Teugelloze theologie (3)

In zijn bijdrage aan het relidebat maakt de Leidse filosoof Herman Philipse korte metten met “de meest verkochte protestantse theoloog in Nederland”, Harry Kuitert. Aanleiding is de omstreden wetenschappelijke status van de theologie en de daaruit voortkomende subsidiekwestie. “God kan niet wetenschappelijk onderzocht worden”, meende Kuitert. “Hoe wil hij dan aantonen dat men theologie wetenschappelijk kan beoefenen? Kuiterts positie lijkt hopeloos”, schrijft Philipse. Philipse eindigt zijn betoog met de vraag: “Wordt het niet tijd theologische opleidingen te privatiseren? Ritzen kan dan altijd nog besluiten ze een kleine subsidie te verlenen, via de 'C' van zijn ministerie. Want bij de 'W' horen ze echt niet thuis. Het wordt dan ook gemakkelijker de niet-christelijke godsdiensten een gelijke behandeling te geven, zoals dat in een volwassen monarchie betaamt.' Geen speld tussen te krijgen. De religieuze kwestie is inderdaad alleen te pacificeren door de godsdienst als een vorm van kunst te beschouwen en als zodanig te behandelen. Het menselijk denken en handelen draait in drie hoofddisciplines om de maatschappelijke kern: overleven. Als een atoom met drie elektronenschillen: Politiek, Wetenschap en Kunst. Philipse verwijst de godsdienst nu terecht naar de buitenste schil, die van de kunst. De meeste gelovigen voelen zich daar dan ook meer thuis, meer logische armslag denken ze, lekker teugelloos, niet van dat enge precieze. Ze vergissen zich. Maar laat ze maar komen, laat de kunst de godsdienst als een gelijke omarman. Maar dan wel gelijke monniken, gelijke kappen: als de godsdienst geen belasting betaalt, dan ook de kunsten niet! Met Philipse's voorstel is Aad Nuis' begrotingsprobleem in één klap opgelost - een meesterlijke tweevliegenslag!

    • Peter Schat