India wil wel liberaliseren, maar liefst op eigen kracht

In India is een heftig debat losgebarsten over de grenzen van de economische liberalisering. Moet de deur voor het buitenland wijd open of blijft die op een kier? “Wij willen wel computerchips maar geen aardappelchips uit het buitenland”, roept de oppositie. De regering verwerpt die leus, maar aarzelt ook.

Vorige maand doken er bij het zojuist geopende nieuwe restaurant van Kentucky Fried Chicken in een buitenwijk van New Delhi enkele inspecteurs op. Zorgelijk kijkend stelden ze vast dat er twee vliegen rondzoemden in de keuken. Ook bleken er geringe hoeveelheden conserveringsmiddelen in de kip te zitten. Prompt verordonneerde het stadsbestuur de sluiting van dit “gevaar voor de volksgezondheid”.

Zoveel willekeur schoot velen in het verkeerde keelgat. Het restaurant verdiende eerder een medaille, vond een commentator in een lokale krant, omdat er slechts twee vliegen in de keuken waren aangetroffen. Welk ander eethuis in India kon daaraan tippen? En wat de hygiëne betreft: hoe stond het met al die stalletjes op straat met lauwe samoza's en zwermen vliegen erop?

Ook een rechtbank achtte de bezorgdheid van het stadsbestuur rijkelijk overdreven en zo kon het restaurant enkele weken later zijn deuren weer openen. De episode toonde echter nog eens aan dat veel Indiërs allergisch zijn voor buitenlandse ondernemingen.

Politici weten dat ze door een ferm optreden tegen buitenlandse firma's veel handen op elkaar krijgen. Dat doet het patriottische hart van de Indiërs altijd goed.

De meest onverzoenlijke tegenstander van Kentucky Fried Chicken is de zogeheten Swadeshi Jagran Manch, een beweging van vaderlandslievende lieden die zich sterk maakt voor Indiase produkten. Ze beschouwt zich als de erfgename van de beweging die in de jaren twintig en dertig werd geleid door Mahatma Gandhi tegen het Britse koloniale gezag. De Mahatma en zijn volgelingen hoopten de Britten in de portemonnee te treffen door louter Indiase goederen te kopen.

“Wij zijn te enen male gekant tegen de komst van westerse bedrijven die iets maken wat wij net zo goed zelf kunnen”, aldus S. Bharadwaja, een gepensioneerde accountant in een onberispelijk pak van westerse snit die als vrijwilliger voor de beweging werkt. “Wij weten heel goed hoe je kip moet bereiden en bovendien zit die kip van Kentucky Fried Chicken vol met gevaarlijke chemicaliën. Wij zijn er fel op tegen onze zuur verdiende buitenlandse valuta te verkwisten aan zulke frivoliteiten.”

Swadeshi beperkt zich allerminst tot kip. Als het aan haar ligt, worden ook Coca Cola, Pepsi Cola (tevens eigenaar van Kentucky Fried Chicken), Colgate, Pizzahut, Enron en reeksen andere grote westerse bedrijven het land uitgezet. “Wij willen buitenlandse bedrijven weren die hier hun consumptiegoederen proberen af te zetten”, aldus Bharadwaja. “Met hun grote kapitaalkrachtige ondernemingen drukken ze onze kleine ondernemers uit de markt en dat gaat ten koste van de werkgelegenheid bij ons.”

Aanvankelijk leidde de in 1992 opgerichte Swadeshi-beweging een tamelijk vegeterend bestaan, maar de laatste maanden is ze voortdurend in het nieuws en kan ze rekenen op een groeiende aanhang. Vooral in de voornaamste oppositiepartij, de Bharatiya Janata Party, is haar gedachtengoed geliefd, maar ook de linkse Janata Dal voelt er zich toe aangetrokken.

De opkomst van Swadeshi baart minister van financiën Manmohan Singh zorgen. Singh is het meesterbrein achter de economische liberalisering van de laatste vier jaar. Gewoonlijk de mildheid zelve, heeft hij fel uitgehaald naar de beweging. Volgens hem is de redenering van Swadeshi op drijfzand gebouwd. Het is onmogelijk een grens te trekken tussen goederen en diensten waarvoor al dan niet hoogwaardige technologie is vereist. Nieuwe technologie kan ook een traditionele sector als de voedselbereiding een krachtige, nieuwe impuls geven.

Voorts miskent Swadeshi volgens Singh de gevolgen van het door haar voorgestane beleid. Singh: “Als India consumptiegoederen niet toelaat, zullen andere landen hun invoer uit India weigeren. Op den duur is dat geen wijs beleid. Het is tijd om het gezond verstand te laten zegevieren en men moet zich geen rad voor ogen laten draaien door emoties.”

