Elvis Pompilio, hoedenmaker bij toeval; Een hoofddeksel voor iedereen

Een barbiepop in zwart glitter baljurk, een vilten huisje, een vogelkooi mèt vogel en puntmutsen. De fantasie van Elvis Pompilio, hoedenmaker te Brussel, lijkt geen grenzen te kennen. Maar het best verkopen zijn klassieke modellen, de 'transformatie- hoeden' waarvan je de randen kunt verstellen tot elke denkbare vorm.

Pompiliowinkels:

Brussel: Zuidstraat 60, inl 02-511.11.88

Lombardstraat 16, inl idem

Antwerpen: Huidevettersstraat 40, inl 03-225.20.52

Parijs: 62, Rue des Saint Pères, inl 45.44.82.02

In Nederland verkrijgbaar bij:

Côté Sud in Amsterdam en Rodin Couture te Maastricht.

Alles aan hoedenmaker Elvis Pompilio is theatraal. Hij draagt een lange gestreepte rok, met geruite blazer. Om zijn hals bungelt een enorm zilveren hart aan een koordje van Gucci, aan zijn vingers pronken grote ringen. Als Pompilio praat, is het in superlatieven - “ik aanbid mijn werk” - en zijn gezicht en zijn handen spreken mee. Zelfs zijn naam komt uit de showwereld: zijn zuster hield van Elvis Presley en wist zijn moeder te bewegen hem naar de 'king' te vernoemen. “Stop mij in een cel en ik eindig met goudkleurige tralies en een plafond vol cherubijntjes”, zei hij ooit in een interview.

Ook de winkel van Elvis Pompilio heeft nog het meest weg van een theaterdecor. In de etalage knuffelhonden, kitscherige vazen, enorme hoedendozen en een oranje knipperende televisie. Binnen hangen vilten tassen in allerlei kleuren en vormen, vrolijke brillen, flessedragers van gekleurd plastic en parapluies van Schotse ruit tot roze plastic. En natuurlijk, hoeden: een barbiepop in zwart glitter baljurk, een vilten huisje, een vogelkooi mèt vogel en, voor mannen, puntmutsen.

Het best verkopen zijn inmiddels klassieke modellen: 'transformatiehoeden' waarvan je de randen kunt verstellen en die je in verschillende vormen kunt kneden of soms zelfs kunt opvouwen tot een handzaam pakketje. “Mijn hoeden moet je uitleggen”, verklaart Pompilio terwijl hij me een grote, asymmetrische hoed opzet. “Zo is-ie chic.” Na even buigen en stellen verschijnt een kleiner, regelmatig hoedje: “Zo meer alledaags.” Een andere Pompilio klassieker is een gebreide muts in de vorm van een truitje. De 'mouwtjes' kun je laten uitstaan, hoog aan elkaar knopen of lager: steeds een andere muts. Zelf omschrijft hij zijn stijl als ludiek. “Er steekt altijd iets humoristisch achter.” Ook zijn catalogi zijn anders dan andere. Voor het eerste exemplaar liet hij naakte mannen poseren met vrouwenhoeden.

Behalve zijn winkel in Brussel, vlakbij de Grote Markt, heeft Pompilio een filiaal in Antwerpen en één in Parijs. Hij heeft een twintigtal mensen in dienst, exporteert naar Nederland, Italië, New York en Japan en hij maakt hoeden in opdracht van beroemde ontwerpers als Olivier Strelli. De reden van zijn succes? “Ik doe wat ik leuk vind.” Meer winkels wil Pompilio niet. Dan kan hij het niet meer overzien, niet meer zelf zijn etalages ontwerpen. “Hoeden maken is eigenlijk niet mijn werk”, zegt Pompilio als hij is neergeploft op een rode poef in de hoek van zijn winkel. “Het is voor mij nog steeds een hobby.”

Elvis Pompilio (34) werd acht jaar geleden min of meer bij toeval hoedenmaker. Daarvoor werkte hij in Luik op een reclamebureau. Meer om te overleven dan dat het hem beviel. In zijn vrije tijd maakte hij kleren en hoeden om uit te gaan, in Antwerpen of in Brussel. Daar ontmoette hij mensen uit de modewereld, die zijn creaties leuk vonden en bestellingen begonnen te plaatsen. Steeds meer hoeden maakte hij, omdat die vooral in de smaak vielen. Tot hij besloot een lening van 500.000 frank (27.000 gulden) een hoedenatelier te beginnen in het centrum van Brussel. Aanvankelijk had Pompilio een showroom aan huis, een salon vol meubelen met gouden krullen, waar klanten alleen op afspraak kwamen. De zaak liep zo goed dat hij een paar jaar later in dezelfde straat een winkel opende, die hij onlangs heeft uitgebreid met een afdeling voor heren en voor kinderen.

