Zwarte Athena

Amsterdamse Boekengids, Interdisciplinair. Kwartaaltijdschrift, nummer 4, december 1995. Uitg.: Amsterdam University Press. Jaarabonnement: ƒ 55,-.

De Amsterdamse Boekengids, een initiatief van de Universiteit van Amsterdam, opereert in het niemandsland tussen de wetenschappelijke vakpers en de algemene media. Het deftige, zeer verzorgde tijdschrift geeft ieder nummer hoogleraren uit heel academisch Nederland de ruimte om belangrijke kwesties uit het eigen onderzoeksgebied te becommentariëren aan de hand van recente, internationaal belangrijke publikaties. Een verademing is dat een boek rustig enkele jaren oud mag zijn: het schept ruimte voor een afgewogen oordeel. Ook het laatste nummer van de eerste jaargang van de Amsterdamse Boekengids biedt veel lezenswaardigs. 'De mythe van het verdrongen nazi-verleden', 'Was Athena zwart?', 'Evolutie op de korte baan', 'De zon als bron van duurzame energie': het zijn prikkelende, controversiële onderwerpen die iedere zichzelf respecterende intellectueel behoren te interesseren - en waarover het laatste woord lang niet is gezegd. Dat geldt ook voor de vraag of de klassieke beschaving Grieks was, of juist zijn wortels had in de Afrikaans-Aziatische cultuur van de Phoeniciërs en de Egyptenaren. De Oudheid, aldus Heleen Sancisi-Weerdenburg, hoogleraar Oude Geschiedenis en Antieke Cultuur te Utrecht, maakt op ons een uitgesproken blanke indruk, gesymboliseerd door het wit van de marmeren beelden - al waren die oorspronkelijk bont beschilderd. Het is een visie waarop de niet-classicus Martin Bernal in 1987 met zijn boek Black Athena de frontale aanval opende. Volgens de Amerikaan redeneerden negentiende-eeuwse geleerden alle impulsen vanuit Egyptië en Phoenicië met pseudo-wetenschappelijke, door racisme ingegeven motieven weg en verdraaiden daarmee de geschiedenis. Athena, zo concludeert Bernal na historiografische deconstructie en linguïstisch en archeologisch onderzoek, was zwart. In politiek correct Amerika viel deze boodschap in goede aarde. Komende maandag is het weer Martin Luther King-dag en op bijeenkomsten van Classics Departments is het gemakkelijk scoren met steunbetuigingen aan de opvatting dat de klassieken van origine niet wit waren, maar zwart. Op de feitelijke inhoud en strekking van Black Athena wordt, zo ervaarde Heleen Sancisi-Weerdenburg op zo'n King-bijeenkomst, niet ingegaan. Afrika's bijdrage aan het ontstaan van de westerse beschaving was vastgesteld en dat was dat. De Afro-Amerikanen konden tevreden zijn dat een pijnlijke vertekening in het historische besef was rechtgezet. Voor de Utrechtse hoogleraar was helliocentristische vertekening niets nieuws: in haar eigen onderzoek naar de geschiedenis van het Perzische rijk is ze er regelmatig mee geconfronteerd. Dat het traditionele beeld van de Oudheid aan herziening toe was, leek evident. Dus stond Sancisi-Weerdenburg aanvankelijk niet onwelwillend tegenover de conclusies van Bernal. Maar toen ze aan lezing van Black Athena toe kwam, maakte goedgunstigheid al snel plaats voor zware kritiek. Black Athena mag bij oppervlakkige lezing de indruk wekken van verbluffende belezenheid en geleerdheid, ruim voldoende om de argeloze lezer in te palmen, wie beter kijkt ziet een auteur die coûte que coûte wil aantonen dat een van de centrale onderdelen van de Europese cultuur op niet-Europese bodem is ontstaan. 'Je kunt je afvragen', aldus Sancisi-Weerdenburg, 'of het nodig is, voor de onbetwijfelbaar broodnozakelijke emancipatie van de niet-westerse wereld precedenten te forceren. (...) Geschiedenis mag dan regelmatig dienen om het heden te rechtvaardigen: de toekomst heeft die rechtvaardiging niet nodig.' Op het simplistische interpretatiekader van Bernal valt het nodige af te dingen. Een spoor van contact 'bewijst' al snel de superioriteit van de gevende cultuur, en iedere moderne archeologische vondst die niet in zijn kraam van pas komt kwalificeert de Amerikaan laatdunkend als 'een bot instrument'. Maar de kern van Sancisi-Weerdenburgs bezwaar tegen Black Athena zit dieper. Wat echt steekt is dat de Amerikaan de waarde van de kritische methoden voor bronnenstudie als een van de fundamenten van het (oud-)historische bedrijf stelselmatig ontkent. Die zouden slechts dienen om een toenemend racistische (witte) visie op het ontstaan van de Europese cultuur ingang te doen vinden. Bernals kritiek op de wetenschappelijke methodologie van de negentiende eeuw is inhoudelijk nauwelijks onderbouwd, aldus Sancisi-Weerdenburg. Vaak speelt de Amerikaan op de man: de geleerde deugt niet, dus wat hij zegt kan ook niet deugen. Winckelmann was homoseksueel en van Wilcken wordt vermeld dat hij in de nazi-periode zijn hoogtepunt beleefde. De Utrechtse hoogleraar beaamt dat Athena kleurrijker is dan tot voor vijf decennia geleden werd gedacht, en dat negentiende-eeuwse Altertumswissenschaft de Griekse wereld verdacht veel op de Duitse deed lijken. Maar ze wenst het kind niet met het badwater weg te gooien, gehecht als ze is aan de collectie methoden die is ontwikkeld om resultaten van historisch onderzoek bespreekbaar en toetsbaar te maken. 'Hoe moet het ons overgeleverde verleden worden onderzocht als de wetenschap als racistisch instrument is gediskwalificeerd? Dan blijft alleen politiek over als middel, methode en instrument om de juistheid van resultaten te beoordelen. En dat hebben we deze eeuw al eerder meegemaakt.'

    • Dirk van Delft