De pillenprijzen

DE KLAP OP DE PRIJZEN van geneesmiddelen, die het kabinet voorbereidt, heeft al effect nog voordat deze is uitgedeeld. Terwijl de Wet Geneesmiddelenprijzen nog door de Eerste Kamer behandeld moet worden, heeft de belangenorganisatie van de farmaceutische industrie (Nefarma) laten weten bereid te zijn zelf de geneesmiddelenprijzen aanzienlijk te verlagen. De dreiging met een draconische ingreep in de prijsstelling heeft de farmaceutische bedrijfstak tot het inzicht gebracht dat er best 20 tot 25 procent van de prijzen af kan. Op die manier zou de industrie volgend jaar langs vrijwillige weg evenveel op de pillenprijzen bezuinigen als het kabinet beoogt met een ingreep in de markt.

De prijzenwet voor geneesmiddelen is een sterk staaltje van krachtig overheidsingrijpen en als zodanig een goed voorbeeld van de veranderde opvattingen over de betrekkingen tussen staat en markt in het links-liberale tijdperk. Jaren van overleg met de organisaties van apothekers en de farmaceutische industrie en onwerkbare compromissen hebben niet tot het door de overheid gewenste resultaat van lagere prijzen voor de consumenten geleid. Lagere prijzen werden niet alleen noodzakelijk geacht om de kosten van de gezondheidszorg te beheersen, maar vooral ook om het hoge Nederlandse prijsniveau meer in overeenstemming te brengen met het Europese gemiddelde. Het prijsverschil leidde tot winstgevende handel in geneesmiddelen die over de grens werden ingekocht en hier verkocht.

Minister Borst (volksgezondheid) lijkt nu te gaan bereiken wat geen van haar voorgangers voor elkaar heeft gekregen. Wat het OMNI-partijenakkoord uit 1989 en het GVS (geneesmiddelenvergoedingssysteem) van 1991 niet wisten te forceren, lijkt met de prijzenwet te lukken. De farmaceutische industrie bindt in. De prijzenslag beperkt zich trouwens niet tot de industrie: ook de apothekers moeten inleveren. De kortingen en bonussen die ze ontvangen van de leveranciers en die ze niet in de vorm van lagere prijzen doorgeven aan de consumenten, zullen worden aangepakt. EEN PRIJZENWET is een harde manier om een markt open te breken en dit is slechts in uitzonderlijke omstandigheden gerechtvaardigd. Namelijk wanneer een markt aan kartelvorming is onderworpen, afgeschermd van binnenlandse en buitenlandse concurrentie en wanneer de afname van de produkten is gegarandeerd en de financiering collectief geregeld is. Dat is het geval in de gezondheidszorg en, meer in het bijzonder, in de geneesmiddelenbranche. Dan is geen sprake van vrije marktwerking, maar van een pseudo-markt. Daar kan overheidsingrijpen de marktverhoudingen paradoxaal genoeg verbeteren.

De inschikkelijkheid die de farmaceutische industrie toont om, nu het mes haar op de keel is gezet, met honderden miljoenen minder aan inkomsten genoegen te nemen, illustreert de kunstmatigheid van de prijzen in een afgeschermde markt. Het is ook een teken van bereidheid tot samenwerking met de overheid om een oplossing te vinden voor de beperking van de gezondheidskosten. Daarmee kan minister Borst een deel van de bezuinigingen binnenhalen die de gezondheidszorg deze kabinetsperiode zijn opgelegd. De consumenten van gezondheidszorg kunnen hun voordeel doen.