Pikorde

Rekenen, taal, aardrijkskunde, geschiedenis, dat leerden wij vroeger op de lagere school. Rekenen staat voorop want het was het belangrijkste vak. Rekenen selecteert het best.

Ook in de vakken van de middelbare school is een pikorde. Bovenaan, zo hoog dat velen het niet eens weten, staat Grieks. Bestudering van het Grieks levert kennis net zo hoog gewaardeerd en geheimzinnig als het kralenspel in Hesse's gelijknamige boek. Na Grieks komt Latijn. Dan de echte vakken: Nederlands, wiskunde, of toch eerst natuurkunde? Scheikunde komt achter de vreemde talen Engels, Duits en Frans. Het is te makkelijk en wordt niet in de onderbouw gegeven. Biologie komt daarna - te soft. Vakken als geschiedenis en aardrijkskunde hebben een onderlinge strijd gestreden, geschiedenis heeft gewonnen. Maar ondertussen zijn beide gepasseerd door economie.

We komen nu in trieste sferen terecht met vakken die dikwijls niet eens geëxamineerd worden. Maatschappijleer heeft zich met veel kabaal geworsteld tot bovenin de onderkant. Verzorging heeft boven de creatieve vakken als voordeel dat er degelijke proefwerken in gegeven kunnen worden. Maar toch staat techniek iets hoger, want techniek is mannelijker. Natuurlijk nemen wij techniekdocenten niet serieus. Gymnastiek: ze kunnen het wel lichamelijke opvoeding of bewegingsonderwijs noemen, maar het komt eigenlijk niet op de lijst voor. Het is geen vak. Laat tijdens de rapportvergadering de gymleraar in godsnaam een korfbaltournooi organiseren.

De pikorde is zo subjectief als de waardering voor Hema-worst. Gelukkig zal geen enkele lezer het met de volgorde hierboven eens zijn. Maar ze zullen allemaal begrijpen wat ik bedoel. De status van een vak hangt vooral af van de moeilijkheidsgraad, met de mate waarin het vak een selecterende werking heeft.

Laten we een nieuwe pikorde maken. Laten we het nut voor de leerling vooropzetten. Het hoogste nut is geluk, vreugde, plezier, op school en later, maar vooral nu op school. Ik stel de nieuwe pikorde in m'n eentje vast want ondanks dit ordeningsprincipe ontstaat anders ongelofelijk gekrakeel. In ieder geval schuif ik Grieks en Latijn een heel eind naar achteren. Wiskunde is helemaal een schromelijk overschat vak. Hoeveel procent van de lezers hanteert meer dan eens per jaar logaritmes of merkwaardige produkten? Nou dan. Onzin leer je er. Onder het mom van ontwikkeling van de geest. Alsof je die vaardigheden niet veel prettiger kan leren met een cursus schaken.

Een vak is nuttig als kinderen bezig zijn, als ze leren iets te maken, als hun creativiteit wordt ontwikkeld. Dus komen bovenaan: tekenen, handvaardigheid, techniek en muziek. Muziek is een probleem. Als muziekonderwijs niet meer is dan muziekschriftonderwijs, mag het wat mij betreft afgeschaft worden. Natuurlijk blijft Nederlands dicht bij de top. Tekst is een produkt van creativiteit. Verder wordt er op school niet veel gemaakt.

Gym levert nut en plezier. Dan kaal nut: maatschappijleer, als het leert hoe de maatschappij functioneert, economie, natuur- en scheikunde, geschiedenis, en aardrijkskunde. Tussen economie en natuurkunde zet ik Engels. Met verzorging weet ik niets aan te vangen en de andere vreemde talen bungelen onderaan.

Helaas staan enkele tragische vakken niet in de pikorde. Ze worden niet gedoceerd. Een vak over het denken: filosofie (daar mag religie en Zen bij) en over de mens: psychologie (flintertjes ervan zijn in verzorging te vinden). En ieder die ooit op het toneel een kind zag opbloeien weet dat dramatische expressie in het onderwijs hoort, heel hoog op de lijst. Nu kan de lezer aan het werk, zijn eigen ordening maken.