Palmbladhandschriften opgefleurd

In de kluizen van de Leidse universiteitsbibliotheek liggen tweeduizend palmbladhandschriften uit Indonesië, een van de grootste openbare verzamelingen. Palmblad is in Zuid- en Zuidoost-Azië gebruikt om (heilige) teksten in te graveren - sommige teksten staan uitsluitend op palmblad. In Indonesië ging het om de lontarpalm (Borassus flabellifer), vandaar de aanduiding 'lontar-handschriften'.

Deze traditie is eeuwenoud. Zo bezit Leiden een lontar met een 16de-eeuws Javaans handschrift dat als curiosum van de eerste Indië-reis is meegenomen. Ook de Lombok-expeditie van 1896 leverde stukken op. Maar het merendeel van de Leidse collectie stamt uit de 20ste eeuw en nog steeds komen er lontars bij.

Het prepareren van lontars is een zaak van lange adem. De vers geplukte palmbladeren worden in bundels in de zon te drogen gelegd, in water geweekt, opnieuw gedroogd, gekookt in een kruidenoplossing (tegen insektenvraat), gedroogd, in een pers gladgestreken en tenslotte langs de nerven in stroken gesneden en met puinsteen gladgewreven. Een proces dat, afhankelijk van lokale gewoontes, tot jaren in beslag kan nemen.

Met een schrijfmes wordt de tekst in het blad, of lempir, gegraveerd. Contrast ontstaat door het blad te zwarten met een mengsel van roet en olie. Op het eiland Bali, waar in het atelier van prins (en geleerde) Ida Dewa Gde Catra nog altijd nieuwe palmbladteksten worden vervaardigd, is het de gewoonte de lontars jaarlijks opnieuw te zwarten, en wel op de feestdag van Saraswati, godin van de wetenschap. Het contrast blijft daardoor in stand en door de bewerking met olie behoudt het palmblad zijn souplesse.

Dergelijk preventief onderhoud is op de Leidse collectie nooit toegepast. Weliswaar zijn de lontars in de koele kluizen van de universiteitsbibliotheek beter af dan in de Indonesische zon, maar aan een zekere mate van uitdroging valt niet te ontkomen. Om na te gaan of de deels kwetsbare Leidse lontars bij een traditionele onderhoudsbeurt baat zouden hebben, is onder supervisie van Jan Just Witkam, hoofd Oosterse Handschriften, onlangs een proefproject uitgevoerd door Ellen Eisma, afgestudeerd aan de academie voor museologie te Amsterdam.

Omdat een onderhoudsmengsel in Nederland niet in de handel is, ging Eisma zelf aan de slag met kemirinoten en arachide-olie (olie van pinda's, slaolie). 'Witte kemirinoten zijn bekend uit de Indonesische keuken. Eerst heb ik ze met een mortel gebroken en fijngemalen, daarna deed ik ze in een wok, een bolvormige metalen pan, en zette ze een half uur droog op het vuur. Langzaam wordt het goedje dan zwart, het stinkt trouwens enorm. Eenmaal afgekoeld druppelde ik er arachide-olie bij tot de substantie de juiste dikte bezat. Op Bali gebruiken ze daarvoor klapperolie van de klapperboom, maar die is hier niet te krijgen.'

Uitgangspunt van het Leidse project was na te gaan hoeveel handschriften in veertig uur konden worden behandeld. Eisma: 'Er is een a-selecte groep van 21 lontars uit de aanwinsten sinds 1989 behandeld. Met cottonpads - die zijn zacht en pluizen niet - streek ik het mengsel op de bladen, om het vervolgens met de-make-up watjes er weer af te vegen. De conclusie is dat het perfect werkt. De zwarting van de gegraveerde teksten verbeterde enorm, wat het wetenschappelijk gebruik van de lontars veraangenaamt, tegelijk kon ik stof en vuil verwijderen en doordat het kemiri-oliemengsel er een beetje in trekt, vermindert de kans op uitdroging en scheuren en herkrijgen zeer droge en daardoor bros geworden palmbladeren hun souplesse.'

Om het effect van haar behandeling te demonstreren, vraagt Eisma in de studiezaal Oosterse Handschriften van de Leidse UB een wel- en een niet-behandelde lontar op, zorgvuldig bewaard in zuurvrije doosjes. Ze wikkelt het touw waardoor de lempir aaneen zijn geregen los en slaat de bladen om. 'Deze is nog niet behandeld en zie hoeveel minder het contrast is. De bladen zijn wat groener, kennelijk is er bladsap achtergebleven of zijn de bladen buiten het seizoen geplukt. Moet je dat vuil zien, dat krijg ik er echt af. Heerlijk.'