Het pijnlijke voor Singh is dat de verwikkelingen rond Kentucky Fried Chicken niet op zichzelf staan. Ze volgen direct op de kwestie-Enron. Dit Texaanse energiebedrijf had een contract gesloten met de regering van de deelstaat Maharashtra, het industriële en financiële hart van India, voor de bouw van een grote elektriciteitscentrale en de leverantie van gas om de centrale te stoken. Met de overeenkomst was 2,8 miljard dollar gemoeid, waarmee het project de grootste buitenlandse investering in India was tot nu toe.

In augustus annuleerde echter de nieuw aangetreden regering van Maharashtra, een coalitie van de BJP en de nog radicalere Hindoe-partij Shiv Sena, het contract met Enron en de twee minderheidsaandeelhouders in het project, General Electric en Bechtel. Volgens de regering was de overeenkomst veel te voordelig voor Enron en had het bedrijf de deelstaat voor honderden miljoenen dollars te kort gedaan.

De affaire, die tot grote onrust leidde onder buitenlandse investeerders, groeide snel uit tot een politieke rel waarmee zowel Indiase als Amerikaanse politici zich bemoeiden. De Swadeshi-beweging probeerde intussen het vuurtje naar vermogen aan te wakkeren en het moet gezegd worden, de Amerikanen waren hun daarbij alleszins behulpzaam. Met een combinatie van machtsvertoon en paternalisme irriteerden ze veel Indiërs mateloos.

Zo waarschuwde Washington India in het openbaar dat het schrappen van het Enron-project schadelijke gevolgen voor het investeringsklimaat en de wederzijdse betrekkingen kon hebben. Voorts verklaarde een Enronmedewerker tijdens een hoorzitting in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden dat haar bedrijf twintig miljoen dollar had gespendeerd “om het Indiase publiek te onderwijzen”. Ook had Enron naar eigen zeggen “Indiase banken concrete kennis bijgebracht van solide leenpraktijken voor projecten.”

De Enron-zaak sleepte zich lang voort. Pas einde december meldde de premier van Maharashtra dat er een akkoord was bereikt. Nadat er in november een nieuw, voor Maharashtra aanzienlijk voordeliger principe-akkoord was bereikt, bleek de deelstaatregering hier bij nader inzien nog altijd tegen aan te hikken. Opnieuw speelde Swadeshi daarbij op de achtergrond een rol. “Wij vinden dat Maharashtra helemaal niet meer in zee moet gaan met Enron”, stelt Bharadwaja. “Het zijn bedriegers.” Dat Maharashtra contractbreuk pleegde en de vorige deelstaatregering met dit alles instemde, vergeet Swadeshi gemakshalve. Enron maakte eerder bekend een procedure voor het Internationale Hof van Arbitrage in Londen voor schadevergoeding te zullen hervatten. Dat lijkt met het recente akkoord inmiddels van de baan.

Opvallend is intussen dat er vanuit New Delhi, waar de centrale regering van premier Narasimha Rao zetelt, nauwelijks kritiek op de regering van Maharashtra is geweest. Niet minder opmerkelijk is dat Rao en de meeste van zijn ministers zich zelden in het openbaar laten betrappen op enthousiasme voor de liberalisering. Dit terwijl de premier zelf naar verluidt achter de schermen steeds een steunpilaar voor het hervormingsproces is geweest.

Rao ziet kennelijk wel de wenselijkheid van hervormingen in, maar hij beseft tegelijkertijd dat er nog altijd een diepgewortelde scepsis bij veel Indiërs jegens het buitenland leeft. Daarom hervormt hij als het ware stiekem. Wie vriendelijk is voor buitenlandse ondernemingen, wordt immers heel gemakkelijk voor een knecht van het buitenlandse kapitaal uitgemaakt. En aan dat etiket heeft geen enkele politicus enkele maanden voor de algemene verkiezingen behoefte.

Niet dat de Indiase bevolking de nieuwe westerse goederen niet waardeert. Integendeel, vooral in de grote steden drinkt men liever Coca Cola of Pepsi dan de Campa Cola van eigen makelij. Niets fijner dan een shirt van Benetton of Adidas. Tegelijkertijd is er een zekere ambivalentie gebleven jegens de buitenlandse bedrijven, die al dit moois leveren. Dat heeft te maken met historische factoren. Veel Indiërs vinden het nog altijd vernederend dat hun land eeuwen achtereen is gekoloniseerd door de islamitische Moghuls uit Centraal-Azië en de christelijke Britten. De grote multinationals worden door velen gezien als de speerpunten van een nieuwe kolonisatie.

Daarnaast is er de erfenis van de eerste premier, Jawaharlal Nehru, die er naar streefde het onafhankelijke India zoveel mogelijk zelfvoorzienend te maken. Naar het voorbeeld van de Sovjet-Unie trok hij hoge tariefmuren op om het buitenland buiten de deur te houden en gaf hij de staat een hoofdrol in de economie. Onder zijn dochter Indira Gandhi en zijn kleinzoon Rajiv veranderde daarin decennia lang weinig.

