Philips: eindloonstelsel bij pensioen afschaffen

DEN HAAG, 11 JAN. De directie van Philips wil in de bedrijfspensioenregelingen het eindloonstelsel vervangen door het middelloonstelsel. In de huidige regeling bedraagt het pensioen zeventig procent van het laatstverdiende loon. In de nieuwe regeling wordt ieder jaar twee procent van het loon gereserveerd voor het aanvullende pensioen. Deze regeling sluit beter aan bij het gemiddelde loon dat een werknemer gedurende zijn loopbaan heeft verdiend.

Het Eindhovense elektronica-concern is de eerste grote onderneming die pleit voor het middelloonstelsel. In 1991 brak staatssecretaris Ter Veld (sociale zaken) in de Pensioennota een lans voor dit stelsel in plaats van het eindloonstelsel.

Philips heeft een studie gepresenteerd aan de bonden, zegt bestuurder Hermus van de VHP. De pensioendeskundigen van de bonden bestuderen het voorstel.

De Philips-directie wil met de nieuwe pensioenregeling meer greep krijgen op de loonkosten en inspelen op individuele wensen van de Philips-medewerkers. Bij het eindloonstelsel wordt het pensioen berekend op basis van het laatst verdiende loon, meestal het hoogste salaris in de gehele loopbaan. Tijdens de loopbaan is met andere woorden te weinig premie betaald. Het verschil wordt gecompenseerd door de rendementen van de beleggingen en door bij het vaststellen van de premie rekening te houden met dit 'gat'. Het middelloonstelsel heeft deze bezwaren in mindere mate.

De pensioenleeftijd bij Philips wordt 62,5 jaar (voor mensen die vòòr 1990 in dienst waren, geldt een pensioengerechtigde leeftijd van 60 jaar) met een uitloop naar 65 jaar en een vervroeging naar 60 jaar. Binnen deze periode is deeltijdpensioen mogelijk. Er komt ook een regeling voor een zogeheten pré-pensioen waarvoor Philips-werknemers apart moeten sparen.

Een pensioen gebaseerd op zeventig procent van het eindloon is vermoedelijk onhoudbaar. Pensioenfondsen zullen met toenemende vergrijzing en een AOW-uitkering die achterblijft bij de salarisstijging, door geldgebrek moeten afzien van compensatie voor prijs- en loonstijgingen. Dat voorspelt R. Jansweijer, medewerker van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in zijn proefschrift 'Gouden bergen, diepe dalen' waarop hij vandaag promoveert aan de Erasmus Universiteit.