De run op de gulden

De grootste lening in guldens in de geschiedenis, staatsleningen uitgezonderd, werd gisteren geïntroduceerd op de Nederlandse kapitaalmarkt. De Europese Investeringsbank (EIB) leende gisteren in één klap het recordbedrag van 2,5 miljard gulden. In totaal is nu al, in de anderhalve week dat 1996 oud is, voor 5 miljard aan gulden-leningen uitgeschreven. Ook dat is een record.

Vanwaar die plotselinge opleving van gulden-leningen? Aan de aanbodkant van het kapitaal zitten Nederlandse institutionele beleggers (pensioenfondsen en beleggingsfondsen) op een grote pot met geld. Dat is te danken aan de goede resultaten over vorig jaar, met een totaalrendement dat in de buurt moet liggen van 15 procent op obligaties en meer dan dat op Nederlandse aandelen. Zij bevinden zich in het gezelschap van buitenlandse beleggers, met name uit de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, die zich sterk concentreren op obligatiebeleggingen in het 'veilige' deel van Europa - rondom de Duitse mark. “De D-mark is, zoals het er nu naar uitziet, bezig zich ook op de obligatiemarkt definitief te vestigen als de ankermunt van Europa,” zei een bankier gisteren. En de gulden is de betrouwbaarste vazal van de mark.

Het animo voor gulden-leningen is dus in principe groot. Aan de overzijde van de markt, de vraagkant, heeft de financiële revolutie op de kapitaalmarkten er intussen voor gezorgd dat het niet zo veel meer uitmaakt welke valuta's een lener echt nodig heeft. Via allerlei ruiltechnieken (swaps) kan de rentebetaling over een lening in een heel andere munt plaatsvinden dan waarin is geleend. De gulden-obligatielening van de EIB gisteren was eigenlijk bedoeld om investeringen te financieren in marken. Via een ruilcontract met ABN Amro leent de EIB dan wel in guldens, maar betaalt zijn rente in marken.

Juist de vraagkant dreigde dit jaar wat op te drogen. De belangrijkste kapitaalvrager, de staat, doet juist in 1996 een flinke stap terug. Vorig jaar leende minister Zalm van Financiën namens de overheid een recordebedrag van 52,8 miljard gulden op de kapitaalmarkt. Dit jaar worden dat er maar 39 miljard. Het 'gat' tussen 1995 en dit jaar van circa 14 miljard gulden had moeten zorgen voor een gunstig marktsentiment voor de staat. Financiën haalde bovendien in de eerste lening voor 1996, die in december werd aangekondigd, al 7,25 miljard gulden op. Dat is al bijna een vijfde van de financieringsbehoefte, zodat er in de tweede week van januari nog geen 32 miljard aan financieringsbehoefte overblijft voor het gehele jaar.

Minder vraag naar kapitaal maakt de aanbieders extra gewillig, zodat de staat zijn financiering eenvoudig en voordelig op orde kan krijgen. Juist de verwachting dat de Nederlandse rente voor langlopende leningen op de kapitaalmarkt het beter zal doen dan de Duitse, maakt buitenlandse beleggers extra enthousiast.

Maar Zalms zuinigheid heeft wel tot gevolg dat de obligatiemarkt niet al te veel grote langlopende staatsleningen verwacht in de eerstvolgende maanden, hooguit een heropening van de jongste lening uit december.

De markt vult, zo bleek gisteren, zo'n hiaat onmiddellijk op. De recordlening die ABN Amro's effectendochter Hoare Govett op de markt zet voor de Europese Investeringsbank, is dan ook door de bank gepresenteerd als een 'pseudo-staatslening' om de beleggers toch te voorzien van een institutionele lening. De EIB is een door de Europese overheiden gedekte instelling, en voorzien van een double triple A-rating van Moody's en Standard & Poor. Het door beleggers verlangde rendement op de tiejarige EIB-leing ligt maar 0,125 procent boven dat van soortgelijke leningen door de Nederlandse overheid. Het gros van de staten in de Europese Unie moet een hogere rente betalen.

De andere marktpartijen volgen het verloop van de verkoop van deze jumbo-lening op de voet: als ABN Amro er in slaagt de obligatielening in binnen- en buitenland volledig aan de man te brengen lonkt er, volgens financiële bronnen, meer. Er wordt hier en daar al gepraat over misschien wel een drietal 'jumbo'-leningen van de orde van grootte van de EIB-lening.

Dat is goed nieuws voor de Amsterdamse Effectenbeurs, die er de handel in een belangijke toonaangevende notering, een benchmark, bijkrijgt en wellicht nog meer majeure noteringen mag verwachten. Of het ministerie van financiën er zelf blij mee moet zijn is wat anders. De gekoesterde overvloed aan gulden-kapitaal in 1996, die het financieren van het overheidstekort een fluitje van een cent moest maken, vindt nu snel zijn weg naar andere kapitaalvragers.