De macht verloren, niet getreurd

Nijmegen liep 25 jaar geleden voorop in de democratisering, maar sinds 1994 heeft de universiteitsraad daar minder te vertellen. 'De raad heeft zijn tanden verloren.'

'Ik had geen zin om de universiteitsraad te begraven', zegt prof.dr. J. Vossen. Nu is hij hoogleraar vergelijkende en fysiologische psychologie in Nijmegen. Vijfentwintig jaar geleden was hij wetenschappelijk medewerker en één van de oprichters van de universiteitsraad aan de Katholieke Universiteit. Jarenlang was hij raadslid, maar anderhalf jaar geleden stapte hij er verbolgen uit. Want het democratisch bestuur van de universiteit is gesmoord.

Nijmegen kreeg in 1970 een gekozen universiteitsraad, ter vervanging van het oude hooglerarenbestuur. De revolutionaire vernieuwing kwam er dankzij protesten en bezettingsacties van studenten die de steun hadden van een groot deel van de wetenschappelijk medewerkers. Ze kwamen in het geweer tegen de 'dictatuur' van de hoogleraren. Nijmegen stond bekend als 'marxistisch bolwerk'. Studenten en medewerkers eisten een bestuur waarin alle universitaire 'geledingen' waren vertegenwoordigd: studenten, niet-wetenschappelijk personeel, wetenschappelijk medewerkers èn hoogleraren. Minister Veringa (onderwijs) gaf - uit vrees voor 'Parijse toestanden' - verrassend snel toe aan de eisen die aan vrijwel alle universiteiten op spandoeken werden geschreven. was een feit.

Volgens de befaamde Wet op het Universiteitsbestuur (WUB) kreeg de universiteitsraad, in Nijmegen toen 32 leden, nu 24, de gedeelde verantwoordelijkheid voor het bestuur van de universiteit - samen met het College van Bestuur. Raadsleden mochten jaarlijks de begroting vaststellen, ze konden besluiten van het college van bestuur wijzigen door een amendement in te dienen en ze konden ook zelf voorstellen indienen en in stemming brengen. Officieel was de Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN) overigens niet verplicht de WUB te volgen, omdat ze valt onder verantwoordelijkheid van een eigen katholiek bestuur.

Van deze grote vrijheid om de eigen bestuursvorm te kiezen heeft de KUN pas in 1993 gebruik gemaakt. Pas toen besloot het Nijmeegs college - als eerste universiteit - het bestuur te veranderen. Er moest een einde komen aan 'stroperige besluitvorming' en 'eindeloos overleg' tussen besturen en de verschillende raden: de universiteitsraad en op lager niveau de faculteitsraden en de vakgroepsraden. Het zwaartepunt van de macht werd verschoven naar het College van Bestuur en de besturen van faculteiten en vakgroepen.

De macht van de universiteits- en faculteitsraden werd beperkt. De mede-verantwoordelijkheid, die 25 jaar was gekoesterd, ging verloren. De begroting kan de raad nu alleen nog goed- of afkeuren. Voor andere onderwerpen hebben raadsleden naast instemmingsrecht nog wel amendementsrecht, maar als het college zo'n amendement 'onverantwoord' vindt, mag het worden genegeerd. Zover is het overigens nog niet gekomen. Als de universiteitsraad toch voet bij stuk houdt, hakt het stichtingsbestuur de knoop door.

Logisch, zegt dr. Th. Stoelinga, voorzitter van het College van Bestuur over de beperking van de macht van de universiteitsraad. 'Vroeger moest het college een besluit uit handen geven aan de universiteitsraad, terwijl het er wel verantwoordelijk voor bleef. Nu houdt het bestuur een besluit volledig in eigen hand.' En hoewel de universiteitsraad formeel minder te zeggen heeft, maakt het in de praktijk weinig verschil, vindt hij. 'De sfeer is niet veranderd. De raad is formeel wel een soort medezeggenschapsraad geworden, maar de manier waarop wordt overlegd is min of meer hetzelfde.'

Afbraak

Raadsleden keken aanvankelijk met reserves naar de veranderingen. 'Ze wilden natuurlijk niet zo graag verworven rechten inleveren.', zegt griffier C. Buvink. 'Maar nu we twee jaar draaien, blijkt dat het niet veel anders is dan vroeger. De meeste besluiten van het bestuur zijn ook nu gewoon een uitkomst van onderhandelingen tussen raad en bestuur. Een compromis.'

Maar anderen aan de universiteit zien in de afbraak van de verworvenheden van de jaren zestig en zeventig 'een somber voorteken'. Zoals prof.dr. G. Huizer, hoogleraar ontwikkelingsstudies en directeur van het Derde Wereldcentrum: 'Het past in de no nonsense-trend, de opmars van het neo-liberalisme die in de hele wereld aan de gang is. Alles moet in dienst van het bedrijfsleven gebeuren, omdat dat zogenaamd efficiënter is.' Begin jaren zeventig, toen de universiteitsraad werd ingesteld, werkte Huizer in Latijns-Amerika, voor de VN. 'Toen ik hier terug kwam, was ik verrast dat de democratiseringsbeweging die ik in de derde wereld had gezien, ook hier zijn weerslag had, ook op de universiteiten.' Het engagement is nu in slaap gesust, treurt hij. 'Bijna niemand protesteert. Pas over tien jaar, als alles is afgebroken en ook de universitaire democratie helemaal is verdwenen, zullen we wel merken wat voor chaos er van komt. Dan komt er hopelijk opnieuw een protestbeweging op gang.'

