Farmacie wil zelf op medicijnen bezuinigen

ROTTERDAM,10 JAN. De Nederlandse vereniging van de innoverende farmaceutische industrie (Nefarma) heeft minister Borst (VWS) vanmiddag een 'stappenplan' voor bezuinigingen op de uitgaven aan geneesmiddelen gepresenteerd. De Wet Geneesmiddelenprijzen zou daardoor overbodig worden. Volgens het plan wordt dit jaar voor een bedrag van 525 miljoen gulden bezuinigd. Dat bedrag moet volgend jaar oplopen tot 750 miljoen gulden, gelijk aan het bedrag dat invoering van de Wet Geneesmiddelenprijzen tot gevolg zou hebben.

Eind november vorig jaar, aan de vooravond van de behandeling van het wetsontwerp in de Tweede Kamer, lanceerde Nefarma al een alternatief voor de wet, maar dat voldeed niet helemaal aan de verwachtingen van minister Borst. Afgesproken werd dat de industrie met een stappenplan zou komen omdat de bewindsvrouw de voorkeur geeft aan initiatieven uit het bedrijfsleven boven opgelegde maatregelen die voortvloeien uit de prijzenwet.

Bij de besparingen die Nefarma voorstelt wordt uitgegaan van de hoeveelheid geneesmiddelen die in Nederland werd gebruikt in 1994. Voor de prijzen geldt als peildatum 1 januari vorig jaar. Voor identieke produkten die door verschillende fabrikanten worden vervaardigd - zogeheten octrooiloze, generieke preparaten of loco's - stelt Nefarma een prijsverlaging voor van 20 tot 25 procent. Produkten waarop nog wel een octrooi geldt kunnen met 2 tot 7 procent in prijs omlaag. Zeer geavanceerde, unieke medicijnen, waarvoor dus geen alternatieven beschikbaar zijn, zouden met 2 procent in prijs kunnen worden verlaagd.

In een reactie op het voorstel van de industrie zegt minister Borst (volksgezondheid) dat het initiatief “wellicht de eerste stap van een belangrijk deel van de farmaceutische industrie is om naar een Europees niveau van prijzen voor geneesmiddelen te gaan”. “Dat is wat het kabinet nastreeft. Als de prijzen op Europees niveau komen, dan hoef ik minder gebruik te maken van de Wet Geneesmiddelenprijzen”, aldus Borst.

De ingrepen die de farmaceutische bedrijven zelf hebben voorgesteld leveren evenveel op als de prijzenwet. Deze wet gaat uit van een gemiddelde van de prijzen zoals die gelden in Duitsland, Frankrijk, België en het Verenigd Koninkrijk. In die landen liggen de prijzen beduidend lager dan in Nederland, hetzij als gevolg van overheidsingrijpen, hetzij door valuta-schommelingen.

Pagina 20: Ingreep levert evenveel op als prijzenwet

Volgens Nefarma-voorzitter dr. J.M. Steinert betekent het systeem van de prijzenwet echter een nekslag voor de innovatie binnen de farmaceutische industrie. Tweederde van de omzet van de innovatieve industrie wordt overigens behaald met medicijnen waarvan het octrooi verlopen is. Daarnaast is er een aantal fabrikanten dat helemaal niet aan innovatie doet en zich uitsluitend richt op het fabriceren van loco's.

Het voorstel van Nefarma sluit aan bij het bestaande Geneesmiddelenvergoedings-systeem (GVS). Dat systeem kent een aantal bijlagen. De belangrijkste daarvan is bijlage vijf, waarbinnen geneesmiddelen tegen een bepaalde aandoening steeds geclusterd zijn.

Binnen het cluster geldt een gemiddelde prijs, die voor de verzekering als referentie ofwel als vergoedingslimiet dient. Schrijft de dokter een preparaat voor dat duurder is dan de limiet, dan moet de patiënt het verschil bijpassen. Het voorstel van Nefarma komt er dus op neer dat de generieke produkten in het GVS naar een niveau van 25 procent onder de vergoedingslimiet worden gebracht, de gepatenteerde naar een niveau van 7 procent onder de vergoedingslimiet.

