Bewogen geschiedenis

Orient House in Oost-Jeruzalem werd in 1897 gebouwd door Ismail Musa al-Husseini en heeft sindsdien verschillende bestemmingen gehad.

De Duitse keizer Wilhelm gaf er tijdens een bezoek aan Jeruzalem in 1909 een tea-party, en de Ethiopische keizer Haile Selassie vestigde er zich toen hij door de Italianen uit Abessinië was verdreven. Na 1948 werd Orient House een van de eerste hotels in het Jordaanse deel van Jeruzalem. Na de Israelische verovering van dit stadsdeel in 1967 ging het hotel dicht.

In 1983 huurde de Arabische studie-society een deel van het gebouw en bracht er Palestijnse archieven in onder. Tijdens de intifada, in 1988, werd deze sectie van het gebouw door Israel gesloten. In 1992, na de akkoorden van Oslo, kon de Arabische studie-society haar activiteiten in Orient House hervatten waarna het hele gebouw door de Palestijnse 'minister voor Jeruzalem-zaken', Feisal Husseini, werd gehuurd. Sedertdien hebben vele hoogwaardigheidsbekleders Orient House bezocht onder wie de Nederlandse ministers van buitenlandse zaken Van den Broek en Kooijmans. De Italiaanse minister Agnelli zag vorig jaar na protesten van Israel van een bezoek af. Italië kreeg binnen de EU de nodige kritiek, met name van Ierland, dat om herbevestiging van het EU-beleid vroeg. De Zweedse minister van buitenlandse zaken die Orient House in 1995 wilde bezoeken annuleerde het bezoek, ook aan Israel, na kritiek van dat land.