Walen en Vlamingen nu 'partners'; Conflicten België ideologische lading kwijt

NAMEN, 10 JAN. Een kleine vijftien kilometer buiten Brussel, op een bord langs de snelweg vanuit Namen, worden voorbijrazende automobilisten welkom geheten in Vlaams Brabant. Veel Walen nemen aanstoot aan die grensmarkering. Voor hen symboliseert het bord het eng-nationalistische en economisch rijke Vlaanderen dat, gevoed uit louter eigenbelang, piketpaaltjes in België slaat en zich niet bekommert om de dreigende barsten in het land.

Toch staan de moderne Walen niet vijandig tegenover Vlaanderen, net zoals de nieuwe generatie Vlamingen niet afwerend staat tegenover Wallonië. Anders dan de stereotiepe, historisch gegroeide beeldvorming voorschrijft, beschouwen de 'leidinggevende' Vlamingen en Walen elkaar tegenwoordig in de eerst plaats als “partners”. Vlamingen en Walen willen samenwerken en betreuren de geregeld oplaaiende spanningen tussen de beide regio's.

“De ideologische scherpte van de taalstrijd is er een beetje af. Men gaat de verhoudingen tussen beide regio's meer zakelijk zien”, zegt sociologe Denise van Dam, wetenschappelijk medewerker aan de katholieke universiteit van Namen. Onlangs heeft ze haar doctoraalstudie afgerond naar verschillen in culturele en politieke identiteit tussen Vlaanderen en Wallonië. Daartoe voerde ze, gelijk verdeeld over beide landsdelen en op basis van absolute vertrouwelijkheid, uitgebreide vraaggesprekken met 94 mensen in vooraanstaande maatschappelijke posities: managers uit het bedrijfsleven en de bankwereld, maar ook schrijvers, academici, bestuurders van maatschappelijke en culturele organisaties, burgemeesters en enkele politici. En wat blijkt: de meerderheid van de leidinggevende elite in Vlaanderen en Wallonië denkt in grote lijnen hetzelfde over de economische en bestuurlijke inrichting van hun gebied.

Zo vinden de meeste ondervraagden dat de overheid zich slechts in beperkte mate moet bemoeien met het economische leven. De politieke klasse en het overheidsapparaat krijgen over het algemeen maar weinig krediet. Opvallend is dat ondernemers in zowel Wallonië als in Vlaanderen groot belang hechten aan een sterke vakbeweging als hoedster van goede arbeidsvoorwaarden. Niet alleen de taalstrijd heeft aan betekenis ingeboet, maar ook de sociaal-economische klassenstrijd, concludeert Van Dam. “Typisch voor het post-modernisme. De grote conflicten, ook in Belgïe, verliezen hun ideologische lading. Men wordt partners”.

Maar die gelijkgestemde opvattingen over de taalgrens heen betekenen allerminst dat het Vlaamse welkomsbordje langs de snelweg bij Brussel zijn symbolische betekenis heeft verloren. Als het gaat om de culturele identiteitsbeleving van hun regio gaapt er nog steeds een diepe kloof tussen Vlamingen en Walen. Vlamingen zeggen met hun hart te vechten voor een zelfstandige natie, terwijl Walen vooral rationeel bezig zijn met economische ontwikkeling in hun regio. Vlaanderen is een 'land', Wallonië bestaat niet, maar vormt de optelsom van een aantal sterk uiteenlopende subregio's en steden. Walen voelen zich onderdeel van “de grote Franse cultuur”, terwijl de meeste Vlamingen sterk gemotiveerd zijn voor hun eigen taalcultuur op te komen, somt Van Dam op.

Uit haar onderzoek blijkt dat de Waalse leiders vinden dat Wallonië “de bruisende geest van champagne” heeft, een beetje anarchistisch is ingesteld en minder belang hecht aan starre regels en discipline. De Walen zien zichzelf als tolerant, niet racistisch of xenofobisch. De Vlamingen van hun kant prijzen zichzelf voor hun arbeidsethos, hun pragmatisme, hun dynamiek en hun ondernemingszin. Tegelijkertijd stellen sommige ondervraagden met spijt vast dat Vlamingen nog steeds lijden aan een minderwaardigheidscomplex ten opzichte van de Franstaligen in België.

Economisch gezien gaat het Vlaanderen de afgelopen decennia voor de wind. Maar paradoxaal genoeg blijken veel Vlaamse managers ongerust te zijn over de toekomst, terwijl hun Waalse collega's juist hoopvol gestemd zijn. Nogal wat Vlaamse 'leiders' zeggen bezorgd te zijn dat Vlaanderen op zijn lauweren gaat rusten nu een groot deel van de eisen voor zelfstandigheid ingewilligd zijn. Daartegenover staat het Waalse vertrouwen dat het economische verval in Wallonië slechts een tijdelijk verschijnsel is, historisch noodzakelijk om de industrie te herstructreren en om beter uitgerust uit de crisis te voorschijn te komen.

Maar dat Waalse zelfvertrouwen gaat vooralsnog niet gepaard met een sterk ontwikkeld Waals 'identiteitsgevoel'. “Het is in feite nergens op gebaseerd. In Vlaanderen wordt openlijk gediscussieerd over zaken als de wenselijkheid van 'economische verankering' en het benoemen van 'cultureel ambassadeurs'. In Wallonië worden dergelijke publieke debatten niet of nauwelijks gevoerd. Men voelt zich als vanzelfsprekend onderdeel van de grote Franse cultuur”, aldus Van Dam.

Niet voor niets werkt zij mee aan een interfacultaire cursus die later deze maand begint aan de universiteit in Namen over “Werkelijkheden en vooruitzichten van Wallonië”. Het is een poging om studenten en belangstellenden van buiten de universiteit meer kennis bij te brengen over hun eigen Waalse regio, zo legde één van de deelnemende hoogleraren, professor Jean-Charles Jacquemin, gisteren uit op een persconferentie in Namen. “Walen hebben geen collectieve cultuur. Het culturele besef van Wallonië wordt vaak elders gevormd. Bijvoorbeeld door de commentaren in de kranten uit het noorden van het land. Zo ontstaat een beeld van Wallonië dat niet overeenkomt met de werkelijkheid. Daar proberen we enigzins verandering in aan te brengen. Op basis van wetenschappelijke gegevens, niet op basis van slogans.”