SEC vervolgt handelaar van Kidder Peabody

WASHINGTON, 10 JAN. De toezichtscommissie op de Amerikaanse beurshandel (SEC) heeft gisteren Joseph Jett, voormalig handelaar van de effectenbank Kidder Peabody civielrechtelijk aangeklaagd wegens fraude. Jett zou volgens de SEC tussen 1991 en 1994 het informatiesysteem van Kidder Peaboy hebben misbruikt om te doen geloven dat hij 348 miljoen dollar winst had geboekt op de beurs. Later kwam Kidder Peaboy er achter dat de beurshandelaar in die periode een verlies van 83 miljoen dollar had gemaakt. Voor de bank volgde toen een schandaal dat haar toch al wankele positie nog verder aantastte. De moedermaatschappij Generaal Electric verkocht de bank toen aan PaineWebber voor 670 miljoen dollar. Als Jett het proces verliest kan hem dat zijn handelsbevoegheid kosten, een civiele straf opleveren en een verplichting zijn onverdiende bonussen in te leveren. De SEC heeft tevens één van de voormalige bazen van de speculant, Melvin Mullin, aangeklaagd wegens zijn onmacht adequate controle uit te oefenen op de handelaar. Edward Cerullo, de voormalige transactiecontroleur van de Kidder Peabody, heeft eerder een akkoord met de SEC kunnen sluiten. In een telefonisch interview ontkende Jett maandag de tegen hem lopende aanklacht. De handelaar zegt tot nu toe geheime documenten te hebben waaruit zou blijken dat zijn bazen op de hoogte waren van al zijn transacties. Vorig jaar gingen de Britse bank Barings over de kop door speculant Leeson en werd de Japanse Daïwa bank geweerd van de Amerikaanse beurs door verliezen van een van haar handelaren ter waarde van 1,1 miljarddollar. (AP, AFP)