'Fuck the Dutch critics'

Gloeiend van nationale trots nam ik maandagavond voor de buis plaats. Het gaat goed met Nederland. Buitenlandse cameraploegen stromen ons land binnen. De Engelsen willen alles weten over de geheimen van Ajax, Frankrijk smacht naar de bijzonderheden van ons drugsbeleid en, alsof het niet op kan, er is zelfs een Nederlandse filmregisseur waar de BBC een documentaire van vijftig minuten ('From Holland to Hollywood') aan wijdde.

Pol Vérhove is his name.

Zoiets doet je goed, ook als filmliefhebber. Altijd maar dat gezeur over Polanski, Wenders, Kieslowski, Ivory, alsof Nederland niets te bieden heeft. Zo'n documentaire zou het wij-gevoel kunnen bevorderen. Ik had nooit zo èrg lang stil gestaan bij het oeuvre van Paul Verhoeven, maar opeens betrapte ik me erop dat ik over Spetters dacht: “Great movie”.

In ieder mens schuilt een snob. Als de BBC het prachtig vindt, wie ben jij dan om iets anders te vinden?

Met ernstige, plechtige gezichten zaten ze allemaal het werk van Verhoeven door te nemen: Rutger Hauer (fenomenale Amerikaanse uitspraak, djéézus, waauw, een soort Amerikaans waar alleen Robert de Niro beter in is), Jan de Bont, Monique van de Ven. Verhoeven heeft ook al een eigen biograaf, Robert van Scheers, die mocht uitpakken over de religieuze motieven in Verhoevens films - laat Ingmar Bergman vooral niet denken dat hij er het patent op heeft.

Verhoeven zelf bleef er nog het nuchterst onder. Zijn Engels is heel Nederlands gebleven (het soort Engels waar ze, volgens mij, Lubbers in Amerika op hebben afgewezen), en af en toe beriep hij zich op het gezag van zijn vrouw, wat ik nog nooit door een buitenlandse regisseur heb horen doen. (Die zouden er ook meteen bij moeten zeggen wèlke vrouw.)

Geen intellectueel vertoog dus van Verhoeven, wèl een enthousiaste analyse van een van zijn voornaamste wapenfeiten in de filmindustrie: de pussy-flash, zoals hij het noemde, van Sharon Stone in Basic Instinct. (Hoe vertaal je dat zo netjes mogelijk in het Nederlands? Ik kwam zelf uit bij 'kruisbeeld', waarmee ik meteen de religiositeit in Verhoevens werk recht kan doen.)

Seks is, misschien nog wel iets meer dan de religie, altijd een belangrijk bestanddeel van de films van Verhoeven geweest. Bij zijn films moet ik steeds denken aan een leuk dialoogje in die roman (later ook verfilmd) over Hollywood: The player van Michael Tolkin. Twee studiobonzen krijgen het idee voor een speelfilm voorgelegd. “Levison bleef bijna een hele minuut zwijgen. “Neuken ze ook?” “Dat komt in orde”, zei Levy.

Het was jammer dat Nederland er als filmland verder niet best vanaf kwam in deze BBC-documentaire. Verhoeven zei het nog net niet, maar het was duidelijk dat hij ons wat dat betreft maar een pussy-land vond.

Hadden we net een schitterende kans om ons als prominente filmnatie voor een internationaal publiek te presenteren, of daar staken de nationale controverses alweer de kop op. Wraak is een koud gerecht, wordt wel gezegd, maar sommigen kunnen ervan genieten alsof het een copieuze maaltijd is, die ze maar even hoeven op te warmen in de magnetron van hun jarenlang gekoesterde wrok.

Verhoeven beklaagde zich uitgebreid over de Nederlandse filmsubsidiënten die hem niet hadden willen steunen. De naam van John Blokker viel nog net niet, maar het was duidelijk wie hij bedoelde toen hij zei: “After Spetters they got pissed off.”

Intussen kregen we een dialoogzinnetje uit Spetters te zien die de Engelse kijkers geen betere indruk van het directe Nederlandse taalgebruik had kunnen geven: “Grijp 'm in zijn ballen” (“Go for his balls”). Sommigen doen tegenwoordig alsof Youp van 't Hek dit idioom heeft uitgevonden, maar die keek nog naar Floris toen Spetters werd gemaakt.

Verrukkelijk zoet - je zàg hem smikkelen - was ook de wraak voor scenarioschrijver Gerard Soeteman, die zich eveneens zwaar miskend voelt door de Nederlandse filmkritiek. Films over jongens van de gestampte pot lusten die chique critici niet, dus had hij ze in De vierde man voor de gek gehouden met allerlei gezochte symboliek. Dat vonden ze wèl prachtig. “My intention was to fuck the Dutch critics, and I succeeded”, sprak Soeteman grijnzend. (Ik mag hieruit afleiden dat Soeteman het niet erg vind als ik bij deze beken dat ik De vierde man altijd een ball-film heb gevonden.)

Van Nederlanders mag je niet verwachten dat ze hun Hoekse en Kabeljauwse twisten voor één keer vergeten, maar vervelend was het wèl. De BBC-documentaire had een beslissende stap kunnen zijn in de expansie van Nederland als filmnatie, maar ik vrees dat er nu in Groot-Brittanniè een helse discussie losbarst over het Nederlandse subsidiebeleid. Hoe hebben die Hollanders zo'n magistrale filmauteur zó lang kunnen miskennen? En - nog erger - wie weet zullen er zelfs Britten zijn die na het zien van Verhoevens nieuwste film, Showgirls, alsnog John Blokker cum suis gelijk geven.

    • Frits Abrahams