Zilver; Edel, ongenaakbaar en vertrouwd

Het is niet goud, maar zilver dat de van oudsher sobere Nederlandse beschaving typeert. Goud is voor vorsten, zilver voor de burgers. Met de poetsdoek in de aanslag, dat wel.

Westfries Museum, Rode Steen 1, Hoorn, ma t/m vrij 11-17u, za/zo 14-17u. Zilver-expositie t/m 25 feb. Inl 0229-280028.

Rijksmuseum, Amsterdam, dag 10-17 uur. Het zilver van 'De Lelijke Tijd' t/m 31 maart. Inl 020-67 32 121.

Haags Gemeente- museum, di t/m zo 11-17u. Inl 070-33 81 111

Goud- Zilver- en Klokkenmuseum Schoonhoven, di t/m zo 12-17u. Er vinden regelmatig demonstraties van zilversmeedkunst plaats in het museum. Inl 0182- 38 56 12

Galerie Steltman, Spuistraat 330, Amsterdam, werk van Borek Sípek tot 28 feb. Inl 020-622 86 83. Enig werk van Sípek ook bij Studio 925 in Schoonhoven, Kloosterwal 1, Inl 0182-38 67 23

Een lichte machteloosheid spreekt uit de naam van een tentoonstelling in het Westfries Museum, 'Zilver, zilver en nog eens zilver', en dat is wel begrijpelijk. Het museum is een tijdje geleden op zoek gegaan naar oud kerkzilver in West-Friesland, en werd overstelpt door de hoeveelheid die aan het licht kwam. Uit 22 katholieke parochies van Bovenkarspel tot Zwaag, die eeuwenlang hebben bestaan als 'schuilkerken' omdat de officiële godsdienst de Hervormde was, kwamen tientallen, honderden voorwerpen naar het museum. Rijk versierde objecten met mysterieuze namen als monstrans, pyxis, ciborie, die allemaal een rol hebben vervuld bij de bediening van mis en sacramenten. Nu maken zij in Hoorn deel uit van een zilvertentoonstelling waarin (als tegenwicht voor al die Roomse krullen en stralenkransen) ook gebruikszilver en een zaal moderne zilverontwerpen te zien zijn.

Nederland is nu eenmaal een zilverland. Misschien is het wel typerend voor onze sobere beschaving dat niet goud, maar zilver zo alomtegenwoordig is - of was? - in huishoudens, kerken, verenigingen, musea. Goud is voor vorsten, zilver voor burgers. Zilver, dat in tegenstelling tot goud op den duur zwart wordt aan de lucht, en dan weer gepoetst moet worden; maar het is dan ook heel wat goedkoper dan goud. De marktprijs voor ruw zilver is de laatste jaren gedaald tot een fractie van die van goud. Volgens de beursnotatie kost een kilo zilver niet meer dan twee- à driehonderd gulden.

Maar het kan schitterend mooi zijn. Zilver glanst metalig koel of boterig warm,het is spiegelglad of gekroesd als water waar een briesje overheen strijkt. Wie de elegantie ziet van een antieke gezaagde broodmand of een moderne bruidsbeker, heeft weinig boodschap aan de prijs van de ruwe grondstof.

Toch blijft een enorme hoeveelheid zilver een indrukwekkend gezicht. Bijvoorbeeld in de Eregalerij van het Rijksmuseum, waar op het ogenblik een lange rij vitrines staat met daarin tientallen zilveren kandelaars, spiegelplateaus en bonbonnières. De opstelling is een noodgreep, omdat voor dit alles geen plaats meer was op de tentoonstelling 'De Lelijke Tijd', elders in het gebouw. De 81 objecten vormen samen een surtout de table (tafeldecoratie dus) dat in 1888 door Koning Willem III bij de firma Begeer is besteld als kerstcadeau voor zijn achtjarige dochter Wilhelmina. Het surtout wordt nog steeds af en toe gebruikt door Koningin Beatrix bij feestelijke diners, maar is bij uitzondering aan het Rijksmuseum te leen gegeven (en men wilde daar niet flauw zijn door maar een deel te exposeren).

De weelderige vormen van de kandelaars, waarin de kaarsen worden gedragen door langgerekte, krullende bladeren zijn van een vrolijk-makende feestelijkheid. “Niemand kijkt hier meer naar de schilderijen aan de muren, het zilver in de vitrines trekt alle ogen,” merkte conservator Reinier Baarsen verbluft op bij de opening.

