Van held tot hulpverlener; Vernieuwd museum exposeert geschiedenis marine

Mariniersmuseum der Koninklijke Marine, Wijnhaven 13, Rotterdam. Inl 010-4129600

Aan de Rotterdamse Wijnhaven werd onlangs het geheel vernieuwde Marinemuseum geopend. Een expositie toont zowel de glorie als de ontberingen van de Nederlandse zeesoldaat. Buiten wacht een oude mijnenveger op restauratie.

Met niets valt zoveel militaire eer te behalen als met een hopeloze strijd. Overal ter wereld hebben strijdkrachten een famous last stand in de annalen. Het Franse Vreemdelingenlegioen moest zich begin negentiende eeuw bij Camerone tegen een overmacht van Mexicaanse troepen gewonnen geven, een Brits garnizoen in Khartoem beet eind vorige eeuw onder Gordon in het stof tegen een massa Soedanese moslims en het Nederlandse Korps Mariniers verdedigde de Rotterdamse Maasbruggen in de meidagen van 1940 ook al heel heldhaftig, maar niet minder vergeefs.

Natuurlijk is deze wanhopige strijd het piece de resistance in de collectie van het geheel vernieuwde Mariniersmuseum in Rotterdam. Het museum is sinds vorige maand gevestigd in enkele doorgetrokken panden op het toenmalige strijdtoneel aan de Wijnhaven. Met behulp van een gedetailleerde maquette van de bruggen en een commentaarstem worden de prestaties van de 'Zwarte Duivels' - zoals de Duitsers onze zeesoldaten volgens de overlevering doopten - nog eens uitgebreid uiteengezet.

De opening van het nieuwe Mariniersmuseum viel december vorig jaar samen met de viering van het 330-jarig bestaan van het Korps Mariniers. Sinds de oprichting van een 'Regiment de marine' door raadspensionaris Johan de Witt en admiraal De Ruyter zijn Nederlandse zeesoldaten overal ter wereld ingezet. Uit de eerste twee eeuwen zijn vooral parafernalia, scheepsmodellen en schilderijen te bezichtigen. 'Beschrijvinge van de furieuse Attaque der Franssen' meldt een van de prenten uit die periode; ook voor de meidagen ging er kennelijk weleens wat mis. Grootste deel van de tentoonstelling is gewijd aan de inzet van de mariniers in deze eeuw, waarover natuurlijk ook het meeste voorhanden is.

Museum-directeur Paul Fluttert, die pas in 1992 werd aangetrokken, is zelf geen marinier, niet eens militair. En dat is te merken. Rijen uniformen, helmen en wapens vormen niet, zoals gebruikelijk bij dit type exposities, het middelpunt van de aandacht. 'Ik heb andere Nederlandse musea bezocht om te zien hoe het wel en niet moet', zegt Fluttert. 'Ik heb het museum ingericht met het oog van de etaleurs van de Bijenkorf, omdat die de nieuwsgierigheid echt weten te prikken.' Fluttert heeft daarbij de tegenwoordig controversieel genoemde acties niet onderbelicht. 'Bevrijdt Indie!' schalt bijvoorbeeld een recruteringsposter uit 1947 tegen 'wie aanleg heeft voor lasser, radiotelegrafist of schoenmaker'. Interessant, en minder bekend, is ook het materiaal over een contingent Nederlandse mariniers dat deel uitmaakte van de internationale troepenmacht die halverwege de jaren dertig door de Volkerenbond naar Saarland was gestuurd.

Het tegenwoordige werk van de mariniers is onder andere gericht op het verlenen van humanitaire hulp in gevaarlijke gebieden, maar ook de training onder polaire condities wordt in ere gehouden. In een hoek van de expositie staat een tent zoals de mariniers bij de VN-operatie in Cambodja gebruikten. Aan een tentstok hangen kaartjes van vriendinnetjes, ondertekend met tientallen kruisjes. Naast een canvas veldbed ligt een beduimelde Playboy. Over de uitstalling van de winteruitrusting klinkt een gure wind en wie goed luistert, hoort in de verte zeehonden blaffen. Of zijn het toch de apen van de geluidsband uit Cambodja? Jammer is wel, dat helemaal niets wordt gemeld over de activiteiten van de Bijzondere Bijstandseenheid, die bij de beeindiging van gijzelingen is ingezet.

In de Wijnhaven voor de deur ligt ook nog een oude mijnenveger afgemeerd: HMS Houtepen, in 1962 in de vaart genomen. Vrijwilligers zullen de Houtepen de komende jaren geheel in oude staat herstellen. Daar gaat volgens een rondleidende voormalige kwartiermeester nog heel wat werk in zitten. 'Onlangs hebben we nog een dieselmotor uit Nieuw- Guinea laten overvliegen.' Alle bouten en moeren blinken al weer.

Volgens Fluttert onderstreept het geheel uit hout opgetrokken bootje de band tussen koninklijke Marine en het Korps Mariniers. In 1997 krijgen de mariniers een eigen transportschip, zodat ze niet meer bij de Engelse marine hun duim hoeven op te steken.