Spelling

Meest karakteristiek voor ons land was in het afgelopen jaar het spellingsconflict dat ten onzent minstens eenmaal per generatie de kop opsteekt. Frequente spellingswijzigingen onderscheiden kleine taalgebieden van een wereldtaal als het Engels. De voorzichtige pogingen tot vereenvoudiging van de Franse spelling zijn symptomatisch voor afzien van mondiale status.

In W&O van 28 dec. beschrijft Liesbeth Koenen taalverwerving van doven en andere gehandicapten zoals onderzocht door Lila Gleitman en medewerkers. Zij vonden dat subtiele onderscheidingen grotendeels door inprenting geassimileerd worden en dat geldt voor gebarentaal evenzeer als voor spraak. Bovendien zou de inprenting rond het zeventiende jaar, dat is bij het einde van de puberteit afsluiten.

Tevens wordt een onderzoek van Newport vermeld: geverseerde gebruikers van gebarentaal konden uitingen in die taal beoordelen op grammaticale juistheid. Tervoort stelt in Psycholinguistiek (1972) dat de spraak essentieel lineair in de tijd verloopt terwijl het gebaar simultaan een woord, zinsdeel of gehele zin kan samenvatten; moet in gebarentaal een woord gespeld worden dan houdt dit de overdracht van informatie zeer op.

Gevorderde lezers gebruiken een soortgelijke strategie. Zelden registreert men bewust afzonderlijke letters. Veeleer worden met één oogopslag woordfragmenten, gehele woorden en zinsdelen waargenomen en herkend aan betrekkelijk weinige karakteristieke patronen. Dit maakt correctie van drukproeven vaak tot een zeer frustrerende bezigheid.

De Engelse spelling levert vergeleken met de Nederlandse veel selectiever woordbeelden hetgeen versneld lezen aanzienlijk vergemakkelijkt. Tucholsky heeft beweerd dat het Engels louter bestaat uit verkeerd uitgesproken leenwoorden; misschien wel geestig maar niet terecht. Noam Chomsky beschrijft in Language and Mind (1968) een aantal fonologische regels waaraan de uitspraak beantwoordt.

Zo wordt bijvoorbeeld de groep 'sign', ontleend aan Frans 'singe' als afzonderlijk woord uitgesproken als sayn, maar in afleidingen en samenstellingen als sign- signal, signify, significant. Dientengevolge worden woorden die in afleiding en betekenis, etymologisch en semantisch, bij elkander behoren ook in hun woordbeelden als groep herkend. Voorzover dergelijke fonologische regels in het bewustzijn van Engels sprekenden opereren zal het interne mentale taalmodel meer overeenkomen met gangbaar geschreven Engels dan met de fonetische weergave volgens G.B. Shaw. Het is hierdoor dat het Engels zo voortreffelijk fungeert als internationale taal: grote variaties in spreektaal (van Aussies, Kiwis en Yankees) refereren aan eenzelfde schrijftaal.

In vereenvoudigd Nederlands gespelde leenwoorden lijken vaak op goed-Nederlandse woorden. Wien zoiets eenmaal is opgevallen dien blijven zulke associaties kwellen. Zo bijvoorbeeld roept dan versimpeld gespeld 'rhythme' het beeld op van een duinlandschap met een galopperend peloton huzaren onder commando van een ritmeester, en dat is zeer hinderlijk onder het lezen.

Nederlandse spellingswijzigingen bestaan bijna altijd uit voorschrijvende, bedachte regels. En die zijn vaak lastig toe te passen. Het voorgaande betoog ondersteunt de voorspelling dat nog een paar dergelijke verspellingen het Nederlands tot dode taal zullen reduceren.

    • Evert Farenhorst