OPM mogelijk verantwoordelijk; Leger zoekt in Irian Jaya naar ontvoerde expeditie

JAKARTA, 11 JAN. Het Indonesische leger en een aantal Westeuropese diplomaten zijn een zoekactie begonnen naar leden van een natuurwetenschappelijke expeditie, onder wie twee Nederlanders, die maandag zijn ontvoerd in het centrale bergland van Irian Jaya, de grootste en meest oostelijke provincie van Indonesië.

Volgens een zegsman van het Wereld Natuurfonds (WWF) in de provinciehoofdstad Jayapura maken de ontvoerden deel uit van expeditie naar het Lorentzpark, een natuurreservaat in het onherbergzame hart van Irian Jaya. Onder de ontvoerden zouden, behalve een nog onbekend aantal Indonesiërs, twee Nederlanders zijn, vier Engelsen en een Duitser. De Duitser en één van de Nederlanders zijn stafleden van het WWF, de tweede Nederlander, een vrouw, werkt voor de VN-organisatie UNESCO en de Britten zijn biologen die onlangs afstudeerden aan de Universiteit van Cambridge. Zegslieden van het leger en van het Indonesische ministerie van buitenlandse zaken hebben de ontvoering inmiddels bevestigd.

Op maandag 8 januari werden de expeditieleden, samen met enkele Indonesische bestuursambtenaren, gezondheidswerkers en leden van Kingmi, een Amerikaans zendingsgenootschap, ontvoerd in Mapunduma, een dorpje in het bergdistrict Tiom, in het midden van Irian Jaya. Een radio-operateur van de Mission Aviation Fellowship (MAF), een luchtvaartmaatschappijtje van de protestantse zending in Irian Jaya, maakte het bericht wereldkundig.

Er bestaat geen zekerheid over de identiteit van de ontvoerders. Nederlandse diplomaten, die zich baseren op niet nader genoemde plaatselijke bronnen, gaan ervan uit dat zij behoren tot de Organisatie Vrij Papua (OPM), een beweging die ijvert voor een onafhankelijk 'West-Papua'. In de omgeving van het Lorentzpark opereert een groep OPM-guerrillastrijders. In november vorig jaar ontvoerden OPM'ers in het grensgebied met buurland Papua New Guinea twee scholieren, voor wie ze een losgeld eisten van dertigduizend gulden dat de Indonesische autoriteiten tot op heden weigeren te betalen. OPM'ers in Irian Jaya hebben niet eerder buitenlanders ontvoerd en sommige waarnemers ter plaatse betwijfelen daarom of het hier om een OPM-actie gaat.

Brigadier-generaal Suwarno Adiwijoyo, hoofd woordvoering van de Indonesische strijdkrachten (ABRI) in Jakarta, zei gisteravond dat “nog uitgezocht moet worden of de ontvoerders van de OPM zijn of dat het gaat om een reactie van de plaatselijke bevolking op een mogelijke schending van heilige plaatsen”. Hij voegde eraan toe dat “ABRI verantwoordelijk is voor de veiligheid van vreemdelingen op Indonesisch grondgebied en alles in het werk zal stellen om de ontvoerden te bevrijden”.

ABRI-officieren plegen de militaire dreiging van OPM-zijde te bagatelliseren en houden het aantal guerrillastrijders gewoonlijk op niet meer dan enkele honderden. Zij zouden slechts over weinig vuurwapens beschikken en zich hoofdzakelijk bedienen van pijl en boog. Niettemin gebruikte het Indonesische leger het laatste jaar grof geweld tegen Irianese burgers die het verdacht van OPM-contacten. Deze maand staan enkele onderofficieren en soldaten wegens deze geweldsontsporingen terecht voor een tribunaal in Jayapura. Het zou ABRI dan ook niet slecht uitkomen als de OPM achter de jongste ontvoeringsactie zit en aldus de aandacht vestigt op het bestaan van een binnenlandse vijand in Irian Jaya.

De defensie-attaché die is verbonden aan de Nederlandse ambassade in Jakarta is vandaag in Jayapura gearriveerd met de opdracht contact te onderhouden met de plaatselijke militaire autoriteiten en inlichtingen in te winnen over het lot van de ontvoerde Nederlanders. De Britse en Duitse ambassades hebben eveneens diplomaten naar Irian Jaya gestuurd. De identiteit van de zeven ontvoerde buitenlanders is bekend en hun familieleden zijn via diplomatieke kanalen ingelicht. De drie ambassades weigeren namen te noemen.

    • Dirk Vlasblom