Alweer het IRT-spook

EN WEER LIET het IRT-spook van zich horen. Terwijl politiek Den Haag in gespannen afwachting is van het eindrapport van de Parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden, kwam daar opeens nog een 'post Van Randwijck-affaire' tussendoor. Met als smaakmakende element daarin de mededeling dat de minister van justitie de Tweede Kamer indertijd onjuist dan wel onvolledig zou hebben ingelicht. Het zijn trefwoorden die de politieke spanningsthermometer altijd onmiddellijk doen oplopen.

Op zichzelf deed het bericht dat de Amsterdamse procureur generaal Van Randwijck vorig jaar niet is ontslagen wegens disfunctioneren maar op grond van reorganisatiemotieven curieus aan. Want stond het functioneren van Van Randwijck al niet sinds het voorjaar van 1994 na het verschijnen van het rapport-Wierenga ter discussie? Dit eerste IRT-rapport repte toen al van de grote problemen die zich voordeden in het Amsterdamse ressort. Veel van wat door de commissie-Wierenga werd beweerd, is nadien in een ander daglicht komen te staan. Een constante in het geheel bleef echter het functioneren van Van Randwijck. Tijdens het debat in de Tweede Kamer over het vertrek van Van Randwijck, eind oktober van het afgelopen jaar, is dan ook nauwelijks gesproken over het ontslag als zodanig. Het ging louter om de daaraan gekoppelde gouden handdruk.

DE CRUCIALE VRAAG is of minister Sorgdrager van justitie tijdens dat tumultueuze debat de Tweede Kamer onjuiste informatie heeft verschaft. Iets dat zeker het geval zou zijn geweest, als de reorganisatie van de top van het openbaar ministerie het overheersend motief was geweest. Want op een vraag in het Kamerdebat van oktober liet minister Sorgdrager onomwonden weten dat dit niet het geval was.

In de brief die zij gisteravond naar de Tweede Kamer heeft gestuurd naar aanleiding van de publikaties over de 'werkelijke' ontslagreden van Van Randwijck draagt de minister argumenten aan voor haar redenering dat zij de Kamer niet op het verkeerde been heeft gezet. Het reorganisatie-element zou slechts een eventueel aangrijpingspunt kunnen zijn geweest om de slecht functionerende Van Randwijck op een elegante manier te laten vertrekken. Aanleiding voor zijn vertrek was echter de onwerkbare situatie in Amsterdam.

ENIGE FLUCTUATIE in de argumentatie is in de loop van een moeizame ontslagzaak niet ongebruikelijk. Zo bezien valt Sorgdrager weinig te verwijten en is er reden tot voorzichtigheid met politiek beladen termen als onjuiste informatie. Maar de politieke vertrouwensband tussen het parlement en een minister is een subtiele aangelegenheid. In het geval van Sorgdrager is de relatie belast door haar eis van een expliciet blijk van vertrouwen door de Tweede Kamer tijdens het debat over de gouden handdruk in oktober. Dat heeft de politieke irritatiedrempel verlaagd, en dat is alleen nog maar verder het geval wanneer de bewindsvrouw zich - zoals gisteravond op de radio - laat verleiden tot speculaties over een mogelijke politieke actie tegen D66-ministers. Daarmee maakt zij het zichzelf onnodig moeilijk. De Tweede Kamer heeft gisteren niet meer gedaan dan opheldering vragen. Daartoe is alle reden.