'Relatie Londen en Peking verbetert'

PEKING, 10 JAN. In de betrekkingen tussen China en Groot-Brittannië is sprake van “een belangrijke verbetering”. De Britse minister van buitenlandse zaken, Malcolm Rifkind, zei dit gisteren in Peking tijdens een driedaags bezoek aan China. Ook volgens een woordvoerder van de Chinese regering verliepen de besprekingen tot nog toe in een open en praktische sfeer en waren de uitkomsten ervan “vruchtbaar”.

Tijdens overleg gisteren, op de eerste dag van zijn bezoek, werd er, aldus Rifkind, al overeenstemming bereikt over een aantal heikele punten. Zo heeft Peking het recht van niet-Chinezen om na de overdracht van Hongkong in 1997 daar te blijven wonen, erkend. Overeenstemming werd ook bereikt over de uitbreiding van het vliegveld van Hongkong en over lijndiensten van Hongkong naar Zuid-Korea en Singapore.

Beide landen kwamen ook overeen een contactgroep op te richten waarvan vertegenwoordigers van de autoriteiten van Hongkong en het door China opgerichte zogeheten Voorbereidende Comité deel gaan uitmaken. Deze contactgroep moet de bestuursvorm van Hongkong na de machtsoverdracht vaststellen. Rifkind vroeg de Chinese autoriteiten om hun voornemen om de Wetgevende Raad (LEGCO), het huidige parlement van Hongkong, na de soevereiniteitsoverdracht op te heffen te laten varen. Het voortbestaan van democratische politieke organen is, aldus Rifkind, noodzakelijk om het succes van Hongkong in de toekomst te garanderen.

De verhoudingen tussen China en het Verenigd Koninkrijk raakten enkele jaren geleden verstoord door de democratische hervormingen die gouverneur Chris Patten in Hongkong introduceerde en die grote ergernis opwekten in Peking. Tijdens een bezoek in oktober van de Chinese minister van buitenlandse zaken, Qian Qichen, aan Londen werd de eerste aanzet gegeven tot verbeteringen van de betrekkingen.

China had eerder gisteren laten weten dat de relatie tussen de beide landen ernstig verstoord was door de uitzending op de Britse televisie van een documentaire over de vermeende systematische verwaarlozing van kinderen in Chinese weeshuizen. Een woordvoerder van het Chinese ministerie van buitenlandse zaken sprak van “een vertekende documentaire die een zware aanval op China betekent”. Dit weekeinde al beschuldigde de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch de Chinese autoriteiten er van niets te doen tegen misstanden in weeshuizen. Peking ontkent dat er sprake zou zijn van systematische verwaarlozing en zegt dat de Chinese wet deze strafbaar stelt. (AFP, Reuter)