Westdijk en De Koning schraapten geld ZUSJE bij elkaar; Leuren met 'een idioot idee'

AMSTERDAM, 10 JAN. De film is perfect. Robert Jan Westdijk zegt het argeloos, zonder een zweem van arrogantie. ZUSJE is niet perfect omdat de film een Gouden Kalf heeft gewonnen en prijzen op buitenlandse festivals. Ook niet omdat de vier maanden die zijn verstreken tussen première op de Utrechtse Filmdagen en bioscooproulement de opwinding tot het kookpunt hebben gebracht - “De droom van elke producent”, zegt Clea de Koning.

Nee, ZUSJE is perfect omdat de film precies is geworden zoals de makers haar wilden hebben. Regisseur Westdijk: “Er zit geen scène in waarvan ik denk, hadden we die maar anders gedaan. We vinden 'm echt goed.” Maar op driekwart van het gesprek vragen hij en producente De Koning nog met gretigheid wat ik eigenlijk van de film vond en het antwoord lijkt hen bijna op te luchten, alsof ik de eerste was die hun een compliment maakte.

In september 1992 begon Westdijk serieus aan het scenario. Een jaar later kwam De Koning erbij, voor de financiering. Toen was al besloten dat ze niet zouden aankloppen bij de subsidiefondsen. Want waarom zouden die geld geven aan een onervaren filmer, die nog niet eens een goede samenvatting van het verhaal kon maken? “Dat konden we pas toen de film af was.”

Dus werd de vennootschap Grote Broer Filmwerken opgericht, die het basiskapitaal bijeen moest brengen: 39 mensen die geld stopten in een idee. “Zij hoefden geen diepgaande psychologische studie te horen, maar wilden gewoon weten: waar gaat de film over, wat zijn je plannen en waarom denk je dat wij mee zouden willen doen? Ze zagen een bezeten jongen. Achteraf denk ik wel eens, als ik geweten had wat een moeite het me zou kosten, had ik toen niet met zoveel aplomb durven beweren dat het allemaal wel zou lukken.”

Want, zegt Westdijk: “Nu doet iedereen opeens alsof het zo'n winner-verhaal was, maar in het begin vonden mensen er niets aan. Idioot idee, zo'n broer die zijn zus filmt. Veel mensen wilden niet meedoen. Die hebben er nu spijt van.” “Dat was de reden dat ik de produktie mocht doen”, zegt De Koning. “Ervaren producenten lachten hem uit.”

De Koning zocht en vond sponsors. Bedrijven bellen, met de directeur praten, charmeren. En als die niet wilde, 'aaah, toe' zeggen. Dat financiële samenraapsel maakt het moeilijk het budget vast te stellen. De makers willen het ook niet schatten. Bij hun volgende film mocht de producent eens zeggen: 'dat kon je bij ZUSJE toch ook voor dat bedrag doen?'

ZUSJE was haalbaar op deze manier. Vooral dankzij 'gigantische' steun van een video-verhuurder in Schijndel. Westdijk heeft liefst acht maanden gebruik mogen maken van hun montagetafel. Het draaien is in drie weken gebeurd - op de set lopen 30 mensen rond, monteren is met z'n tweeën aan een tafel zitten, met geen andere verantwoordelijkheid dan die voor jezelf.

De Koning: “Dan is het opeens een luxe dat we geen salaris hoefden te betalen. Mensen vroegen: zou je als producent niet eens ingrijpen in de montage? Dan antwoordde ik: waarom zou ik? Het kost toch niks.” En de verhuurder werd steeds makkelijker, volgens Westdijk. “Een keer zeiden ze, breng hem nu maar terug. Toen reed ik elke dag naar Schijndel. Ik denk dat ze me daar zo zielig vonden, in de lunchpauzes, dat ze me de tafel dan maar weer een week meegaven.”

Hetzelfde perfectionisme leidde tot de keuze voor de hoofdrol: de nieuweling Kim van Kooten. Westdijk dacht dat-ie per se een 'echte' actrice nodig had en dus heeft hij 140 screentests met andere 'Daantjes' gemaakt. “Bij elke nieuwe test zeiden ze: neem dit meisje nou maar, jullie zullen toch nooit een perfecte Daantje vinden.” Het succes heeft de keus vanzelfsprekend gemaakt.

“Zoveel mensen hebben gezegd, zul je dan nooit ophouden met pielen aan die film? Maar je gaat door tot het he-le-maal goed is. Ik zie nu nog films die ik 8 jaar geleden heb gemaakt, waarvan ik toen al wist, dit is niet helemaal goed, maar ik ben te lui om er nog iets aan te doen. En nu erger ik me blind als ik ze zie.”

    • Bas Blokker