Een pastor doet meer dan een zak vol pillen

Henk van Breukelen was dertig jaar studentenpastor in Leiden. Toen het team van studentenpastores een paar jaar geleden aan vernieuwing en verjonging toe was, vond hij dat het ook zijn beurt was om op te stappen. Hij was per slot van rekening al over de zestig en dan kun je toch niet de geestelijke raadsman van twintigjarigen zijn. Dus ging Van Breukelen op zoek naar andere bezigheden.

Dat lukte. De ex-pastor kon zich bij het Academische Ziekenhuis Leiden (AZL) nuttig maken. Van het bestuur van het ziekenhuis en van de bisschop van Rotterdam die als financier optrad, kreeg hij de opdracht een onderzoek te doen naar mogelijkheden voor geestelijke verzorging van patiënten op zes intensive care-afdelingen van het AZL. Dikwijls ging het om patiënten op de afdelingen beademing, neurochirurgie, heelkunde, neonatologie en thoraxchirurgie die veelal comateus en dus niet of uiterst moeilijk aanspreekbaar zijn. Voor de intensive care-afdeling van de hartbewaking lag het heel anders. “Die patiënten willen dolgraag vertellen over wat hun is overkomen”, zegt Van Breukelen.

De pastor heeft zijn onderzoek - dat drie jaar in beslag nam - afgerond en er een driedelig eindrapport over geschreven. “Je moet het echt met zulke patiënten leren uithouden. Ik ben niet zo'n pastor die gelooft dat hij gezonden is om een boodschap uit te dragen die uitstijgt boven elke existentiële beleving. Ik kom niet aan het bed om met een patiënt uit de harde werkelijkheid weg te vluchten in een droomwereld van geloof, maar om er voor de zieke op een niet opgedrongen manier te zijn. Ik communiceer, hoe moeilijk dat ook is. Dat doe ik ook met familie en verwanten. Ik hoor flarden van verhalen over onzekerheden, agressie, teleurstelling, eenzaamheid en hoop. Over dingen die gebeurd zijn, soms heel lang geleden. Over wat juist niet gebeurd is, over wat men niet los kan laten, over iets dat altijd weer de kop opsteekt, zeker nu de levensdraad zo flinterdun is geworden.”

In zijn rapport (deel 3 'Verhalenderwijs') staat het aangrijpende relaas van Van Breukelens contact met twee vrouwen van middelbare leeftijd aan het bed van hun stervende moeder (81). “Ik kom erbij staan en voel me een indringer. Ze zeggen niets. Ik zeg zachtjes: 'Wat ligt ze er vredig bij.' De jongste dochter kijkt verdrietig op. Ze zegt: 'Zo vredig was ze niet. We hebben erg onder haar geleden. Nooit was het goed wat we deden. Tegen anderen was ze aardig, niet tegen ons. We hadden zo graag een moeder gehad. We hadden alles zo graag uitgepraat en nu gaat ze heen en we hebben het niet kunnen zeggen, we hebben niet kunnen vergeven ... alles is nu stil gevallen en nooit zal er een bevrijdend woord zijn.' Lang hebben ze gepraat. Verhalen bij horten en stoten, over het bed. Ze hadden bemind willen worden en misschien zijn ze het ook geweest. Maar over en weer is het niet ervaren en niet begrepen. Ze wilden bidden. In het gebed heb ik alles gezegd - via de Heer onze God - wat ze eigenlijk zelf tegen haar hadden willen zeggen. Misschien heeft ze het in haar eeuwigheid allemaal op een bevrijdende manier gehoord via Gods oor en is ze nu zichzelf.”

Pastor Van Breukelen vindt dat ook op intensive care-afdelingen de patiënten en hun bijna-nabestaanden goed worden begeleid. Een pastor “roept daar de hoop op dat er meer bestaat dan het technisch werk waar men op zo'n intensive care-afdeling mee bezig is. De mensen raken hun emotie kwijt aan iemand die hun verhalen niet kan omzetten in een directe verbetering van de situatie”. De pastor heeft grote bewondering voor de artsen (“ook al lijden zij aan een pathologisch optimisme”) en de verpleegkundigen van de afdelingen waar hij zijn onderzoek deed. Hij voegt er aan toe dat een chef de clinique eens tegen hem zei dat de wijze waarop een pastor de patiënt benadert, meer doet dan een hele zak pillen. Ook herinnert hij zich de uitspraak van de echtgenote van een oud-patiënt: “We hebben nog steeds zo'n trauma van de intensive care. Die wereld was zo erg. Maar jij was er en daar zijn we dankbaar voor.”

    • Frits Groeneveld