Peruanen zoeken naar de perfecte aardappel

LIMA, 10 JAN. De Inca's overleefden erop. De Schotten deden hem op religieuze gronden in de ban. Een Franse koningin droeg de bloemen ervan in het haar. En Peruanen genieten van meer dan vierduizend variëteiten. Noem hem pieper of gewoon aardappel, duizenden jaren na zijn ontstaan op de winderige hoogvlakten van het Zuidamerikaanse Andes-gebergte krijgt zijn kleurrijke geschiedenis uitlopers in een nieuw tijdperk.

De aardappelboeren, die hun wereldwijde produktie sinds de jaren zestig zagen groeien tot 270 miljoen ton per jaar, verwachten een verdere toename van 42 miljoen ton tegen het einde van deze eeuw. Deze expansie komt voor rekening van de traditionele graanbastions Azië en Afrika, waar de aardappel - in de zestiende eeuw door de Spanjaarden naar Europa gebracht - snel zijn verovering van de wereld voltooit. In China bijvoorbeeld is de aardappelproduktie toegenomen tot 66 miljoen ton, meer dan vijftig keer zoveel als in moederland Peru.

In de tussentijd zoeken legioenen aardappelpioniers naar nieuwe of complexere variëteiten of toepassingen van de aardappel of aanverwante knolgewassen. In Peru staat de aardappel oorspronkelijk als afrodisiacum bekend, en in de Verenigde Staten is een harige, insectendodende soort ontwikkeld. Van Filippijnse jam tot Taiwanese noodles en Amerikaanse yoghurt, de aardappel is nu over de hele wereld voedsel voor meer dan een miljard monden. “De aardappel zet zijn mars voort”, zegt Hubert Zandstra, algemeen directeur van het International Potato Centre in Peru. “Er is gewoon iets aan de aardappel wat iedereen lekker vindt. Het past bij alles. Je kunt elke saus bij aardappelen eten - behalve misschien chocoladesaus, en ik zou niet verbaasd zijn als iemand dat heeft geprobeerd!”

Het aardappelcentrum is gevestigd in een lusteloze voorstad van de hoofdstad Lima, waar de Andes oprijst uit de Grote Oceaan. Een groep deskundigen buigt zich hier in een broeikas over rijen kleine aardappelstekjes, waarbij zij onverdroten labels plakken. Series proefmonsters in reageerbuizen, die klaar staan voor boeren en enthousiastelingen in de wereld, getuigen van tal van aardappelsoorten met meestal onuitspreekbare namen als llunchuywaqachi, solanum bukasovii en mishipasinghan.

In een van de stillere hoeken van het centrum staat de wereldvermaarde Peruaanse aardappeljager en -teler Carlos Ochoa, die met recht de Indiana Jones van de aardappel wordt genoemd. Teneinde zijn jacht naar de perfecte aardappel te voltooien, heeft Ochoa (75) vier decennia lang het comfort van gezin en grote stad achter zich gelaten. Hij trotseerde maoistische guerrillastrijders, bandieten en extreme temperaturen. Ochoa, die tachtig nieuwe, 'wilde' aardappelsoorten ontdekte, heeft het te druk om een interview te geven, hij werkt aan zijn memoires en denkt na over een aanbod voor het jagen op aardappels in Nicaragua.

“Hij is een voorbeeld voor alle jonge landbouwkundigen”, zegt zijn vroegere student Carlos Arbizu, nu zelf een autoriteit op aardappelgebied. Hij heeft dezelfde gevaren en triomfen doorstaan als de meester, zoals een serie ontmoetingen met guerrillastrijders van Lichtend Pad op de Peruaanse hoogvlakten, die met hun machinegeweren zwaaiden. “Ze zeiden 'weet je niet dat je je op het slagveld bevindt' en ze zeiden dat ik naar huis moest gaan om niet vermoord te worden. Ik ging niet met ze in discussie”, zegt Arbizu. Grimmig voegt hij er aan toe dat 54 landbouwdeskundigen die werkten voor de overheid, vermoord zijn door Lichtend Pad.

Aan het eind van de jaren tachtig, op het hoogtepunt van een burgeroorlog waarin bijna dertigduizend mensen het leven lieten, moest het aardappelcentrum een researchpost in de provinciestad Huancayo ontruimen na twee aanvalsacties, waarbij een bewaker de dood vond en de gebouwen werden opgeblazen.

Het belangrijkste doel van de wetenschappers is het vergroten van de produktie in arme, onderontwikkelde streken. Hier is de aardappel een ideaal schild tegen honger en ondervoeding. “Als je aardappelen en melk mixt, heb je het perfecte voedsel”, zegt Zandstra.

De zeshonderd leden tellende staf van het aardappelcentrum, met een budget van 23 miljoen dollar, richt zijn inspanningen op het onderhouden van een genenbank en het ontwikkelen van nieuwe rassen die bestand zijn tegen ziekten en de verschillende klimatologische omstandigheden in de wereld. Op het moment zoeken ze naar een middel tegen een kwaadaardige planteziekte die wereldwijd de aardappeloogst bedreigt en naar een zaadje dat de moeizame zaaitechnieken revolutionair kan veranderen.

In de Andes, waar tijdens de oogsttijd zeventig procent van de consumptie uit aardappelen bestaat, heeft de knol een mystieke status bereikt. Speciale bezoekers worden nog steeds vereerd met een maaltijd van zoete 'gele' aardappelen. De gelovigen leggen hun prijswinnende variëteiten op bergtoppen als een offer aan God. En dokters schrijven aardappelsap voor als middel tegen galstenen. Aanstaande echtgenotes moeten de chique llunchuywaqachi (Indiaans voor “de aardappel die jonge bruiden laat huilen”) schillen in een rituele test van huishoudelijke vaardigheden. Met deze test zou de relatie met de aanstaande schoonmoeder voorspeld kunnen worden.

“De aardappel is een centrale pijler in onze cultuur”, zegt rechtenstudent en aardappelconnaisseur Miguel Rodriguez (23), terwijl hij smachtend kijkt naar een veelkleurige berg aardappelen op een markt in Lima. “Het is voor de Peruanen wat wijn is voor de Fransen of thee voor de Engelsen.” (Reuter)

    • Andrew Cawthorne