Tegen zoveel pracht kan de expositie in Hoorn niet op. De kelken en hostiehouders, gemaakt om in één kerk het aller-, allerheiligste te symboliseren, staan hier zij aan zij, zodat hun uniekheid verloren gaat. De rijkdom van de versieringen doet voor twintigste-eeuwse ogen naïef aan; alleen wie goed kijkt, ziet hoe verfijnd hier een engelengezichtje, daar een bloemmotief of ribbelrand opdoemt uit het koele metaal. Voor onwetenden en ongelovigen wordt in het museum rond een nagebootst altaar, compleet met priester en misdienaren, de functie van de voorwerpen toegelicht.

In de bovenzaal van het Hoornse museum is hedendaags zilver te zien, waarvan de makers zich bewust afzetten tegen de oubolligheid die het oude zilver wel eens aankleeft. Gladde vlakken en rechte lijnen, bizarre vormen ook, maken duidelijk dat de objecten er vooral 'modern' uit moeten zien. Te zien zijn onder meer de inzendingen voor de jaarlijkse prijs van de organisatie Zilver in Beweging (de VSB zilveren hamer 1995), waarvan het thema dit keer luidde: 'De hoed en de rand'. De winnares, Anneke de Rond, maakte een zilveren schaaltje dat lijkt te zijn losgescheurd uit een brede rand; mooie vormen, tegelijk weelderig en informeel.

Zilver in beweging is een van de organisaties die tot doel hebben, bekendheid te geven aan de hedendaagse edelsmeedkunst. Zilver, in Nederland ooit een alledaags verschijnsel waarvan in elk huishouden wel een voorbeeld te vinden was - al was het maar een geboortelepel of een bekertje - is immers uit het dagelijks leven van veel mensen verdwenen.

Dat is jammer. Het is ook een breuk in de cultuurgeschiedenis van een land waar het zilverambacht eeuwenlang op hoog niveau is beoefend, tot in ver afgelegen provincies toe. Niet alleen steden in het Westen maar ook Friesland, Groningen en Gelderland hebben rijke eigen zilvertradities. Fries zilver bijvoorbeeld is vanouds 'wilder' van ornamentatie dan dat uit andere streken; het Fries Museum in Leeuwarden toont in zijn kelders een van de belangrijkste collecties van het land.

Ook het Haags Gemeentemuseum heeft een grote verzameling zilver. Sinds kort is hier de afdeling Oude Kunstnijverheid in ere hersteld, met vitrines naar het oorspronkelijke ontwerp van Berlage, de architect van het museum. Er zijn indrukwekkende zilveren objecten te zien, van zware bakken - teilen haast - waarin ooit wijnglazen werden gekoeld tot een teer rozenwaterbrandertje uit 1820. In de Japanse lakkamer, de meest excentrieke van de zes stijlkamers in het museum, staat koloniaal zilver opgesteld. Dit bewijst dat Nederland zijn zilvertraditie zelfs in de overzeese gebiedsdelen in stand hield. De opvallende zilveren schalen zijn in de 17de en 18de eeuw onder toezicht van Nederlanders vervaardigd door inheemse zilversmeden in Nederlands-Indië. De vormen zijn iets gestileerder dan in het vaderland gebruikelijk was, zodat zij voor hun tijd modern, bijna art-nouveau-achtig aandoen.

Wie aan het begin wil beginnen, gaat naar Schoonhoven. Hier bevindt zich sinds honderd jaar de belangrijkste Nederlandse vakopleiding voor de edelsmeedkunst. Zij is opgericht in een tijd dat de industrie het ambacht begon over te nemen, terwijl de gilden, eens de hoedsters van het ambacht, al sinds de Franse tijd nauwelijks meer een rol speelden. Tegenwoordig vormt Schoonhoven het hart van de Nederlandse zilvercultuur. In een oud kazernegebouw is hier sinds 1978 ook het Nederlands Goud-, Zilver- en Klokkenmuseum gevestigd.

De enorme zilverzaal op de tweede verdieping van het museum is een feest om in te vertoeven - en zo hoort het natuurlijk ook. In heldere vitrines staan alle mogelijke varianten op het thema zilver (en een beetje goud) thematisch gegroepeerd. De consciëntieuze bezoeker kan beginnen bij de winning van de edele metalen en zich verdiepen in de historie van het ambacht, van zilverkeuren enzovoort. Maar wie daar geen zin in heeft, kan ook meteen naar de mooie voorwerpen gaan kijken.

