'Kunstenplan voor de vrije ruimte'; Podiumkunst wil geld meerjarige projectsubsidies

DEN HAAG, 11 JAN. Het Fonds voor de Podiumkunsten wil een jaarlijks subsidiebedrag van 33,5 miljoen gulden, meer dan twee keer zo veel als het huidige bedrag van 15 miljoen. Daarvan wil het fonds, dat is opgericht om ad hoc-produkties te financieren, ook meerjarige projecten ondersteunen. Dat staat in het beleidsplan 1997-2000, dat het fonds heeft aangeboden aan staatssecretaris van cultuur Nuis.

Volgens de nieuwe 'regeling meerjarige projectsubsidie' kunnen aan groepen en ensembles voor twee jaar subsidie worden gegeven. Het fonds wil daarnaast stipendia en werkbeurzen verschaffen aan scheppende podiumkunstenaars zoals choreografen, mimografen, toneelschrijvers en poppenspelers. Een vergelijkbare regeling bestaat ook voor onder andere de beeldende kunst en de literatuur. Bestaande opdrachtenregelingen voor toneelschrijvers en librettisten blijven gehandhaafd. Om de kwaliteit van het aanbod van theaters en concertzalen te stimuleren wordt voorgesteld een programmeringsfonds op te richten. Ook wil het fonds internationale co-produkties steunen.

Het beleidsplan wordt voorgesteld als 'een kunstenplan voor de vrije ruimte'. Volgens het fonds zijn veel zelfstandige podiumkunstenaars en projectmatig werkende groepen de afgelopen jaren anders gaan werken. Ze kiezen voor andere produktie- en organisatievormen dan die van het vaste gezelschap. Ze komen daarom niet in aanmerking voor subsidiëring via het Kunstenplan, dat groepen voor een periode van vier jaar ondersteunt. Het Fonds voor de podiumkunsten zegt voortaan niet alleen 'de mooiste plannen' te willen honoreren, maar ook te willen kijken naar het belang van continuïteit van makers en groepen. Concreet zou dit betekenen dat er naast de vierjarige en de ad hoc-subsidies een derde subsidiestroom ontstaat, waaruit gezelschappen en festivals voor een periode van twee seizoenen kunnen worden gefinancierd.

De huidige budgetten voor de financiering van ad hoc-produkties moeten volgens het fonds substantieel omhoog. In aanmerking komen vooral muziek (opera, jazz, pop en wereldmuziek) en toneel (met name grote-zaalprodukties). Door extra geld ter beschikking te stellen voor langere speelperiodes en reprises hoopt het fonds dat het aantal voorstellingen kan worden verruimd en een groter publiek wordt bereikt.

Hoofdtaak van het fonds blijft het stimuleren van artistiek belangwekkende produkties, zowel voor grotere zalen als kleinschalige experimenten. Bij de beoordeling is artistieke kwaliteit het belangrijkste criterium. Ook let het fonds op een goede spreiding van genres, smaken en te bereiken publieksgroepen. Culturele diversiteit en activiteiten voor kinderen en jongeren krijgen prioriteit. Het fonds streeft naar spreiding van produkties over het gehele land. Om de subsidies van het fonds af te stemmen op gemeentelijke en proviciale tegemoetkomingen, zal regelmatig met deze instanties overleg worden gepleegd.