voorpret van de aankoop: het nabestellen.

Zo is het niet gebeurd; zo had ik het me voorgesteld. Omdat de straten in New York met een brei van sneeuw en modder waren bedekt ging ik naar een boekhandel bijna om de hoek, een filiaal van Barnes & Noble. Mijn bijgeloof had me altijd verteld dat het niet goed met je afloopt als je daar wordt gesignaleerd, maar toen dacht ik: door wie eigenlijk? Zo iemand zou me moeten kennen en dan ook ik haar of hem, en dus zou het met die ander ook niet goed aflopen. De stoute schoenen aangetrokken.

Deze Barnes & Noble beslaat het souterrain en de parterre van een half blok. Nog niet ben je binnen of je voelt je omwolkt en meegedragen door muziek die overal vandaan komt: de Vijfde van Mahler. Ben ik hier in een boekwinkel? Het eerste deel van het handelsterrein, een vierkante meter of 300 schat ik, wordt in beslag genoemen door kasten, rekken, toonbanken met grammofoonplaten en cd's. In de verte staan boekenkasten. Ik kwam door de kinderingang, afdeling Mouse, Pooh, Flintstones, Repelsteeltje. Veel teddyberen en een paar fauteuiltjes waarin je de lectuur van je begeren rustig even kunt doornemen. Van lieverlee liet ik dit gebied van vrolijke pastelkleuren achter me, bereikte het meer naar donkerbruin neigend rijk van de volwassenen.

Ook hier waren alle voorzieningen getroffen waardoor de klant zich een onversneden lezer kan voelen. Clubfauteuils, tafeltjes van oud eiken, een sfeer waarin je de cultuur kon snijden, de geur van Dickens uit een spuitbus; zo geleerd rook het daar. En ik moet zeggen dat ze er heel veel hebben: alle klassieken, alle modernen, alle bestsellers, alle fotoboeken van alle wereldsteden. Alleen mijn boek hadden ze niet. Dat kon je Barnes & Nobel bij zo'n verpletterend aanbod niet eens kwalijk nemen.

Verderop is nog zo'n magazijn, ook een deel van een winkelketen maar dan in kantoorbehoeften. Ik denk aan Hermans' Preambule tot Paranoia: hoe de schrijver de verleiding niet kan weerstaan, een willekeurige, op zijn weg liggende papierwinkel binnengaat en er de koning te rijk weer uitkomt, met een paar riem papier, een folioboek - en misschien een niet-apparaatje, een handig snijdertje, dergelijke verleidelijkheden. Deze winkelketen heet Staples. Door de gewone kantoorbehoeftenwinkel valt er niet tegenop te boksen. Alles hebben ze er, van de simpelste ordner tot de geraffineerdste organiser.

We moeten het onder ogen zien: ook in Nederland maakt het grootwinkelbedrijf zich van het boek meester, en via het boek van de schrijver. Een groot taalgebied - groter dan het New-Yorkse, in compacte zin - is er niet, en daardoor kunnen allerlei gespecialiseerde winkels zich handhaven. Maar het specialisme in de verkoop brengt niet genoeg op om de gespecialiseerde schrijvers van een redelijke broodwinning te voorzien. Daardoor worden op den duur de specialismen in het schrijven dunner bevolkt, en het resultaat daarvan is weer dat ook de gespecialiseerde boewinkels minder te verkopen hebben.

Wat kan ertegen worden gedaan? In een clubfauteuil van Barnes & Noble kan de klant zich een erudiete Piet vinden, en misschien is hij dat ook wel. Maar in die gecapitonneerde verkoophallen gaat iets leuks verloren, om het zo maar te noemen. De enige trots voor het nageslacht is dat het die miniatuurwinkels al over een jaar of tien niet meer zal missen, niet eens zal weten wat ze waren.

    • H.J.A. Hofland