Mafiabaas omzeilt valkuilen Andreotti

ROME, 11 JAN. Alleen toen zijn vrouw ter sprake werd gebracht, raakte Don Masino even van zijn stuk. “Wat heeft die ermee te maken?” galmde zijn stem ongerust door de rechtszaal. Maar al snel hervond hij de kalmte en het gevoel voor decorum die horen bij een mafiabaas, ook al is hij al jaren 'in ruste' en werkt hij nu samen met de justitie. En zo kwam Tommaso Masino Buscetta gisteren ongeschonden uit de ondervraging door de advocaten van Giulio Andreotti, die vol valkuilen zat en stoten onder de gordel.

De twee dagen in de rechtszaal van de gevangenis van Padua, waarnaar het proces tijdelijk was verplaatst om Buscetta niet bloot te stellen aan vergeldingsrisico's in Sicilië, waren een sleutelmoment in het proces tegen Andreotti. Terwijl miljoenen tv-kijkers meeluisterden herhaalde Buscetta, op de rug gefilmd, in korte en precieze antwoorden dat de oud-premier jarenlang de mafia heeft geholpen en beschermd.

“Erg correct”, was het oordeel van Andreotti over Buscetta. Dinsdag wuifde hij de ernst van Buscetta's verklaringen weg door te zeggen dat hij niets nieuws had gehoord. Gisteren wees hij er tevreden op dat Buscetta een aantal keer 'Dat weet ik niet' of 'Dat herinner ik me niet' heeft geantwoord. Maar zijn advocaten hebben Buscetta niet van zijn stuk weten te brengen.

Niet dat ze dat niet hebben geprobeerd. Na een openingsvraag over zijn vrouw vroeg advocaat Franco Coppi aan Buscetta of zijn zoon Antonio nog ergens op te sporen was - wetend dat die jaren geleden door de mafiabende van de corleonesi levend is verbrand. Zijn stoffelijke resten zijn nooit gevonden. “Advocaat, u moet Antonio formeel als onvindbaar beschouwen”, was het stoïcijnse antwoord van Buscetta.

Ook de poging tot karaktermoord mislukte. Het proces tegen Andreotti is gebaseerd op verklaringen van pentiti, spijtoptanten van de mafia. Andreotti schildert dezen af als onbetrouwbare huurmoordenaars en leugenaars die tegen een royale vergoeding napraten wat iemand hun influistert - Andreotti is overigens nog steeds op zoek naar de souffleur.

“Ik heb nooit villa's of zwembaden of gouden salarissen gehad”, zei Buscetta, die in de Verenigde Staten leeft onder het Witness Protection Program. “Tot 1988 hebben de Amerikanen mij geholpen. Na dat jaar, heb ik, behalve tweehonderd miljoen lire (nu ongeveer twee ton, ML) geen lire gehad en moest ik mijn gezin en de gezinnen van mijn drie vermoorde kinderen onderhouden.” Sinds 1992 krijgt Buscetta iedere maand een cheque van de Italiaanse staat. Hij herinnerde er gisteren aan dat het hem is verboden meer daarover te zeggen.

De suggesties dat Buscetta in drugs heeft gehandeld, dat hij mafiavrienden heeft verraden en dat hij heeft gelogen tegen mafiabestrijder Giovanni Falcone, die hem in 1984 aan het praten kreeg, werden overtuigend weerlegd. Buscetta zei dat Falcone goed in de gaten had dat hij niet de waarheid vertelde over de banden tussen mafia en politiek, maar bewust de zaak liet rusten. De tijd was nog niet rijp. Andreotti was toen nog te machtig.

“Rechter, we moeten kiezen wie eerst moet doodgaan, u of ik”, zo reconstrueerde Buscetta zijn gesprek van toen met Falcone. “Want zo zal het eindigen als ik u antwoord, of, als het goedgaat, eindig ik in het gekkenhuis en zal u worden overgeplaatst.” Buscetta vertelde dat hij na de moord op Falcone in 1992 niet langer wilde zwijgen. “Falcone was mijn baken, hij was de man die de eer wilde verdedigen van het land waar ik ben geboren.”

Centraal in Buscetta's verhoor stond de relatie van Andreotti met de mafiabazen Gaetano Badalamenti en Stefano Bontade. Buscetta verklaarde dinsdag dat Badalamenti hem had verteld dat hij in 1980 met Salvo Lima, Andreotti's in 1992 vermoorde rechterhand op Sicilië, naar Rome was gegaan om Andreotti persoonlijk te bedanken voor hulp bij een rechtszaak tegen zijn zwager. Andreotti zou toen tegen Badalamenti hebben gezegd: “In Italië zouden er in iedere straat mensen als u moeten zijn.”

Badalamenti en Bontade hebben volgens Buscetta ook verteld dat als een gunst aan Andreotti in 1979 de journalist Mino Pecorelli is vermoord, die belastende documenten over hem wilde publiceren die waren geschreven door Aldo Moro, de christen-democratische leider die in 1978 is ontvoerd en vermoord door de linkse terreurgroep Rode Brigades. Ook generaal Carlo Alberto Dalla Chiesa had deze papieren. Volgens Buscetta heeft de mafia in 1979 contact opgenomen met de Rode Brigades om te vragen of deze de verantwoordelijkheid wilden opeisen voor een moord op Dalla Chiesa. De generaal is uiteindelijk in 1982 vermoord door de mafia. Buscetta vertelde ook dat de mafia in 1978 was begonnen aan een bemiddelingspoging om de ontvoerde Moro vrij te krijgen, maar dat die werd gestaakt omdat iemand in Rome wilde dat Moro zou sterven.

Met een spervuur van vragen stelden Andreotti's verdedigers vast dat Buscetta's informatie hierover van horen zeggen is. Buscetta gaf ook toe dat hij Badalamenti nooit heeft horen zeggen dat Andreotti had gevraagd om Pecorelli te vermoorden. “Maar advocaat, niemand zegt: ga die en die vermoorden. Het is voldoende om te zeggen dat je last hebt van iemand,” voegde Buscetta daaraan toe.

Tegen Andreotti begint dit voorjaar in Perugia een apart proces wegens de moord op Pecorelli. Deze zaak kwam in Padua ter sprake om de contacten te illustreren tussen Andreotti en mafiabazen, niet wegens een eventuele strafrechtelijke schuld van Andreotti aan de moord.

Bontade is in 1981 vermoord, maar Badalamenti leeft nog. Hij zit in een Amerikaanse gevangenis en weigert tot nu toe te praten. De openbare aanklagers willen hem toch naar Italië halen. Buscetta's voorbeeld kan daarbij helpen. Hij heeft de toon gezet door te vragen het kamerscherm weg te halen dat hem onherkenbaar moest laten. Dergelijke symbolische gebaren zijn zeer belangrijk binnen de mafia. De boodschap van Buscetta aan de getuigen die na hem komen, was overduidelijk: wie Andreotti beschuldigt, hoeft niet meer bang te zijn dat hij eindigt in een psychiatrische inrichting.

    • Marc Leijendekker