Inmiddels verkoopt Pompilio twintigduizend handgemaakte hoeden per jaar. “Per jaar ontwerp ik zo'n tweehonderd nieuwe modellen.” Dat hij geen mode-opleiding heeft, beschouwt Pompilio als een voordeel. Hij laat zich tenminste niet afschrikken door het onmogelijke. Zo verklaarde iedereen dat een jockeypetje zoals hij dat wilde, met pet en klep uit één stuk en zonder tussennaad, onmogelijk zou zijn. Pompilio vond dat het moest kunnen en het lukte. Op dezelfde manier naaide hij metaaldraad in de rand van een baret, en creëerde zo een hoofddeksel dat allerlei vormen kan aannemen. De prijzen van zijn hand-gemaakte hoeden variëren van 2.000 frank (ƒ 110) tot 15.000 frank (ƒ 825). “Ik heb ongeveer dezelfde prijzen aangehouden als toen ik begon”, zegt de hoedenmaker. “Ik vind niet dat omdat mijn naam bekender wordt, de prijzen plots moeten stijgen.”

Hoeden, geeft Pompilio toe, zijn een luxe-produkt. “Je hebt ze niet echt nodig. Net zo min als sieraden, mooie schoenen of - meestal - een ceintuur.” Afschuwelijk vindt hij het als mensen vol tegenzin een hoed moeten kopen omdat ze die voor een speciale gelegenheid nodig hebben. “Dan zeg ik tegen iemand anders: help jij die klant alsjeblieft. Maar gelukkig dragen de meeste mensen die hier komen een hoed voor hun plezier.” Voor iedereen heeft hij een hoofddeksel, zegt Pompilio. Natuurlijk, sommige mensen hebben meer een hoedenhoofd dan anderen. Maar hij vindt voor iedereen een model. Als een klant een hoed dreigt te kopen die niet staat, raadt Pompilio dat af. Zelf draagt hij altijd een hoed. Uit gewoonte - “nu nog zegt mijn moeder als ik naar buiten ga: heb je wel iets op je hoofd?” - en om zijn haar te bedekken. “Ik heb lelijk haar”, toont Pompilio, terwijl hij zijn geruite petje optilt. Hij voelt zich kaal, als hij geen hoed draagt. “Alsof ik zonder schoenen naar buiten ga.”

Behalve aan hoedenhaters heeft Pompilio ook een hekel aan mensen die zijn winkel gebruiken enkel om zich met het passen te vermaken. “Dan zeg ik: mevrouw deze winkel is er niet om u te amuseren.” Vooral Nederlanders zijn daar erg in, verklaarde hij eens tegenover het Belgische tijdschrift Knack. “Die zetten in een oogwenk je zaak ondersteboven.” Tegenover een Nederlandse journalist drukt hij zich diplomatieker uit. Hij begrijpt Nederlanders niet. Lopen ze enthousiast door de winkel, verrukt over alle hoeden, en kopen vervolgens niets. “Ik denk dat ze in Nederland veel goedkope hoeden verkopen en dat Nederlanders daarom niet begrijpen waarom een hoed hier 5.000 frank moet kosten.” Over de hoedkeuze van koningin Beatrix zegt hij al even diplomatiek: “Ze passen bij haar look.” Wat hij voor haar zou ontwerpen? “Een grote hoed, iets gesofisticeerds.”

In de toekomst wil Pompilio doorgaan met hoeden ontwerpen en daarnaast ook voorwerpen als hoedenstanderds of sieraden. Aan kleding begint hij niet. “Ik zou niet weten wat ik daaraan kan bijdragen. Daar is al zoveel talent, van Gaultier tot Chanel. Maar aan de hoedenmode kan ik veel bijdragen.” Voorbeelden heeft hij niet. Toen hij acht jaar geleden begon, vond hij geen grote namen om zich aan te spiegelen. In België, lacht Pompilio, ben ìk nu een voorbeeld.

    • Birgit Donker