Bijspijkeren in de hulpklas

In Ede kunnen kinderen van openbare basisscholen die door leerproblemen flink achterop zijn geraakt een jaartje gaan 'logeren' in de hulpklas. In deze bovenschoolse hulpklas, die onderdak heeft gekregen in een van de Edese openbare scholen, is plaats voor acht tot twaalf leerlingen uit groep drie en vier. Ondanks de extra inspanningen van hun eigen juf of meester konden ze niet meekomen met het gewone lesprogramma. Omdat ze de basisvaardigheden van taal en rekenen slecht onder de knie krijgen, raken ze los van de andere kinderen en wordt school voor hen een dagelijks terugkerend drama. Een chronisch gebrek aan zelfvertrouwen en motivatie is het resultaat. Tot voor kort kwamen deze moeizame starters meestal in het speciaal onderwijs terecht.

Maar een tussenvorm werkt ook, zo ontdekten ze in Ede. Door de zeer intensieve begeleiding die deze kinderen in de hulpklas krijgen, kan 90% na een jaar weer terug naar de oude school. Hoogvliegers zullen het waarschijnlijk nooit worden, maar de verwachting is dat ze met wat extra steun de gewone basisschool kunnen doorlopen. De toeloop naar het dure speciaal onderwijs wordt op deze manier afgeremd en dat is de belangrijkste doelstelling van het landelijke project Weer Samen Naar School. Daarnaast werkt de hulpklas als een motor voor de vernieuwing van het basisonderwijs, benadrukt Henk Wieberdink, verbonden aan de schoolbegeleidingsdienst De Zuid-Vallei in Ede. Op alle openbare scholen in zijn werkgebied zijn er inmiddels leerkrachten die zich hebben bekwaamd in het bieden van eerste hulp bij gedrags- en leerproblemen. Er is bovendien veel meer aandacht voor tempoverschillen tussen leerlingen. Achterstanden worden daarom eerder ontdekt. 'Maar', zo relativeert Wieberdink, 'een zwakke leerling beschikt uiteindelijk over dezelfde hoeveelheid tijd als een gemiddelde of snelle leerling.'

Dat is anders in de hulpklas. Er is niet alleen meer aandacht voor ieder kind afzonderlijk, ook wordt er twee keer zoveel leertijd ingeruimd voor het vak waar de leerproblemen zitten. Meer instructie en meer oefenen is het parool van de hulpklas, en alles in hele kleine, afgemeten stapjes. Een kind met leesproblemen besteedt 's morgens driekwartier aan taal en 's middags nog eens een half uur. Projecten over zeehondjes en pesten zijn even niet aan de orde. Muziek en gym krijgen de hulpklaskinderen wel, want de boog kan niet altijd gespannen staan.

Onlangs verscheen het verslag over de ervaringen met de eerste hulpklas die in september 1993 van start ging. Belangrijkste bevinding is misschien wel dat negen van de tien hulpklasleerlingen na een jaar weer teruggingen naar hun oude school. Een leerling bleek zoveel taalproblemen te hebben dat een LOM-school meer perpectief zou bieden. Voordat ze in de hulpklas kwamen bedroeg de gemiddelde achterstand bij de acht kinderen met lees- en spellingsproblemen zeven maanden, de twee kinderen met rekenproblemen lagen gemiddeld acht maanden achter. Van de tien hadden er bovendien acht 'werkhoudingsproblemen' en vier kinderen kampten met moeilijkheden op het gebied van mondelinge taal. Het ging om negen jongetjes en één meisje. Een andere conclusie is dat de verbeteringen niet alleen te zien waren op het vakgebied waar de leerling extra hulp voor had gehad, maar ook op andere vakgebieden lieten de resultaten vaak een stijgende lijn zien.

'Een succesvol hulpklasjaar', stelt Wieberdink tevreden vast. 'We hebben ervaren dat het leren bij deze groep kinderen weer op gang gebracht kon worden en dat ze dus niet hoeven door te stromen naar het speciaal onderwijs.' Maar waaraan is dit succes nu te danken? De onderwijsbegeleider kan het niet met zekerheid zeggen, maar de twee pijlers waarop de hulpklas steunt, meer leertijd en het aanbieden van de leerstof in afgemeten, kleine stapjes, zouden wel eens een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan dit positieve resultaat.

Over de zeer gestructureerde leermethodes die in de hulpklas worden gebruikt kan Agnes Wanschers meer vertellen. Wanschers onderhoudt contact met de scholen die leerlingen voor de hulpklas aanbieden, ze toetst de kinderen bij binnenkomst en ziet er op toe dat de weer teruggeplaatste leerlingen de juiste begeleiding krijgen. Daarnaast is ze ook nog invalleerkracht in de hulpklas. 'Ieder vakgebied hebben we in hele kleine partjes opgedeeld en elk stapje wordt samen met het kind genomen. Deze kinderen ontdekken dat niet zelf, die moet je vertellen wat ze moeten doen. Je leidt ze aan het handje mee', aldus Wanschers, die hier aan toevoegt dat elk normaal lerend kind van deze werkwijze volkomen kriegel zou worden. 'Telkens wordt bekeken of het stapje in de leerstof echt genomen is of dat er nog meer geoefend moet worden.' Naast de gebruikelijke visuele lesstof is er voor de leerlingen met taalproblemen ook een uitgebreid aanbod van auditief materiaal ontwikkeld. Het is erg belangrijk, benadrukt Wanschers, dat deze kinderen succeservaringen opdoen en dat lukt vaak door deze voorgestructureerde manier van werken. Regelmatig maakt ze mee dat kinderen oprecht verbaasd zijn als ze iets goed gedaan hebben. 'Ik?', brengen ze dan verbouwereerd uit, 'maar ik kan het toch altijd het slechtste?'

Kinderen die voor de hulpklas in aanmerking komen hebben op de eerste plaats leerproblemen, ze profiteren niet meer van het aanbod van de gewone basisschool omdat het leerproces stokt. 'De achterstand moet binnen een schooljaar voor een belangrijk deel in te lopen zijn', zo legt Wieberdink een van toelatingscriteria voor de hulpklas uit. 'We ontlasten de leerkracht die er vaak al van alles aan gedaan heeft om het leerproces bij het kind op gang te brengen. Maar dat is tijdelijk. De leerkracht blijft erbij betrokken en blijft verantwoordelijk, want na een jaar moet hij zelf weer verder met die leerling.' Het Edese succes betekent geenszins dat het speciaal onderwijs binnenkort gesloten kan worden. Wel dat de populatie in het speciaal onderwijs nog meer dan nu al het geval is zal gaan bestaan uit kinderen met ernstige gedragsproblemen, want die komen niet voor de hulpklas in aanmerking. 'Gedragsproblemen zijn vaak blijvend', zegt Wanschers, 'die verhelp je niet in één jaar.'

    • Michaja Langelaan