Joods Nieuwjaar

Bij het artikel over de nieuwjaarsviering in verschillende godsdiensten (NRC Handelsblad, 28 december), stond ter illustratie van het joodse Nieuwjaar een foto waarvan het onderschrift 'Een rabbijn blaast de hoorn op de tiende dag van het joodse Nieuwjaar, Yom Kippur', meer dan één fout bevat. Ten eerste wordt de ramshoorn, de sjofar, in het algemeen niet geblazen door een rabbijn, maar door een gemeentelid dat hiervoor de technische vaardigheid bezit de Ba'al Teki'ah (meester van het sjofarblazen). Ten tweede valt de Grote Verzoendag, Jom Kippoer, weliswaar op de tiende dag na de eerste dag van het joodse Nieuwjaar, maar geldt hij zelf niet langer als nieuwjaarsfeest. Ten derde wordt op Grote Verzoendag de sjofar slechts eenmaal geblazen, aan het einde van deze 25 uur durende vastendag, wanneer de duisternis reeds is ingevallen. Op de foto heeft dit sjofar blazen echter plaats tegen een lichtblauwe achtergrond, dus overdag. Verder heeft het sjofar blazen plaats binnen de synagoge, en niet in de open lucht. Ten slotte: een veel belangrijker rol op de Grote Verzoendag heeft de sjofar in de liturgie van het joodse Nieuwjaar. Dan worden namelijk op de dagen van het nieuwjaarsfeest tweemaal dertig tonen op de sjofar geblazen, van drie verschillende aard. Uit het bovenstaande blijkt voorts dat in de joodse liturgie het nieuwjaarsfeest, evenals de meeste andere joodse feestdagen, en evenals Kerstmis, Pasen en Pinksteren, niet één dag duurt, maar twee dagen, dit in tegenstelling tot de indruk die de verklarende tekst wekt.

    • Henriëtte Boas