Duitse perfectie; HELMUT SALDEN 1910 - 1996

Naar pas maandag bekend werd is op 2 januari 1996 overleden de lettertekenaar en boektypograaf Helmut Salden. Salden werd in binnen- en buitenland bewonderd, vooral om de honderden boeken die hij tussen 1950 en 1977 voor uitgeverij Van Oorschot verzorgde. Ze zijn toonbeelden van goede smaak en intelligentie, met hun onberispelijke - Salden noemde dat 'fatsoenlijke' - typografie en hun karakteristiek beletterde band en omslag. Salden benadrukte dat hij deze vignetten, monogrammen, auteursnamen en titels tekende en niet kalligrafeerde: “Wanneer je je met kalligrafie wilt bezighouden moet je schrijven, schrijven en schrijven. Daar heb ik nooit de tijd voor gevonden door die lieden voor wie ik twaalf uur of meer per dag boeken moest verzorgen om aan wat salaris te komen.”(Het oog in 't zeil, 1983).

Helmut Salden werd in 1910 in Essen geboren, de derde zoon van een politiefunctionaris, de enige zonder ingenieursdiploma. Na de lagere school klom hij in vier jaar op tot technisch tekenaar op de octrooiafdeling van een petrochemisch bedrijf in zijn stad. In 1928 schreef hij zich in aan de Folkwang Schule, eveneens in Essen. Tot zijn leraren behoorden Max Burchartz (gebruiksgrafiek en fotografie) en Wilhelm Poetter (kalligrafie); zelf zou hij spoedig benoemd worden tot leraar fotografie. De politieke omwenteling van 1933 betekende echter het eind van deze loopbaan en het begin van een lange periode van omzwervingen.

Op uitnodiging van de fotografe Florence Henri ging Salden naar Parijs en vervolgens als boerenknecht naar Mallorca, waar hij actief was in het ondergronds verzet tegen Franco. In 1938 strandde hij in Zwitserland als een berooide vluchteling en werd vervolgens in Wassenaar assistent van typograaf Piet Zwart. De oorlog dwong hem onder te duiken. Hij werd ontdekt, ter dood veroordeeld en overleefde verschillende jaren Duitse gevangenschap. Sovjetsoldaten bevrijdden hem tenslotte uit de gevangenis Luckau, een plek die hij veertig jaar later beschreef in Door duistre dalen (1986).

Van Nederlandse typografen had Salden intussen geen hoge dunk, met uitzondering dan van S.H. de Roos en J. van Krimpen; van de laatste zou hij veelvuldig de Romulus-letter toepassen. Salden vond zijn draai toen hij bij een aantal uitgevers was geïntroduceerd door Menno ter Braak, die in 1940 noteerde: “Bij (Salden) niets van de goedkope lawaaiigheid, niets van de al te nadrukkelijke symboliek, niets van de inhoud die zich al op het kaft uitdagend begint te prostitueren.” Saldens ontwerpen, soms van een uiterst terughoudende symboliek maar vaak ook puur typografisch, verschenen in series als Monumenta Musica Neerlandica, en in de fondsen van J.A.. Leopold, A.A.M. Stols, Bert Bakker, De Arbeiderspers, Querido, C.P.J. van der Peet en Contact. Door zijn betrokkenheid bij de verzorging van Ter Braaks zevendelig Verzameld Werk, ontmoette Salden de meest legendarische van zijn broodheren, Geert van Oorschot (1909-1987). Los van iedere opdracht tekende Salden omstreeks 1960 zijn eigen drukletter. Het schrift werd nooit uitgebracht en de tekeningen liggen sinds geruime tijd werkeloos.

Aan erkenning ontbrak het Salden niet. Hij ontving de Staatsprijs voor de Typografie (1949 en 1951), de Werkmanprijs van de stad Amsterdam (1953) en de oeuvreprijs van het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst (1994). Meer dan honderd van zijn ontwerpen werden onderscheiden bij de Bestverzorgde Boeken.

In het Stedelijk Museum Amsterdam is nog tot en met zondag het fonds van uitgeverij Van Oorschot te zien. Saldens aandeel in dit overzicht maakt duidelijk dat hij Nederland een model van Duitse perfectie en expressie voorhield, de gesublimeerde uiting van een emigrant die zich machteloos, rechtenloos en statenloos waande.

    • Koosje Sierman