Israel bereid te betalen na moord op Marokkaanse ober in 1973

JERUZALEM/OSLO, 11 JAN. De Israelische regering is bereid over schadevergoeding te gaan praten met de weduwe en twee kinderen van een Marokkaanse ober die in 1973 in Noorwegen per vergissing door Israelische agenten werd vermoord. Een bekende Israelische advocaat, Amnon Goldenberg, zal daartoe contact opnemen met de nabestaanden.

Maar de Israelische premier Shimon Peres heeft tegelijk onderstreept dat dit niet betekent dat Israel op enigerlei wijze de verantwoordelijkheid voor de moord op Ahmed Bouchiki aanvaardt. “Israel gaat niet in debat over de vraag van verantwoordelijkheid voor de moord op Bouchiki”, liet hij gisteren weten in een communiqué. Wel wil het “een zwarte wolk uitwissen die boven de goede relaties tussen Israel en Noorwegen hangt”.

Ahmed Bouchiki, een 30-jarige ober die in Noorwegen werkte, werd op 21 juli 1973 in Lillehammer vermoord door agenten van de veiligheidsdienst Mossad toen hij liep te wandelen met zijn zwangere vrouw. Zij zagen hem aan voor de Palestijn Ali Hassan Salameh, die was betrokken bij de moord op elf Israelische atleten tijdens de Olympische Spelen in München in 1972. De moord op Bouchiki is door de Israelische regering nooit officieel erkend, hoewel de Noorse politie zes Mossad-agenten na de moord arresteerde, van wie er vijf in Oslo werden veroordeeld. Wel pleitte onlangs ook een Israelische minister, de linkse Shulamit Aloni, voor schadevergoeding aan de nabestaanden.

Noorwegen heeft de Israelische stap gisteren positief ontvangen. Minister van buitenlandse zaken Bjorn Tore Godal wees tegelijk echter op het tegenstrijdig karakter van Peres' mededelingen.

Het Joods Wereldcongres wees er intussen op dat Noorwegen op zijn beurt had nagelaten miljoenen dollars terug te geven die tijdens de Tweede Wereldoorlog van joden zijn afgenomen. Het WJC begint deze maand een campagne om compensatie los te krijgen voor tijdens de oorlog geconfisqueerd joods bezit. (Reuter, AFP)