Vooral linkse intellectuelen staan kritisch tegenover buitenlandse ondernemingen. De socioloog en psycholoog Ashis Nandy is ingenomen met de oppositiebeweging tegen Kentucky Fried Chicken en andere westerse bedrijven. “Er is de laatste jaren een gezonde scepsis gegroeid jegens de staat”, aldus Nandy, “maar helaas bespeur ik die houding nog niet tegenover de goederen van de multinationals en de wereldwijde massacultuur. Daartegen moeten we nog wat weerstand opbouwen. Daarom vind ik die beweging tegen Kentucky Fried Chicken heel nuttig.”

De regering en de topbureaucraten, nog altijd voornamelijk mensen van de hoogste kasten, achten zich als het er op aankomt ver verheven boven gewone stervelingen en bij zo'n houding past geen gedienstigheid jegens buitenlandse firma's. Zeker, ze zien graag buitenlanders investeren in een nieuwe fabriek, maar als het bedrijf er eenmaal is, moet dat zelf maar zorgen dat het genoeg stroom, functionerende telefoons en berijdbare toegangswegen krijgt. Daarbij steekt de overheid doorgaans geen hand uit. De grondhouding is: wees blij dat je hier mag zijn en stel geen lastige vragen.

Ook heeft de regering er een handje van tussentijds de regels te veranderen. Dat is niet alleen gebleken in de Enron-zaak, maar ook bij de huidige chaos met de aanbestedingsprocedures voor het opzetten van particuliere telefoonnetwerken. Nadat verscheidene bedrijven in bepaalde districten als duidelijke winnaars uit de bus waren gekomen, schreef de centrale regering in New Delhi doodleuk een nieuwe ronde uit, omdat sommige districten meer waard zouden zijn dan de betreffende ondernemingen hadden geboden. Ook mochten bedrijven plotseling niet meer dan maximaal drie districten tegelijk exploiteren.

Typerend is dat de wijzigingen in de aanbestedingsprocedures vooral voordelig zijn voor een klein telefoonmaatschappijtje, Himachal Futuristic Communications, dat uit dezelfde deelstaat, Himachal Pradesh, komt als de minister van telecommuncatie Sukh Ram. De oppositie heeft dan ook al de verdenking geuit dat er corruptie in het spel is.

Hoewel het enthousiasme voor de economische hervormingen dus maar matig is, zijn er wel degelijk lichtpunten voor minister Singh en zijn medestanders. Volgens S.N. Mishra, hoogleraar aan het Institute of Economic Growth in New Delhi, wordt de invloed van een beweging als Swadeshi gemakkelijk overschat. “In de praktijk blijkt dat partijen die in de oppositie vatbaar waren voor de ideeën van Swadeshi, daar heel anders over denken als ze eenmaal in de deelstaatregering zitten”, constateert Mishra.

De professor, die door zijn sikje en zijn brilletje enigszins aan Trotski doet denken, noemt het voorbeeld van de linkse Janata Dal, die vorig najaar in de zuidelijke deelstaat Karnataka aan het bewind kwam en zijn anti-liberale retoriek snel inslikte. De regering van Rajasthan, nota bene geleid door de BJP, hoort op het ogenblik tot de meest succesvolle deelstaten bij het aantrekken van buitenlandse investeringen. Zelfs de communistische premier van WestBengalen, Jyoti Basu, doet dezer dagen zijn uiterste best buitenlands kapitaal aan te trekken.

Anders dan Singh vindt Mishra het moeilijk Swadeshi serieus te nemen. Hij vertelt hoe hij onlangs door een jonge aanhanger van de beweging werd opgezocht, die hem met een gloedvol betoog hoopte te overtuigen van het heil van Swadeshi. De jongen raakte echter in verwarring, toen Mishra hem erop wees dat hij zelf een modieus Adidas-shirt droeg. Het is niet het enige voorbeeld van hypocrisie onder de Swadeshi-aanhangers. Veel welgestelden aarzelen niet hun kinderen naar goede Amerikaanse scholen en universiteiten te sturen. Mishra: “Gandhi zou verbijsterd zijn geweest, als hij had gezien dat dit soort mensen zijn opvolgers zijn.”

De opwinding over de buitenlandse investeringen doet overigens vreemd aan, gelet op het marginale belang daarvan in de Indiase economie tot dusverre. Zo'n 95 procent van alle investeringen zijn van Indiërs zelf. De meeste waarnemers zijn het er over eens dat de economische hervormingen tot de algemene verkiezingen komend voorjaar op een laag pitje zullen worden gezet. Daarna zullen die echter wel weer doorgaan, zeker als de Congrespartij als grootste uit de bus zou komen. Maar ook bij winst van de BJP, de voornaamste oppositiepartij en de meest ontvankelijke voor Swadeshi, is het allerminst te verwachten dat de liberalisering wordt stopgezet of zelfs teruggedraaid. Mishra: “Mijn taxatie is dat de BJP ook bij een verkiezingsoverwinning de liberalisering gewoon zal voortzetten.”

    • Floris van Straaten