Dwangopvangproject voor overlast gevende verslaafden; Rotterdam wil snel stadsbajes

ROTTERDAM, 10 JAN. De eerste 'stadsbajes' in Nederland komt mogelijk op een oud booreiland dat wordt afgemeerd in een Rotterdamse haven. A.B. Engberts van de directie bestuurszaken van de gemeente Rotterdam, die beklemtoont dat nog niets is beslist over de lokatie van de stadsbajes, noemt deze optie desgevraagd “een echte Rotterdamse oplossing”.

Nog dit jaar moet Rotterdam een aanvang maken met een 'stadsbajes', een gesloten inrichting waarin een groep overlastgevende verslaafden via een traject van resocialisatie, arbeidsgewenning en begeleid wonen moet herintegreren in de maatschappij. Eind december zegde staatssecretaris Kohnstamm van binnenlandse zaken Rotterdam vier miljoen gulden toe om nog dit jaar te gaan experimenteren met wat inmiddels 'zorgdetentie' wordt genoemd. Ook de andere grote steden hebben grote interesse voor een stadsbajes, zo liet korpschef Brand van de politie Haaglanden deze week weten.

De gesloten inrichting zou ruimte moeten bieden aan honderd overlastgevende verslaafden. Omdat het experiment nog dit jaar moet beginnen, is de huur of koop van een oud booreiland een serieuze optie binnen de 'wergroep strafrechtelijke opvang' die het experiment vorm moet geven. Voor nieuwbouw ontbreekt de tijd, bij bestaande gebouwen kan de gemeente rekenen op weerstand van omwonenden. Volgens een woordvoerder van de gemeente liggen er voor de lokatie van de inrichting “meerdere creatieve oplossingen”. “Maar als morgen de havenbaronnen ons hun oude booreilanden komen aanbieden, juichen we dat alleen maar toe.”

Volgens A. Hoekstra, door de Rotterdamse CAD gedetacheerd bij werkgroep 'opvang verslaafden', bestaat de doelgroep voor zorgdetentie uit verslaafden van 18 tot 35 jaar, die in het afgelopen jaar ten minste vier delicten pleegden en zich agressief gedragen. “Ze worden als eersten uit het huis van bewaring heengezonden bij een cellentekort, omdat hun delicten meestal relatief licht zijn. Als we afspraken met ze maken, komen ze niet opdagen. Komt hun zaak voor de rechtbank, dan worden ze bij verstek veroordeeld. Komt de politie ze weer tegen, dan zitten ze hun straf uit en begint het opnieuw.”

Hoekstra heeft in de tien jaar dat ze werkte op de drugsvrije afdeling van het Rotterdamse huis van bewaring Noordsingel gemerkt dat deze verslaafden “van alles willen als je ze aandacht geeft.” Binnen de muren van de gevangenis blijkt het voor deze groep vaak eenvoudig om af te kicken, het probleem begint daarbuiten. Hoekstra: “Daar wacht alleen de drugsscene op ze. Het herstel van familiebanden is daarom belangrijk. In de gesloten fase van de zorgdetentie moeten ze afkicken, lichamelijk in conditie worden gebracht en werken aan hun sociale vaardigheden, want het merendeel is volstrekt onaangepast. Dat kan bijvoorbeeld een half jaar duren. Daarna volgt een half-open fase, waarin ze overdag werken of studeren en 's avonds in de inrichting slapen. Vervolgens kunnen ze onder toezicht buiten de inrichting gaan wonen.”

'Zorgdetentie' is een dwangproject. Om dat mogelijk te maken, moet er een nieuw artikel aan het wetboek van strafrecht worden toegevoegd. Deze 'strafrechtelijke maatregel verslaafdenopvang', een soort tbs voor overlastgevende verslaafden, wordt voorbereid door de werkgroep strafrechtelijke opvang.

Dwangprojecten voor verslaafden zijn in Nederland sinds de jaren zeventig taboe. De redenering luidde dat afkicken zinloos is als het de verslaafden ontbreekt aan motivatie. De vraag is nu ook welke oplossing men vindt voor verslaafden die niet meewerken aan zorgdetentie. Engberts: “Er komen strenge en minder strenge afdelingen binnen de stadsbajes. Gedetineerden die niet meewerken, komen terecht op de strenge afdeling, waar het regime nauwelijks verschilt van een gewone gevangenis. Maar ze worden wel dagelijks geconfronteerd met collega's die na een half jaar gezond en gebruind van hun werk terugkeren en steeds meer vrijheid krijgen. Zo hopen we ook bij hen motivatie te kweken.”

Voor niet-gemotiveerde verslaafden zou de strafmaat voor een serie autokraken door de 'maatregel opvang verslaafden' dan echter kunnen oplopen tot anderhalf jaar celstraf, een aanmerkelijke strafverhoging. Engberts: “We beseffen dat het parlement dan zegt: anderhalf jaar voor een autokraak, is dat niet overdreven? Daarom overwegen we tijdens de straf toetsingsmomenten voor de rechter in te bouwen.”

Het Rotterdamse experiment zal voorlopig een 'drangproject' zijn, omdat er nog geen wettelijke basis is voor zorgdetentie. Engberts: “Dan kunnen we in elk geval proefdraaien met onderdelen van het zorgprogramma. Tegen de mensen in oude wijken als Spangen kunnen we niet zeggen: we laten deze groep nog even op straat rondlopen tot de nieuwe wet er is. De burgerij moet zien dat we met deze groep bezig zijn, bijvoorbeeld door ze werkzaamheden in die wijken te laten verrichten.”

    • Coen van Zwol