Dood en ziek als katholiek

KERKRADE/SITTARD. Een schouderophalend “If Jot wil” (als God het wil) is niet meer genoeg voor de gezondheid van Kerkradenaren. De plaatselijke GGD wil de eet- en leefgewoonten van de burgers verbeteren. Minder barkrukverblijf, bier, sigaretten, pralinekes en friet, meer wandelingen, broccoli, fruit en gekookte aardappelen. Sommige Kerkradenaren moeten begeleiding krijgen in de supermarkt. De levensverwachting van Kerkradenaren ligt namelijk anderhalf jaar beneden die van de modale Nederlander.

De actie 'Fit Doch Mit' heeft een cultuurstrijd ontketend. Op de nationale avondtrom, het Journaal, kregen de Nederlandse kijkers de dagelijkse bevestiging van hun denkbeelden in de vorm van dikke, frites-etende en bierdrinkende Limburgers. Een Kerkraadse barkeeper in het stadscentrum noemt de GGD-actie daarom een uiting van “Hollands calvinisme”.

En inderdaad, calvinisten weten het laatste uurtje langer uit te stellen. Volgens onderzoek van prof. dr. J.P. Mackenbach van de Rotterdamse Erasmus-universiteit leven katholieken korter dan protestanten en onkerkelijken. Gezondheid en een lange levensverwachting blijken zich van het Westen des lands Oost- en Zuidwaarts uit te breiden. Hoe meer zuidelijk en hoe dichter bij de grens, des te minder gezond. Nu Nederland homogeniseert, nemen de verschillen tussen Noord en Zuid, hoeks of kabeljauws, af.

Internationaal gezien valt het nog wel mee met de Kerkraadse gezondheid. Heel België heeft gemiddeld dezelfde levensverwachting als het Limburgse stadje, blijkt uit internationale vergelijkingen. Vlamingen zien daar met spijt de ziekteverzekeringskosten van de meer kwakkelende Walen oplopen. En ook Duitsers, zelfs die uit het Westen, leven gemiddeld korter dan Nederlanders. Daarin schuilt een nieuwe missie voor gidsland voor Nederland ('Weniger Wurst, mehr Holländische Gemüse!').

Volgens Mackenbach is de oorspronkelijk Noord-Nederlandse levensstijl verankerd in “protestantse soberheid”. De matigheid is nu geseculariseerd. Een lang en gezond leven is rationeel en goed voor de staathuishouding. De GGD heeft gelijk: wie gezond eet en veel sport, hoeft minder naar de dokter. Niet alleen voelt hij zich beter maar hij kost de gemeenschap ook minder geld. De laatste fase, waar dokters bij nodig zijn, moet zo kort mogelijk worden, met een milieuvriendelijke crematie achteraf. In hoeverre de dokter het einde een handje mag helpen, is nog in discussie. Rokers zijn op de terugtocht, want ze kosten verzekeringspenningen. Alleen in landen waar mensen zo jong sterven dat ze niet aan longkanker toekomen, hoeft er geen overheidswaarschuwing bij sigaretten omdat die het korte, harde bestaan opfleuren met wat inwendige luxe.

In Nederland ziet de Sittardse huisarts, Peter Freens, een verschuiving van de betekenis van “goed leven”. Het betekent niet meer “moreel goed” maar “gezond”. De medische wetenschap is daarbij slechts instrumenteel. Freens vond zichzelf als huisarts onvoldoende uitgerust voor het sterfbed. Om op meer vakkundige wijze zijn oor te lenen aan patiënten in hun laatste levensdagen, studeert hij dit jaar af in de theologie. Patiënten vroegen zich vaak af wat de zin van lijden of leven was. Godsdiensten hebben volgens hem het meeste ervaring opgebouwd in het begeleiden van geboorte, ziekte huwelijk of dood. Het katholicisme, zeker zoals dat in Limburg werd gepraktizeerd, was dan misschien niet de beste waarborg voor een lang leven maar het bood veel dagelijkse troost. “Theologie stelt mij in staat meer geoefend te luisteren als vroedvrouw van de eigen gedachten van de patiënt”, zegt hij. “Religie is bij uitstek het domein voor existentiële ervaringen.”

Freens herinnert zich patiënten uit zijn vroegere Kerkraadse praktijk. Met zijn vierkante bril en donkerblauwe trui ziet hij eruit als een jonge, wat priesterlijke versie van oud-minister van der Stoel. Voor zijn gast heeft hij gul vijf broodjes, vier besuikerde wafels en een koffiekan klaargezet. Kerkradenaren, die de mijnsluiting niet te boven zijn gekomen, zijn volgens hem “levenskunstenaars” in het vinden van troost, in een biertje of een sacrament. Ze hebben “aardse humor”, zoals Vlamingen.

Een jaar geleden huilde de Madonna van Brunssum tranen bloed. Pas later werd geopenbaard dat het om rode gesmolten was ging, maar ondertussen waren er heel wat mensen getroost, volgens Freens. Hij steunt de campagne van de GGD maar hij voorziet dat Kerkradenaren na de campagne misschien stiekem hun zakje frites gaan consumeren achter “Genherrens vot”, het achterste van het Christusbeeld met de uitgestrekte armen in het centrum.

Voor de katholiek is het leven meer een zucht in de eeuwigheid, met mogelijkheden tot absolutie. “Katholieken kunnen de controle over het eigen leven meer loslaten”, zegt Freens. Sacramenten verlichten het sterven. Protestantisme is als reformatieprodukt een moderner geloof dan katholicisme. Omdat de calvinist onzeker is over zijn lot na de dood, doet hij op aarde zijn best, zoals Max Weber reeds schreef.

Maar dan nu pluk-de-dag-puritanisme. Het kind dat vroeger wakker lag van de vraag of God hem zal treffen in zijn bedje, vreest nu een hartstilstand omdat het nog geen check up heeft gehad. Of het krijgt last van eetstoornissen omdat het niet zeker is van zijn gezondheidsstatus, bok of schaap.

Goed leven was vroeger heilig leven. “Het goede leven” bestond uit gastvrijheid, veel eten en drinken. Dikke abdijpaters met biertjes. Puriteinen hebben daar een variatie op bedacht. “Het goede leven” bestaat uit matigheid om een plekje vrij te houden voor exotische gerechten, te waterskiën met Cola Light of te vrijen (gezonde gym) bij zonsondergang. Verleidelijke vrouwen en gespierde mannen beoefenen aerobics en werken aan gymtoestellen, tegelijk koel en suggestief. De neo-puritein verheerlijkt het lichaam, volgens de oude Calvinisten niets dan ijdelheid. De dokter velt het eindoordeel over de cholesterol. Het gaat om een Renaissance-ideaal van meer seks, sport en sushi en minder vet, drank en tabak. Weinigen zijn uitverkoren.

    • Maarten Huygen