De oudste dateren van de 17de eeuw; ontroerend mooi is bijvoorbeeld een zilveren wijnkan (ca. 1670) van de Groningse zilversmid Dentinck. Hij - de kan - heeft een glad bol buikje, een gegraveerd deksel en een handvat met een onnavolgbaar sierlijk krulletje aan het eind.

Tegen de muur hangen in met damast gestoffeerde vitrines vele tientallen lepels en ander gebruikszilver. Mergboren, vleespennen, sla-tangen, cake-snijders, kruimelschuivers en niet te vergeten de gezellige bowllepels, de steel omlaag, hun schepgedeelte afhangend als mutsjes. Verderop het grote werk: sobere, el-lange brijlepels, fantastisch bewerkte visscheppen. Weer elders de dwergjes, de mosterd- en de zoutlepeltjes. Alles bij elkaar is dit een uniek kijkje in de burgerlijke tafelcultuur van de laatste eeuwen.

In de afdeling folklore is naast oorijzers en bijbelgespen een zilveren soezenmand te zien - wie wist dat zoiets bestond? Ook de Nieuwe Kunst van het begin van deze eeuw is vertegenwoordigd, met werk van ontwerpers als Jan Eisenloeffel en Christa Ehrlich.

Het museum verzamelt tevens werk van hedendaagse zilversmeden. Hoe verschillend de stijlen zijn waarin die werken, is te zien in twee vitrines naast de ingang van de zaal waar leden van het St. Eloy-gilde enkele van hun produkten hebben staan. Dit gilde, opgericht in 1988, verenigt de meeste Schoonhovense goud- en zilversmeden onder de naam van de heilige, St. Eloy, die al in de middeleeuwen hun schutspatroon was. In een van de vitrines staat een ouderwets uitziende Hansje-in-de-kelder (een drinkschaal met een poppetje in het midden, waarmee in vroeger eeuwen op de aanstaande komst van een kind werd gedronken). Het blijkt een door zilversmid R. Heerens met ongehoord vakmanschap gemaakte replica te zijn.

Wie de trap weer af loopt moet even de klokkenzaal betreden, al was het maar om het geluid van duizend tikkende uurwerken tegelijk te ervaren. In het museumwinkeltje zijn nog wat kleinere replica's van zilveren voorwerpen uit het museum te koop, zoals een allerliefst duimvormig doosje waarin een kaarsje schuil gaat: het is een 19de-eeuwse reiskandelaar.

Nog steeds vormen de mensen die 'in het zilver' werken het grootste aandeel in de Schoonhovense beroepsbevolking. In het stadje is zilver te zien en te koop in vele galeries en werkplaatsen; ook voor het toerisme is het zilver van groot belang.

Een van de wonderlijkste eigenschappen van zilver is, dat hoe het ook verwerkt en gevormd is, toch altijd een zweem van de traditie aan een zilveren voorwerp blijft hangen. Geen moderne zilversmid kan het metaal benaderen zonder zich van die eeuwenoude echo's in zijn materiaal bewust te zijn. Wie er zich al te nadrukkelijk tegen afzet, maakt gekunstelde objecten. Op de grens van dat verschijnsel beweegt zich de kunstenaar Borek Sípek, die als Tsjech in ieder geval niet is grootgebracht met de Nederlandse zilvertraditie. Bij Galerie Steltman in Amsterdam wordt 'tafelzilver' van Sípek (gerealiseerd door Schoonhovense zilversmeden) in een theatraal decor geëxposeerd. Een theezeefje, een citroenknijper, een sigarettenkoker: de namen doen vertrouwder aan dan de objecten er uit zien. De functie is hier welhaast een excuus voor een wonderlijke vorm. Wie zou een zilveren krulspeld van ƒ 980,- nu voor zijn prozaïsche doel willen gebruiken? Pas als speeltje op tafel, of misschien als messenlegger, wordt hij een begerenswaardig voorwerp.

Maar toch is ook bij Sípeks zilver soms de zwaartekracht van de traditie te voelen. Zijn zware drinkbekers op hoge voet doen niet denken aan oud-Hollandse roemers, maar wel aan de kelken waaruit barbaarse sprookjeskoningen wijn drinken. Zijn taartschep is een griezelige dolk, en zijn peper- en zoutstrooier een vertederend doosje.

Zilver blijft zilver, blijft ongenaakbaar en vertrouwd tegelijk. Op honderden, misschien duizenden plaatsen in Nederland is het te zien en soms ook te koop; het ziet er gelukkig niet naar uit dat daar binnenkort verandering in komt.

    • Ileen Montijn