Ballet als mini-circus met dansje en liedje

Voorstelling: 'Je' au pluriel of het meervoudige 'ik'. Choreografie: Désirée Delauney; spel: Delauney, Anat Geiger; muziek: o.a. J.S. Bach, Portishead; kostuums: Alberto Cortes; vormgeving: Boris Gerrets; licht: Gert Bakker. Gezien: 10/1 De Brakke Grond, Amsterdam. Aldaar: t/m 13/1. Verder: 26, 27/1 Utrecht, 9/2 Maastricht.

Op vakantie in Zuid-Europa zie je het nog wel, zo'n mini-circus dat z'n tent heeft opgeslagen op het parkeerterrein van een dorp. Een familiebedrijf met als kapitaal een afgebeuld paard en een mottige tijger. Waar oma de kassa beheert, opa de keutels opruimt, de dochter alle stunts doet en haar kinderen hun koprol uitvoeren op het beton. Beslist geen 'spektakel van de onverdragelijke lichtheid van het bestaan', zoals Désirée Delauney haar voorstelling 'Je' au pluriel of het meervoudige 'ik' afficheert. Het zijn onvergelijkbare situaties en toch is er een overeenkomst: de mislukking was onontkoombaar.

In 'Je' au pluriel of het meervoudige 'ik' worden het circus, de kermis en het theater verenigd door middel van de figuren Koorddanser, Pierrot en Nar. Gespeeld door de broodmagere Franse choreografe Désirée Delauney en de mollige Braziliaanse actrice Anat Geiger. Zij wisselen elkaar af in enkele solo's en vullen elkaar aan in de 'duetten', als je hun gezamenlijk optreden tenminste als zodanig wilt bestempelen. In haar rode feestjurk heeft Geiger als Nar tevens de rol van manipulator. Op een ontwapenende, licht ironische manier doet zij een dansje, zingt een liedje en stelt vragen aan het publiek. Zij is levendig, warm en sensueel. Delauney is haar tegenpool. Als Pierrot is zij steriel, noch tragisch noch boosaardig. Haar stokkerige bewegingen doen aanvankelijk onbeholpen aan, maar na een 'klassiek balletlesje' van docente Geiger lijkt zij als theatrale Koorddanseres eerst haar evenwicht in langlijnige arabesken te kunnen bewaren totdat zij omlaag stort.

'Je' au pluriel of het meervoudige 'ik' werd gemaakt vanuit het standpunt dat 'liefde en vriendschap de hemelse bron zijn'. Dat klinkt heel vriendelijk, maar er komt meer bij kijken om een spannende voorstelling te maken. Het tussen-de-schuifdeuren-gehalte is deze keer hoog in Delauney's produktie. Na de extase en de woede in Corps/Etranger (1995) wilde zij blijkbaar laten zien dat zij ook haar luchtige kant heeft. Maar voor circus en theater geldt dezelfde wet: Het is moeilijker het publiek te laten lachen dan te laten huilen.