Oorlogsgeweld in Mostar en in Sarajevo

SARAJEVO, 10 JAN. In Sarajevo zijn gisteren een dode en negentien gewonden gevallen toen op de beruchte Sluipschuttersboulevard een granaat op een tram werd afgevuurd. In Mostar steeg de spanning opnieuw, nadat Bosnische Kroaten vanochtend vijf granaten op een militair kamp van het regeringsleger afschoten.

De aanslag op de tram in Sarajevo was het ernstigste incident sinds de komst van de NAVO-vredesmacht IFOR naar Bosnië. De overvolle tram werd om half zes getroffen door de granaat. Direct na de inslag werd de tram ook beschoten door sluipschutters. Franse IFOR-soldaten beantwoordden het vuur met een 20 mm kanon, waarop zich een vuurgevecht ontspon dat twintig minuten aanhield.

De granaat werd volgens NAVO-bronnen in Sarajevo afgevuurd vanuit de wijk Grbavica, een van de vijf Servische wijken van Sarajevo. De Bosnische Serviërs wezen niettemin elke verantwoordelijkheid voor de aanslag af.

Ook elders in Sarajevo was het gisteren onrustig. De stad werd van tijd tot tijd opgeschrikt door explosies. Het ging daarbij echter niet om aanslagen. De explosies waren het werk van Bosnische Serviërs, die in hun wijken gevechtsstellingen in brand staken en opbliezen van waaruit ze 3 jaar hebben gevochten en die ze vernietigen in afwachting van hun vertrek uit Sarajevo.

Die acties onderstrepen de vastbeslotenheid van veel inwoners van de vijf Servische wijken om de stad en de omgeving te verlaten als de wijken op grond van het vredesakkoord moeten worden overgedragen aan de Bosnische regering. Leiders van de Servische gemeenschappen in de wijken hebben laten weten dat vrijdag een massale exodus van Bosnische Serviërs uit Sarajevo begint, tenzij de NAVO zorgt voor een uitstel van de overdracht van de wijken tot september. De internationale vredescoördinator Carl Bildt waarschuwde gisteren in Brussel dat een massale uittocht van Bosnische Serviërs uit Sarajevo de vooruitzichten op vrede in gevaar brengt. De uittocht, aldus Bildt, “vormt een grote humanitaire tragedie”. “Als moslims en Serviërs niet in de hoofdstad kunnen samenleven, plaatst dat natuurlijk vraagtekens bij de toekomst van het land zelf.”

De beschieting van een militair kamp in Mostar door de Bosnische Kroaten komt na drie dagen van relatieve rust in de verdeelde stad. Het regeringsleger beantwoordde het vuur. Of er slachtoffers vielen, is niet duidelijk.

De Bosnische regering weigert een door het Internationale Rode Kruis voorgesteld akkoord met de Bosnische Serviërs over de uitwisseling van de laatste krijgsgevangenen te accepteren, omdat de door de Bosnische Serviërs overlegde lijsten met moslim-krijgsgevangenen incompleet zijn. Volgens Sarajevo houden de Bosnische Serviërs 24.742 moslims vast - onder wie veel inwoners van de enclaves Zepa en Srebrenica - maar komen op de lijst van krijgsgevangenen die ze hebben overlegd, maar 123 namen voor. Volgens het vredesakkoord moeten de oorlogspartijen in Bosnië hun krijgsgevangenen uiterlijk op 20 januari hebben uitgewisseld. (Reuter, AFP)