Onbekommerde parodie door Fact op twee drama's van Euripides; Elektra tussen de slijmgroene kolen

Voorstelling: Elektra & Orestes, naar Euripides, door FACT. Bewerking en regie: Erik-Ward Geerlings; componist: Arthur Sauer. Spel: Hilt De Vos, Rudy Morren, Johan Heestermans, Sam Bogaerts, e.a. Decor: Geerten Ten Bosch. Gezien: 10/1 Schouwburg, Rotterdam. T/m 11/1 aldaar; tournee t/m 23/2. Inl. 010-4367997.

In de bewerking die Erik-Ward Geerlings van Euripides' treurspelen Elektra en Orestes maakte is het enige sympathieke personage een boer. Hij heeft de onbeschaafde gewoonte zich aan zijn geit te vergrijpen in geval van seksuele nood, maar tegen de mensen gedraagt deze simpele ziel zich werkelijk vredelievend. Hetgeen niet gezegd kan worden van de voorname lieden die door een speling van het lot zijn leven zijn binnengedrongen.

Het koningskind Elektra bijvoorbeeld denkt alleen maar aan wraak op Klytaemnestra en Aigisthus, de moordenaars van Agamemnon, haar vader. Elektra is de vrouw van de boer. Een idiote combinatie, gearrangeerd door Elektra's moeder Klytaemnestra, die na de moord zo snel mogelijk van haar dochter af wilde. Geerlings laat in zijn eerste grote-zaal-produktie overduidelijk zien hoe diep Elektra gevallen is sinds haar moeder haar uit het paleis in Argos verstootte. Samen met de boer (Sam Bogaerts, die goed op dreef was) bewoont ze een scheefgezakte caravan. Een straatlantaarn werpt kil licht op de slijmgroene kolen en de andere troep temidden waarvan Elektra moet leven.

De kolen, net als de caravan en de straatlantaarn, zijn echt, en de regisseur haalt er leuke dingen mee uit. Een van de personages komt op, manoeuvreert moeizaam tussen de groene kolen door en zegt, wanneer hij eindelijk het voortoneel bereikt heeft, plechtig: 'De weg naar hier is lastig voor de benen. Maar voor vrienden sleept men graag de scheve rug/ en kromme knieën door een rommelig decor.'

Elektra & Orestes heeft een hoge grapdichtheid. Meestal gaan die grappen over toneel en toneelspelen, en meestal zijn ze poëtisch door de liefde voor het theater die eruit spreekt. Er zijn echter ook momenten waarin de humor in horror overgaat. Om een bijzonder realistisch ogend verminkt lijk in een plastic zak in beeld te krijgen, dat is voor het publiek geen lolletje meer. We vergapen ons eraan of kijken weg en voelen ons in beide gevallen onbehagelijk. Maar niet voor lang: ondanks de moralistische verwijzingen naar de medeplichtigheid van alleen maar toekijkende en niets ondernemende burgers is Elektra & Orestes in de eerste plaats een onbekommerde parodie op de Elektra & Orestes van Euripides. De meeste van de problemen die Euripides heel serieus aan de orde stelde, zijn bij Geerlings eerder knipoogjes naar die problemen.

Euripides was in zijn late drama's bijvoorbeeld nogal aan het twijfelen over de rol van de goden. In Elektra overheerst een sceptische visie op de goden. De god Apollo geeft Elektra en Orestes de opdracht zich op de moordenaars van hun vader te wreken. Die opdracht wordt keurig uitgevoerd en daarna is de puinhoop vele malen groter dan voorheen. Wat was dat dan voor waardeloze opdracht? Wat is dat dan voor een waardeloze god? In Orestes lijkt Euripides toch te schrikken van zijn goddeloosheid. Als de mensheid zichzelf niet redden kan, dan móet er een god zijn die dat wel kan, anders is de uitzichtloosheid te ondragelijk.

Zoiets zal Euripides wel hebben gedacht toen hij Apollo in het tweede deel van Orestes een herkansing gaf. Ineens maakt de god een eind aan het bloedvergieten. Orestes staat op het punt zijn volgende slachtoffer, het meisje Hermione, te doden. Maar dan zegt Apollo tegen Orestes dat hij met Hermione moet te trouwen. En Orestes gehoorzaamt onmiddellijk. Het is een happy end dat na alle tragedies van Euripides over de in een keten van wraak-op-wraak-op-wraak gevangen Atriden (ook Orestes en Elektra behoren tot die Atriden-familie) erg verrast.

Geerlings dikt de tegenstellingen tussen de waardeloze Apollo in Elektra en de naar verzoening strevende Apollo aan het eind van Orestes nog eens flink aan. 'Deus ex, deus ex' wordt er gezongen, natuurlijk: god is dood. Pas in het slotdeel horen we de spelers triomfantelijk zingen: 'Deus ex machina!' En daar daalt de mollige Apollo in een hoepel van twinkelende lichtjes vanuit de nok van de zaal af naar de mensen om vrede te stichten.

Die positieve wending, door Geerlings overigens niet aan Apollo toegeschreven maar aan Euripides, bleef mij langer bij dan de grimmige wraakzucht van Elektra (Hilt De Vos), de zeurende vrouwenhaat van Orestes (Rudy Morren), de destructieve trouw van Pylades (Johan Heestermans), of de ontstellende liefdeloosheid van Tyndareos (Sam Bogaerts, alweer), de grootvader van Elektra en Orestes. Ook van de live uitgevoerde muziek van componist Arthur Sauer heb ik vooral het grappige gerasp en geknars op de zwaar versterkte gitaren onthouden, terwijl de punkachtige geluidsoffensieven alweer bijna uit het geheugen verdwenen zijn.