JEVGENI PRIMAKOV; Hardliner

“De nieuwe minister van buitenlandse zaken zal er volledig anders uitzien dan Kozyrev, anders optreden, harder en vastbeslotener spreken.” Dat voorspelde direct na het aftreden van Andrej Kozyrev, vorige week vrijdag, Aleksandr Konovalov van het Amerika en Canada Instituut. Die voorspelling is uitgekomen. Jevgeni Primakov is alles wat Andrej Kozyrev niet was.

Kozyrev, 44, was een carrière-diplomaat die in samenwerking met het Westen zijn hoogste doel zag. Primakov, 66, is een doorgewinterde partijfunctionaris die vorig jaar nog waarschuwde dat Rusland zich door het Westen niet moet laten ringeloren. “Kozyrevs fout was te veronderstellen dat de belangen van Rusland en die van het Westen bijna altijd samengaan”, zei Konovalov gisteren in een reactie op de ministerswisseling. “Nu komt wat zou kunnen worden genoemd 'de hernationalisatie van de buitenlandse politiek'.”

Jevgeni Primakov, in 1929 geboren in de Oekraïense hoofdstad Kiev en getogen in de Georgische hoofdstad Tbilisi, is bekend geworden als Midden-Oostenexpert. Hij was in de jaren zestig, na zijn studie arabistiek aan het Moskouse instituut voor Oriëntalistiek en zes jaar als onderdirecteur van het staatscomité voor radio en televisie - een belangrijke propagandafunctie -, correspondent van de Pravda in het Midden-Oosten. Hij spreekt Engels en Arabisch. In 1970 werd hij onderdirecteur en in 1985 directeur van het prestigieuze Instituut voor Wereldeconomie en Internationale Betrekkingen, een instituut waar veel aankomende diplomaten worden opgeleid. Bovendien was hij van 1977 tot 1985 tevens hoofd van het Instituut voor Oriëntalistiek, waar naar verluidt elke student bij zijn afstuderen werd aangeworven door de KGB. Ten tijde van de periode-Brezjnev gold Primakov als een toonaangevend en invloedrijke expert op het gebied van de Arabische en islamitische wereld en het Sovjet-Midden-Oostenbeleid.

Michail Gorbatsjov maakte Primakov in 1991 onderdirecteur van de KGB. Toen de KGB met de Sovjet-Unie werd opgeheven - dat wil zeggen: gereorganiseerd - maakte Boris Jeltsin hem hoofd van de nieuwe buitenlandse inlichtingendienst (SVR).

Behalve een lange carrière in journalistiek en wetenschap ging aan zijn benoemingen bij de inlichtingendiensten ook een lange loopbaan in de communistische partij vooraf. Hij werd in 1959 partijlid en klom op tot het Centraal Comité. Onder Gorbatsjov was hij nog even kandidaat-lid van het Politburo. In 1988 werd hij lid van de Opperste Sovjet, het parlement van de Sovjet-Unie. Als journalist, partijfunctionaris en wetenschapper is Primakov een typische vertegenwoordiger van de Sovjet-elite en de partijbureaucratie die de periode-Brezjnev heeft gedomineerd, een man bovendien met nauwe banden met Arabische leiders die niet tot de beste vrienden van het Westen kunnen worden gerekend, zoals Saddam Hussein van Irak (die hij al sinds 1969 kent) en Hafez al-Assad van Syrië. In Israel vreest men dat Primakov wellicht een stoorzender kan worden in de pogingen tot een akkoord met Syrië te komen

De twee keer dat hij in het Westen in de belangstelling kwam zijn geen momenten waaraan zijn toekomstige gesprekspartners in Washington met genoegen zullen terugdenken. In 1990 onderhandelde Primakov als gezant van Gorbatsjov met de Iraakse leider Saddam Hussein in een poging de Golfoorlog op het laatste moment te voorkomen. Het ging daarbij om een eenzijdige actie van Moskou die in het Westen indertijd nogal wat twijfel wekte over de betrouwbaarheid van Rusland als partner in de internationale arena. Primakov pleitte er indertijd voor Saddam Hussein, met wie Moskou steeds voortreffelijke relaties had onderhouden, meer tijd te geven om de oorlog te voorkomen.

In september 1994, aan de vooravond van een bezoek van president Jeltsin aan Washington, beschuldigde Primakov als hoofd van de SVR het Westen van pogingen “te voorkomen dat Rusland weer een grootmacht wordt”. Primakov klaagde op de opmerkelijke persconferentie ook dat het Westen Ruslands rol in de republieken van de voormalige Sovjet-Unie als 'imperialisme' beschouwt. “Het valt te verwachten dat de betrekkingen tussen Moskou en buitenlandse hoofdsteden zullen bekoelen”, zei hij toen.

Geen wonder dat in het Westen - onofficieel - nogal sceptisch is gereageerd op de benoeming van Primakov. In Washington wordt de nieuwe minister gezien als een hardliner en een conservatief en sommige waarnemers en diplomaten zien in de benoeming een eerste teken dat Rusland, dat zich al een tijd van het Westen afwendt, zich meer zal gaan richten op het zuiden en oosten - Azië en het Midden-Oosten, en dan vooral de Arabische en islamitische wereld.

Primakov heeft als minister van buitenlandse zaken minder eigen zeggenschap dan zijn voorganger had. Na Kozyrevs aftreden is een speciale raad gevormd, die onder voorzitterschap van president Jeltsin het buitenlands beleid uitstippelt en waarvan Primakov niet meer dan een simpel lid naast vele anderen is. Maar anderzijds heeft de nieuwe minister in het verleden herhaaldelijk getoond een zeer handig politicus te zijn, die zeer wel in staat is zijn eigen manoeuvreerruimte te scheppen. Als adviseur van Gorbatsjov wekte Primakov nooit de indruk aan de leiband van zijn chef te lopenn en toonde hij veel eigen initiatief bij het formuleren en uitvoeren van buitenlands beleid.