Universiteitsraadsveteraan Vossen vreest dat het bestuur volkomen haar eigen gang kan gaan. Want nergens is vastgelegd dat het bestuur verplicht is de raad te voorzien van de benodigde informatie. Zo maakte hij, toen de nieuwe structuur al was ingevoerd, nog net mee dat het universiteitsbestuur meedeelde geld voor onderzoek aan bepaalde vakgroepen toe te wijzen. 'En toen wij om de reden daarvan vroegen, zei het bestuur: dat is gebeurd op grond van het advies van de commissie. Maar niemand in de raad wist van het bestaan van die commissie, laat staan wie er in zat.'

Maar terug naar de universitaire democratie van de jaren zeventig wil Vossen ook niet. 'De oude universiteitsraad had te veel in te brengen. Ik heb het bijvoorbeeld nooit goed gevonden dat studenten konden mee beslissen over de verdeling van onderzoeksgelden. Dan bepaalde hun onberekenbare interesse welke onderzoeken geld kregen. Na de grandioze onzin van de WUB slaan we kennelijk opeens door naar de andere kant.'

Onzin

E. Haast, oud-studentlid van de universiteitsraad en nu promovendus bij communicatiewetenschap, windt zich nog het meest op over de manier waarop het bestuur spreekt over de invloed van studenten. 'Studenten zijn opeens geen lid meer van de universitaire gemeenschap, maar afnemers van onderwijs, consumenten zonder eigen mening of stem. En dat terwijl onze studentenfractie vaak heel zinnige dingen had in te brengen.' Maar huidige leden van de universiteitsraad zijn lang niet zo ontevreden over hun invloed op het universiteitsbestuur. 'Het is onzin om te denken dat je alleen macht hebt als je zelf besluiten kunt indienen', zegt A. Creemers sinds 1987 met tussenpozen lid van de personeelsfractie. Ze is werkzaam bij het 'Bureau' van de universiteit. 'De toetsende taken hebben we behouden. Daarmee kunnen we nog net als vroeger het college ter verantwoording roepen.' Natuurlijk heeft een raadslid wel wat minder te vertellen dan vroeger. 'Vroeger konden we bijvoorbeeld akkoord gaan met de opheffing van een aantal leerstoelen, maar ervoor kiezen de leerstoel geschiedenis van het katholicisme te behouden. Nu is dat lastiger. We kunnen zo'n besluit goed- of afkeuren. En als we het hard nodig vinden, kunnen we een amendement indienen. Met de kans dat het college het amendement negeert, al is het college natuurlijk ook gebaat bij een goede verstandhouding - voor een breed draagvlak.'

De huidige universiteitsraad is misschien zelfs beter dan vroeger, oppert lid van de 'Progressieve Studentenfractie' P. van Erp. Want het bestuur neemt weliswaar àlle beslissingen, maar dat betekent ook dat ze zich niet langer achter de raad kan 'verschuilen.' 'Het bestuur is juist gedwongen ons goede informatie te geven. Als wij niet voldoende weten, stemmen we er niet mee in.' Het instemmingsrecht over de begroting is nog steeds een machtsmiddel, vindt hij.

Volgens Van Erp hoeft de raad niet te treuren om het verlies van de bevoegdheden. 'Vroeger bemoeide de Universiteitsraad zich werkelijk overal mee, van de politiek in Cambodja tot kernwapens. Dat is toch niet relevant.' Ook Dr. L. Nelissen, lid van de faculteitsraad Sociale Wetenschappen, vraagt zich af of de beperking van de universitaire democratie wel door iedereen zo negatief wordt ervaren. 'Ik zit al bijna twee jaar in de raad, en in al die tijd ben ik nog nooit door een collega gevraagd eens iets in te brengen.'

Tot nu toe is de Nijmeegse universiteit de enige waar de macht van de universiteitsraad is beperkt. Wel besloot de Vrije Universiteit, die ook een eigen stichtingsbestuur heeft, vanaf september volgend jaar de het ledenaantal van studenten en niet-wetenschappelijk personeel in de raad terug te dringen. Maar als het aan minister Ritzen (onderwijs) ligt, zal ook de macht van de universiteitsraad van de tien openbare universiteiten binnenkort nog sterker worden beperkt dan in Nijmegen. In een wetsvoorstel dat dit voorjaar in de Tweede Kamer wordt besproken, stelt hij voor de raad het recht te ontnemen over de begroting te stemmen. Voor andere onderwerpen wil Ritzen de raad instemmingsrecht geven. Bovendien mogen studenten niet langer stemmen over personeelszaken. Wel krijgen ze het recht 'collectief' beklag te doen over de kwaliteit van het onderwijs. De studentenvakbonden wijzen Ritzens plan rigoreus af. Volgens M. Riegel van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) worden studenten door de plannen van Ritzen gedegradeerd tot 'klachtenmachines'.