Agenten pleegden mogelijk meineed; Drugshandel politie: een miljard omgezet

DEN HAAG, 11 JAN. Criminele informanten hebben de afgelopen jaren meer dan een miljard gulden omgezet met drugstransporten die werden uitgevoerd onder regie van de politie. Voorts zouden Haarlemse politieagenten meineed hebben gepleegd tegenover de enquêtecommissie.

Dit zijn bevindingen van de rijksrecherche die, in een zogeheten Fort-team, sinds april vorig jaar de omvang onderzoekt van de partijen drugs die door de politie bij infiltratie-acties op de vrije markt zijn gebracht.

De bevindingen van het rijksrechercheonderzoek, dat onder leiding staat van de advocaten-generaal P. Cremers en S. Zwerwer, zijn vorige maand in Den Haag bekendgemaakt aan een zogenoemde regiegroep waarin minister Sorgdrager, procureur-generaal en OM-topman Docters van Leeuwen, de burgemeester van Haarlem en enkele topambtenaren zitting hebben. Ook de enquêtecommissie heeft de resultaten ontvangen. Het rapport van de commissie-Van Traa zal op 1 februari verschijnen.

De totale hoeveelheid containers met drugs die de politie via informanten bewust heeft doorgelaten, wordt door de rijksrecherche voorlopig begroot op 45 stuks. De partijen marihuana en hasjiesj die niet zijn onderschept, betreffen in totaal tussen de 100 à 150 ton, dat is drie keer de jaarlijkse consumptie in Nederland.

De rijksrecherche heeft sterke aanwijzingen dat rechercheurs van de Haarlemse politie tegenover de parlementaire enquêtecommissie meineed hebben gepleegd. Uit bewijsmateriaal dat enkele rijksrechercheurs vorige maand in Ecuador hebben verzameld, zou blijken dat de ex-informantenrunners van de Haarlemse criminele inlichtingendienst (CID), Langendoen en Van Vondel, hebben samengespannen om het onderzoek van de commissie-Van Traa te dwarsbomen.

Cruciaal is dat de in Ecuador wonende zuster van Langendoen tegen de rijksrecherche heeft verklaard dat haar broer, de voormalige Haarlemse CID-chef, erbij aanwezig was toen een informant van de politie in Haarlem begin vorig jaar enige honderdduizenden guldens zwijggeld kreeg uitgekeerd. Dit was bedoeld om te voorkomen dat de informant met de rijksrecherche en de commissie-Van Traa zou gaan praten over de omstreden opsporingsmethoden van de Haarlemse politie.

Tijdens de verhoren van de parlementaire enquêtecommisie heeft Van Vondel, de helft van het Haarlemse 'koningskoppel', voor de enquêtecommissie gezegd dat hij het zwijggeld buiten medeweten van Langendoen heeft uitbetaald. Op het moment dat hij betaalde, was Van Vondel al vertrokken bij de politie en werkte hij als privé-detective. Langendoen, die tegen Van Traa hardnekkig ontkende iets te weten van de betaling van zwijggeld werkt nog bij de politie in Haarlem. Sinds enkele maanden staat hij echter op non-actief.

Pagina 3: Twijfel bleek al bij verhoor rechercheurs

De zus van Langendoen heeft enkele jaren gewerkt bij de zogenoemde 'sapman': de informant die het zwijggeld ontving. De sapman beschikt over bedrijven in België en het Ecuadoriaanse Guayaquil. Hij werd informant van de politie omdat hij door zijn handel in vruchtesappen kennis had van drugslijnen tussen Zuid-Amerika en West-Europa. Van Vondel was enige tijd bevriend met de sapman en ging met hem op vakantie. De zus van Langendoen werd enkele jaren geleden door haar broer aan een baan bij de sapman geholpen. Ze werkte nog bij hem toen de man begin vorig jaar het zwijggeld kreeg uitbetaald.

Tijdens de verhoren van de parlementaire enquête bleek dat de commissie-Van Traa weinig geloof hechtte aan de verklaringen van Langendoen en Van Vondel over het zwijggeld. “Weet u dat heel zeker (...), weet u dat echt zeker”, vroeg Van Traa toen Langendoen stelselmatig ontkende enige kennis van de betaling van zwijggeld te hebben. De commissievoorzitter wees er daarbij op dat Langendoen en Van Vondel vrijwel alles samen deden. Ook legde hij Langendoen de tekst van een gesprek tussen de sapman en Van Vondel voor waarin de ex-collega van Langendoen de sapman voorhoudt dat hij eerst met Langendoen moet praten alvorens hij een gesprek met de rijksrecherche aangaat. Maar Langendoen hield vol dat hij geen enkele wetenschap van het zwijggeld had. Langendoen is niet bereikbaar voor commentaar.

Over de drugsimporten maakte Sorgdrager eerder bekend dat de politie tussen de 100.000 en 400.000 kilo drugs importeerde. Tijdens de parlementaire enquête werd bovendien meegedeeld dat de politie betrokken was bij de import bij 65 drugscontainers. Onbekend bleef echter hoeveel daarvan op de vrije markt terecht kwamen en welke winsten criminele informanten daarmee boekten. De Haarlemse CID'ers stelden in de openbare verhoren dat ze bij de invoer van 32 containers betrokken zijn geweest.

    • Marcel Haenen
    • Tom-Jan Meeus