Stekelbaarzen hebben flexibel geheugen

Ervaring speelt ook voor vissen een belangrijke rol bij de omgang met prooidieren. Maar wat te doen met verworven kennis wanneer die niet hoeft te worden toegepast? Veel vissen hebben de neiging snel te vergeten. Dat is geen kwestie van puur gebrek aan herinneringsvermogen, want zeer relevante informatie, zoals die over giftigheid van prooien, blijft wel lang in het geheugen opgeslagen. Maar aangeleerde, specifieke technieken om bepaalde prooien te verwerven zakken snel weg.

Sommige vissen zijn daarbij weer wat korter van geheugen dan andere. Zo is een regenboogforel (Oncorhynchus mykiss) een aangeleerde vaardigheid bij het voedselzoeken pas na drie maanden zonder toepassing helemaal kwijt; bij een zeestekelbaars (Spinachia spinachia) staan daarvoor acht dagen. Het is al een ouder idee dat zulk geheugenverlies sterker is bij soorten die een gevarieerd en wisselend voedselaanbod hebben. Langdurige opslag van speciale behandelingstechnieken zou het flexibel omgaan met nieuwe voedseldieren ondergraven.

Dat dit inderdaad mogelijk een rol speelt is nu in de praktijk aangetoond, door onderzoekers aan de universiteit van Wales (Behaviour 132 (15-16). Zij onderzochten stekelbaarzen van verschillende herkomst. Allereerst de Zeestekelbaars, een permanente zeebewoner, en twee vormen van de bekende, veel kleinere driedoorn (Gasterosteus aculeatus). De vorm trachura is een pendelaar die het voortplantingsseizoen in zoet water doorbrengt, maar de winter in zee. De leura vorm van de driedoorn werd betrokken uit een niet-migrerende zoetwaterpopulatie.

Na een lange periode in gevangenschap met alleen maar saaie, hapklare brokjes op het menu kregen deze van doen met onder meer vlokreeften (Gammarus spp.): flinke, actieve zwemmers met een stevig uitwendig skelet. Individuele vissen leerden die tijdens opeenvolgende voedersessies duidelijk efficiënter te behandelen, zowel wat het vangen, bewerken als doorslikken betreft. De leersnelheid van de verschillende soorten en vormen kwam overeen.

Met de geheugenprestaties lag dat anders. Na verschillende periodes van onthouding kregen de dieren opnieuw de gelegenheid hun geleerde vaardigheden op vlokreeften toe te passen, daarbij kritisch gadegeslagen door de onderzoekers. De zeestekelbaarzen en de driedoorns van de pendelende populatie bleken de opgedane technieken snel te verliezen. Binnen respectievelijk acht en tien dagen bevonden zij zich weer op beginners-niveau. Het geheugen van de driedoorns uit de permanente plaatselijke zoetwaterpopulatie bleek daarentegen heel goed: zij toonden zich na vijfentwintig dagen zonder opfrissing van hun kennis nog net zo efficiënt.

Op grond van de vermoede evolutie van stekelbaarzen is er wat voor te zeggen dat de zeestekelbaars ook in mentaal opzicht gewoonweg wat primitiever is. Maar de auteurs voeren aan dat ook tussen de zeer nauw verwante driedoorn-vormen een flink verschil werd gevonden. De verschillen interpreteren zij daarom als een aanpassingsreactie op de stabiliteit en veelvormigheid van het natuurlijke voedselaanbod. Zeestekelbaarzen hebben in de getijdezone en ondiepe kustzone te maken met veel variatie en fluctuatie: de omgeving ondergraaft de voorspelbaarheid van het aanbod. In die omstandigheden keldert oude informatie snel in waarde. Zulke zeebewoners zijn in het voordeel wanneer zij snel kunnen leren over tijdelijk aanwezige prooitypen. Een lang geheugen zou daarbij een snelle aanpassing in de weg zitten. Het optimale 'geheugenvenster' zou betrekkelijk klein moeten zijn.

Voor de trachura vorm van de driedoorn geldt een deel van de tijd hetzelfde; bovendien komt hij door onbekend gebieden op zijn migratie van en naar het zoete water. Daar verblijft de leura vorm permanent, in plassen en vijvers die relatief stabiel zijn. Flexibiliteit bij het voedselzoeken staat in die betrekkelijk simpele omgeving niet voorop: er is alle ruimte voor het op basis van geheugenmateriaal en vooroordelen benaderen van prooien.

    • Frans van der Helm