Naast bijlage vijf is er ook een bijlage zes, waarop produkten staan die onvergelijkbaar zijn met andere en dus niet kunnen worden geclusterd. Het gaat daarbij meestal om zeer geavanceerde en daarom dure medicijnen, reden waarom oud-staatssecretaris Simons in juli 1993 de bijlage 'sloot'. Gevolg daarvan is dat nieuw geintroduceerde, unieke geneesmiddelen sindsdien niet meer voor vergoeding in aanmerking zijn gekomen, zodat de patiënt er in de praktijk veelal van verstoken blijft.

Nefarma stelt voor die bijlage weer te openen en de prijzen van de betreffende middelen met twee procent te verlagen. Bij nieuw te registreren middelen voor 'bijlage zes' stelt de vereniging voor het systeem van de prijzenwet te volgen. Dat houdt in dat die middelen dan op de Nederlandse markt komen tegen een prijs, die het gemiddelde vormt van de prijzen zoals die in Duitsland, Frankrijk, België en het Verenigd Koninkrijk gelden.

Het grootste offer wordt volgens het Nefarma-voorstel gebracht door die bedrijven die geen of nauwelijks geoctrooieerde geneesmiddelen op de markt hebben. “Daar hebben wij ook met z'n allen nadrukkelijk voor gekozen. De voorliggende prijzenwet is een aanval op de innovatie en daar is niemand bij gebaat. Ook de generieke bedrijven niet want die moeten het op den duur toch ook hebben van geneesmiddelen die uit octrooi lopen. De patiënt is nog het minst gebaat bij een stagnerende innovatie. Dat moet de minister toch aanspreken”, aldus Steinert.

Ook de apothekers zullen moeten gaan inleveren. Om de voorkeur van de apotheker te krijgen geven leveranciers van generieke produkten nu bonussen en kortingen. Die zogeheten marge-concurrentie is onder het huidige regiem ook de enige manier, waarop een leverancier een apotheker aan zich kan binden, zo menen deze producenten. De cultuur van bonussen en kortingen zou volgens al wat oudere onderzoeken in totaal ruim 300 miljoen gulden omvatten, hetgeen neerkomt op een kleine drie ton per apotheker.

Als de marges van de leveranciers van loco's fors omlaag gaan, wordt het geven van bonussen en kortingen moeilijk, zo niet onmogelijk en zullen deze bedrijven het moeten hebben van prijsconcurrentie of een betere service. Nefarma meent dat het hele systeem van bonussen en kortingen dient te verdwijnen en dat bovenmatige marges uiteindelijk via de verzekeraar ten goede moeten komen aan de patiënt, zodat die een lagere premie gaat betalen.

Om het fenomeen van de bonussen en kortingen definitief kwijt te raken zou de hele bedrijfskolom 'transparanter' moeten zijn en zou de apotheker niet meer vergoed moeten krijgen dan de werkelijke prijs die hij bij inkoop van de medicijnen betaalt. Daarnaast heeft de apotheker al een 'stimulans' bovenop zijn norminkomen. Voor het zogeheten goed koopmanschap mag hij twee maal twee procent korting op de inkoopprijs toucheren en levert hij de patiënt een goedkoop in plaats van een duur geneesmiddel af. In dat geval mag hij nog eens een derde van dat prijsverschil in zijn zak steken.

Om die transparantie te bereiken zullen de regels van het Centraal Orgaan Tarieven Gezondheidszorg (COTG) zodanig moeten worden aangepast, dat inzicht in werkelijk gefactureerde transactieprijzen kan worden afgedwongen.

Nefarma heeft minister Borst vanmiddag gegarandeerd dat het stappenplan een besparing van minimaal 700 miljoen gulden oplevert. Om dat doel te bereiken zouden de prijzen per 1 april moeten worden verlaagd. “Wij zijn ons zelf ook wel verplicht om die garantie te geven, want die prijzenwet komt er hoe dan ook. Zolang die niet van kracht is zal de wet als zwaard van Damocles boven ons blijven hangen. Wij beschouwen ons voorstel als een begin van een dialoog tussen industrie en overheid”, aldus Steinert.

    • Bram Pols