OESO: groeiplan China is haalbaar

PARIJS, 11 JAN. China kan de komende tien jaar met reuzenstappen economisch voorwaarts gaan. Een jaarlijkse groei van de Chinese economie met 8 à 9 procent is heel goed mogelijk, maar dan moeten wel de tekortkomingen in de infrastructuur, het milieu en het onderwijs worden weggewerkt. Over vijftien jaar kan het land zich dan in de economische wereldtop hebben genesteld.

Deze conclusie trokken de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) en de Wereldbank op een conferentie over China die eerder deze week in Parijs plaatsvond. De groei is vorig jaar dan wel vertraagd tot ongeveer 10 procent, maar beide instellingen achten dat een goede zaak, omdat de economie in de jaren ervoor met een groei van boven de 13 procent dicht bij oververhitting zat.

De Chinese regering mikt nu op 8 à 9 procent en dat percentage is heel wel haaldbaar, zo zei Nicholas Hope, leider van de afdeling China bij de Wereldbank. De omstandigheden zijn dusdanig, dat dat groeipercentage de komende jaren kan worden gehaald.

Volgens Hope investeren de Chinezen veel en efficiënt. Bovendien blijft het buitenland geld steken in het land, dat vorig jaar dertig miljard dollar aan buitenlandse investeringen wist aan te trekken, meer dan welk land dan ook. Dat bedrag zal de komende jaren ook naar China gaan. “Meer kan het land niet aan”, aldus de Wereldbank.

De OESO meent dat de snelle economische groei noodzakelijk is om te voorkomen dat de werkloosheid in het land met 1,2 miljard inwoners een probleem wordt. De groei kan echter wel afnemen als de autoriteiten verzuimen “op indrukwekkende wijze” de tekortkomingen aan te pakken.

Nu al scheelt het gebrek aan wegen, havens en telecommunicatie het land jaarlijks een vol procent aan economische groei. Op het ogenblik bestaat er voor elke honderd Chinezen slechts één telefoonlijn. Tot het jaar 2000 moet er in de hele infrastructuur zeker 750 miljard dollar worden gestoken, zo schat de Wereldbank.

Ook op andere terreinen moet nog heel wat gebeuren. China moet zorgen voor voldoende goed opgeleide werknemers en de strijd aanbinden tegen de luchtverontreiniging. Op het ogenblik komt de helft van de kooldioxyde-uitstoot in de ontwikkelingslanden voor rekening van China. Verder moet het bankwezen stevig worden verbeterd en dient ook het juridische systeem te worden aangepakt. De overheidsfinanciën zijn zwak, zo oordeelt de Wereldbank.

Verder is er nog het probleem dat er een groot verschil is tussen de welvarende handelsgebieden aan de kust en de arme streken elders in het land. Bovendien kent China nog een grote armoede. Volgens de Wereldbank leven enkele honderden miljoenen Chinezen in armoede.

De regering heeft zich ten doel gesteld om tot het jaar 2000 tachtig miljoen mensen op het platteland uit de armoede te halen. De Wereldbank twijfelt eraan of dat mogelijk is en maakt zich grote zorgen over de snelle verarming van veel Chinzen in de grote steden. China mag zich dan over enkele jaren kunnen nestelen in de economische top, maar de grote armoede zal een werkelijke integratie in de wereldeconomie bemoeilijken.

Jean-Claude Paye, de secretaris-generaal van de OESO, verklaarde dat de handelspartners van China het eerlijk moeten spelen en de inspanningen moeten erkennen die het land zich tot nu toe heeft getroost. Ze moeten China in de gelegenheid stellen zich verder te ontwikkelen, want “het is in het belang van iedereen dat het land volledig in de wereldeconomie wordt geïntegreerd”. (AFP)