Opvolging Papandreou tragikomedie

Volgelingen weten zich gesterkt door meldingen over een gestage verbetering in de toestand van de zieke, die overigens nog steeds met vijf buizen is verbonden aan diverse apparaten

ATHENE, 11 JAN. Het Griekse parlement heeft kort na middernacht, na een debat van drie dagen, de motie van wantrouwen verworpen die de oppositiepartij Nieuwe Democratie (ND) maandag had ingediend. Deze was gebaseerd op de beschuldiging dat de regerende socialistische partij PASOK het land feitelijk onbestuurd houdt tijdens het nu al 52 dagen durende ziekbed van premier Andreas Papandreou (76). Er is wel een plaatsvervanger, minister van binnenlandse zaken Tsochatzópoulos, maar deze bezit niet de volle bevoegdheden van een premier, aldus de ND. Een opmerkelijke ontwikkeling is het verzoek dat Papandreou gisteravond aan president Stefanopoulos heeft gedaan om bij zijn bed te komen. Stefanopoulos moest vandaag echter naar Parijs om de eredienst voor Mitterrand bij te wonen. Dat hoeft niet te betekenen dat Papandreou zijn aftreden zal aankondigen.

Een volgende motie van wantrouwen kan volgens de grondwet pas weer over een half jaar worden ingediend. Woordvoerders van de PASOK hebben de motie “een godsgeschenk” genoemd omdat ze de verschillende gelederen van de partij zou bijeendrijven in een moeilijke periode waarin zij met splitsing wordt bedreigd. Dit moge steek houden - ook binnen de ND was er kritiek op het initiatief van oppositieleider Evert - maar tijdens het debat is maar al te duidelijk aan het licht getreden dat er binnen de PASOK zeer verschillend wordt gedacht over de wijze waarop aan de problemen die het ziekbed stelt, het hoofd moet worden geboden.

Kort voor kerstmis heeft het 18-koppige 'uitvoerend bureau' van de partij eenstemmig beslist dat op 20 en 21 januari door het 150-koppige 'centrale comité' een oplossing “op het spoor moet worden gezet”, die nog deze maand moet worden gerealiseerd. Bij voortdurende ongeschiktheid van de premier om te regeren zou deze kunnen bestaan uit de aanwijzing van een opvolger. De parlementsfractie (169 personen) is het lichaam dat daartoe grondwettelijk is aangewezen, “in geval van aftreden of eclipsering (over deze term wordt nu al weken gediscussieerd, red.) van de premier”.

Tijdens en ook al vóór het recente debat tekende zich echter binnen de PASOK een groepering af die de “voorzittersgroep” wordt genoemd of, minder flatteus, de “hovelingen” en waartoe de ministers van buitenlandse zaken (Papoulias), van justitie (Potákis), van koopvaardij (Katsifáras) en van informatie (Chytiris) behoren. Deze vertrouwelingen van Papandreou hanteren gevoelsargumenten. Zij betogen dat geen beslissing kan worden genomen buiten de premier om, de oprichter van de partij aan wie de PASOK zoveel verplichtingen heeft. Zij stellen ook dat er geen reden is haast te betrachten - Papandreou moet vroeg of laat de kans worden gegeven, zichzelf uit te spreken over zijn eventuele opvolger. Daarmee ondermijnen de “hovelingen” dus de beslissing van het 'uitvoerend bureau'.

Zij weten zich gesterkt door meldingen over een gestage verbetering in de toestand van de zieke, die overigens nog steeds met vijf buizen is verbonden aan diverse apparaten, en die de doktoren met nieuwe zorg vervult door vochtophoping rondom zijn longen. Papandreou zou zich nu wel interesseren voor zijn eigen toestand en voor wat er om hem heen gebeurt. Niet alleen van het vertrouwensquotum is hij op de hoogte, de minister van defensie zou hem zelfs hebben ingelicht over de ontwikkelingen in Bosnië.

Er heerst onder degenen die een oplossing op korte termijn nastreven echter enig wantrouwen over deze berichtgeving. Deze zou worden gefilterd door wat men noemt de “entourage” van de premier en in het bijzonder door zijn gade, Dimitra, die nog steeds in de kamer naast hem vertoeft, hoewel ze zelf blijkt te zijn getroffen door hepatitis B, een ziekte die in 50 procent van de gevallen door seksueel contact wordt overgebracht, hetgeen al tot de nodige insinuaties in de gele pers heeft geleid (zelf noemt ze als waarschijnlijkheid dat bij een vermageringstherapie door een Russische expert vorig jaar een verkeerde naald is gebruikt).

Tijdens het debat is ook de lijfarts van de premier, tevens minister van gezondheid, Kremastinós aan het woord gekomen. Deze maakte geen geheim van de ernst van de toestand, drukte echter de hoop uit dat hij binnen enkele dagen “de juiste beslissing” zou nemen. Of Kremastinós daarmee doelde op aftreden, bleef onduidelijk. Jorgos, de oudste zoon van de premier, tevens minister van onderwijs, heeft al enkele malen beloofd in deze richting op zijn vader “in te zullen praten”.

Een andere mogelijkheid waarover wordt gespeculeerd is echter dat hij een of twee vice-premiers aanwijst die hem moeten vervangen in afwachting van verdere genezing. Vooral Papoulias zou voor zo'n functie in aanmerking komen. Dit scenario vervult de meerderheid van de PASOK-fractie echter met grote zorg. Wordt het waarheid - en het is niet ondenkbaar dat hij de president deze oplossing zal voorleggen - dan zou het op de komende zitting van het 'centraal comité' tot de splitsing kunnen komen waarvoor van verschillende kanten wordt gewaarschuwd.

Eén van de kandidaten voor de opvolging, oud-minister van industrie, Kostas Simitis, zou dan een eigen pad kunnen opgaan. Tot zijn aanzienlijke aanhang behoort de zeer populaire mevrouw Vaso Papandreou (geen familie) die er deze week voor pleitte, een opvolger te vinden geheel buiten de premier om, teneinde hem tijdens zijn ziekbed niet onnodig te belasten.

Inmiddels ontwikkelt zich de hele affaire dag voor dag meer tot een tragikomedie. Dit realiseert men zich hier des te sterker na de dood van Mitterrand. Hoewel een mede-socialist, realiseert men zich hier maar al te goed dat Mitterrand - tot in onderdelen - de tegenpool van Papandreou was, inclusief levenseinde.